Enquete: 84 procent is tegen meer kerncentrales

ROTTERDAM, 14 JUNI. De Nederlandse bevolking blijft in meerderheid onverminderd tegen uitbreiding van het aantal kernreactoren in Nederland. Dat is de uitslag van de laatste halfjaarlijkse enquete die in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer (VROM) in januari en februari is gehouden. Desgevraagd gaf 84 procent van de geenqueteerden op in een (denkbeeldig) refrendum tegen uitbreiding te zullen stemmen. Voor uitbreiding is 9 procent.

Vlak voor de ramp bij Tsjernobyl in 1986 was maar 50 procent tegen uitbreiding. Na het ongeluk liep dat direct op tot 82 en sindsdien is dat ongeveer gelijk gebleven met schommelingen van enkele procenten, even groot als de foutenmarge.

De aantallen geenqueteerden die voor of juist tegen sluiting van de bestaande centrales Dodewaard en Borssele zijn houden elkaar sinds 1987 ruwweg in evenwicht. Injanuari was 48 procent tegen sluiting en 45 procent voor. Het aantal PvdA-stemmers dat voor sluiting is, neemt sinds 1989 geleidelijk af, terwijl anderzijds het aantal VVD'stemmers dat voor uitbreiding van kernenergie is sterk toeneemt.

Overigens heeft ook 69 procent van de ondervraagden een 'negatieve houding' ten opzichte van kolencentrales. Dat was voor 1989 belangrijk minder.

In de VROM-enquete worden 1200 Nederlanders van 18 jaaren ouder door het NIPO 'aan de deur' ondervraagd over het gebruik van kernenergie of kolen in elektriciteitscentrales met een vragenlijst die sinds begin 1986 niet is veranderd. De lijst is opgesteld door de werkgroep Energie- en Milieu-onderzoek van de universiteit van Leiden.

Ervaringen met enquetes in de VS leerden dat de inrichting van de vragen doorslaggevend is voor de aard van de antwoorden. De Leidse enquete kan dus niet claimen de publieke opinie weer te geven maar kan wel belangrijke verschuivingen in de opinie signaleren.