Graniet

Een onvermoeibaar muizenjager, En zo te zien ook best wel mager, Toch buigt de vloer door waar hij ligt: Het is zijn soortelijk gewicht.

Je zwoegt vergeefs als je zou willen, Die kater van de grond tetillen. Ook met zijn tweeen lukt het niet: Ja, zelfs zijn staart is van graniet.

Als je 's nachts probeert te pitten Komt hij gezellig op je zitten; Dan begint hij zich te likken, Terwijl je langzaam ligt te stikken.

En springt die kat bij je op schoot, - Dat doet hij vaak en ongenood - Dan kun je opstaan wel vergeten, Ik he wel uren zo gezeten.

Ach, waar hij meestal ligt te dutten Heb ik de vloer maar laten stutten; Je kunt niet laten 'm te beminnen Als hij zo vredig ligt te spinnen.

Heb je wel gehoord van de betonnen kat, Die alles verpletterde waar hij op zat? Die kat woog zevenhonderd pond; Toch was hij vief en kerngezond,