Eurosport

Meer dan anderhalf miljoen Nederlanders keken dagelijks naar de commerciele internationale sportzender Eurosport, die zeventien uur per dag uitsluitend sportprogramma's op de televisie uitzond. Keken: de op 5 februari 1989 geboren transnationale t.v.-zender Eurosport overleed in de nacht van 5 op 6 mei 1991. Hardhandig ingrijpen van de Europese ommissie was de doodsoorzaak.

Het is nogal wat als in een gemeenschap als de EEG een t.v.-zender feitelijk monddood wordt gemaakt. Maar al te mooie bloemen worden ook door de Europese Commissie graag vroeg uit het concurrentieveld geplukt.

De European Broadcasting Union (EBU) is een vereniging van een groot aantal nationale radio- en t.v.-organisaties, die voor haar leden een gratis ruilsysteem voor t.v.-programma's heeft opgezet. Dit door de EBU opgezette systeem heet 'Eurovisie' en heeft als kenmerk dat ieder land zijn eigen programma's, waaronder sportevenementen, min of meer exclusief reserveert voor de bij de Eurovisie aangesloten andere landen.

Maar ook zijn bezoekende Eurovisie-vriendjes natuurlijk welkom om t.v.-opnamen te maken. De bij de EBU aangesloten gastheer zorgt dan voor alle faciliteiten om de bezoekende omroepen in staat te stellen naar behoren te functioneren. Bij de EBU zijn zeventien lnden aangesloten, waaronder Belgie, Denemarken, Griekenland, Turkije, Israel en Engeland. Kortom: vele internationale sportevenementen vallen exclusief aan de EBU-landen toe.

Maar de EBU-leden hebben onder druk van hun diverse politieke constellaties een 'openbare opdracht'. Ze mogen niet de hele dag sport en flutseries uitzenden, maar moeten ook opvoeden en kerk & cultuur promoten. Van alle exclusieve rechten op sportevenementen, die de EBU via haar leden verwierf, werd dus slechts een klein deel uitgeoefend. oor de bank genomen zonden de EBU-leden slechts zowat vijftien procent uit van de beschikbare sportmanifestaties. Dat was natuurlijk zonde en in 1986 begon de EBU na te gaan of er geen aparte satelliettelevisie-omroep voor sportprogramma's haalbaar zou zijn.

Omdat men reeds een commerciele mislukking achter zich had bij de eerdere invoering van een gemeenschappelijke satellietomroep (Europa-T.V.) besloot EBU om de nieuwe sportomroep niet alleen op te zetten. De EB zocht samenwerking met Sky Television, een onderneming die ervaring had op het gebied van commerciele satelliettelevisie en die bereid was het financiele risico van het project te dragen.Deze omroeporganisaties - EBU en Sky - gaven de sportzender Eurosport het levenslicht.

Alle commerciele omroepen worden vooral gefinancierd door gelden uit reclame. Zij concurreren met elkaar om dergelijke inkomsten, die geaseerd zijn op de kijkcijfers voor hun uitzendingen. Hoge kijkcijfers hangen op hun beurt af van de aantrekkelijkheid van de inhoud van de programma's en de zendtijden.

Kijkcijfers voor bepaalde sportevenementen kunnen zeer hoog zijn en zijn dan ook in trek bij commerciele sponsors. Denk maar eens aan de shirt-reclame. Sportprogramma's zijn daarenboven van huis uit internationaal, omdat de spelregels dat ook zijn en de taal van het land - waar de wedstrijd wordt gespeeld - niet relevant is. Een 'eigen' commentator geeft desgewenst utleg bij de beelden.

Omdat sportprogramma's dus bij uitstek geschikt zijn voor transnationale doorgifte en reclame, hebben de omroepen in toenemende mate concurrentie ondervonden bij het aankopen van zendrechten op bepaalde sportevenementen. Tegelijkertijd beseffen de organisatoren van dergelijke sportactiviteiten steeds meer de waarde van hun evenement voor de omroepen.

Eurosport zat echter - gelet op haar exclusieve banden met de EBU - op fluweel. Ondanksde verscherpte concurrentie wist de EBU haar (bijna) monopoliepositie op sportgebied te handhaven.

Niet alleen vanwege de contacten die de EBU-leden van oudsher hadden (waaronder het uitzendrecht van het open tenniskampioenschap van Wimbledon), maar ook vanwege de agressieve aankooppolitiek van de EBU.

De EBU heeft de rechten verkregen op de Olympische zomer- en winterspelen van 1992. Daarnaast heeft zij de rechten voor de wereldvoetbalkampioenschappen tot 198 in de wacht gesleept, te zamen met de rechten voor de Europese kampioenschappen voor landen- en bekerwinnaars. Het kwam er dus op neer dat Eurosport - via de EBU - een onsportief aandoende voorsprong op concurrenten had. Eurosport mocht namelijk ook nog eens - binnen het Eurovisiesysteem - gratis het voor de t.v.-uitzending benodigde signaal uit het gastland, waar het sportevenement plaatshad, oppikken. Andere commerciele omroepen moeten altijd voor dit signal betalen of het helemaal zelf op eigen kosten verzorgen.

Een concurrent van Eurosport - de zender Screensport - achtte de luxueuze positie van Eurosport concurrentie-vervalsend.

Screensport, de enige andere omroep die transnationale t.v.-uitzendingen op sportgebied verzorgt via de satelliet, diende een klacht in bij de Europese Commissie. De Commissie stelde een onderzoek in en concludeerde dat de samenwerking tussen de EBU en Sky te concurrentie-beperkend was. De Commissie was van mening dat de condities waaronder Eurosport opereert haar te zeer een voorrangspositie gaven.

Eurosport had in tegenstelling tot Screensport en andere potentiele concurrenten onbeperkt toegang tot het Eurovisiemateriaal. Daarbij kwam dat de gezamenlijke aankooppolitiek van EBU via de Eurovisieregeling de EBU-leden een grote mate van macht gaf.

Door Eurosport ook nog eens op te zetten in samenwerking met een potentiele concurrent als Sky, die immers zelf ooit plannen had om een transnationale sportomroep op te richten, werd de mededinging al te zeer beperkt. Kartelvorming van een commercieel net met publieke omroepen mag dus niet. Toen heeft Eurosport moeten besluiten de knop (voorlopig) om te draaien.

Nu heeft de overgebleven concurrent dus opeens een monopoliepositie.