Hoge ambtenaar gedood in Berlijn bij bomaanslag

BERLIJN, 14 JUNI. Een hoge ambtenaar die zich bezighield met de ontwikkeling van de herenigde binnenstad van Berlijn, is gisteren vermoord in zijn woning gevonden. Volgens de politie had hij de avond tevoren een bombrief geopend, die hem dodelijk aan het hoofd had verwond.

De politie vermoedt dat het gaat om een politieke moord. Een zich “Revolutionaire cellen” noemende groepering heeft gisteren in een brief aan enkele Berlijnse kranten de verantwoordelijkheid opgeeist voor een aanslag met brandbommen op het gebouw van de Rijksdag, eerder deze week. Het ging daarbij om een protest tegen de ogelijke overbrenging naar Berlijn van de Bondsdag (parlement) en de Duitse regering.

De vermoorde ambtenaar, Hanno Klein (48), was betrokken bij de omstreden verkoop van grond aan Daimler Benz bij de Potzdamer Platz, een van de centraal gelegen plaatsen in Berlijn, waar een nieuw centrum voor deze miljoenenstad zou moeten ontstaan.

De afgelopen maanden gaf Klein leiding aan de privatisering van grond aan de Friedrichsstrase, waar een in de DDR-tijd half-afgebouwd winkelcomplex zal worden afgebroken om plaats te maken voor een winkelcentrum naar Westerse inzichten. Bij dit project werkte Klein nauw samen met de Treuhand, de trust die staatsbedrijven van de voormalige DDR privatiseert en waarvan voorzitter Detlev Rohwedder eerder dit jaar is vermoord.

De moord op Klein was vanochtend nog door niemand opgeTREMA NA AFBREKING ONDERDRUKT eist. De Berlijnse staatsveiligheidsdienst heeft medeplichtigen aan de moord opgeroepen zich te melden, daarbij aanvoerend dat zij wellicht niet hebben gewild dat de aanslag de dood van de ambtenaar tot gevolg zou hebben. Klein heeft zich volgens de politie na de explosie nog urenlang zwaar gewond door zijn woning bewogen.

De buren hadden dinsdagavond rond negen uur wel een ontploffing gehoord, maar verder geen actie ondernomen.

Politici in Bonn zijn er gisteren opnieuw niet in geslaagd overeenstemming te bereiken over de vraag of regering en Bondsdag, en mogelijk ook andere federale bestuursorganen, naar Berlijn - de hoofdstad - zullen worden overgebracht.

Eerder deze week leek zich een compromis af te tekenen in dit al maanden durende debat, waarbij Bondspresident, Bondsraad (een soort Eerste Kamer) en het ministerie van buitenlandse zaken naar Berlijn zouden verhuizen, terwijl Bondsdag, regering en andere ministeries in Bonn zouden blijven.

De Berlijnse burgemeester, Eberhard Diepgen, noemde gisteren zo'n oplossing onaanvaardbaar. “Het kan niet zo zijn dat Berlijn, de Duitse hoofdsta waarvoor de Westelijke geallieerden zich al deze decennia zoveel risico's hebben getroost, wordt afgescheept met wat filialen”, aldus Diepgen.

Berlijn wenst ten minste de Bondsdag en de regering binnen zijn poorten te krijgen. De ministeries zouden dan in Bonn kunnen blijven, meent de Berlijnse burgemeester. In Bonn werd gisteren commissie- en later fractiegewijs bijna de gehele dag over de hoofdstadkwestie vergaderd, zonder enig resultaat.

Veel waarnemers menen dat vermoedelijk geen consensus zal worden gevonden voor de stemming over de zaak op 20 juni, waarvan de afloop dus voor alle partijen wel eens verrassend zou kunnen zijn.