Een gemiddelde leeftijd

Componisten, zo schreef Maarten 't Hart woensdag op deze plek, hebben “de betreurenswaardige neiging jong te sterven”.

Er zijn uitzonderingen - hij noemde Strauss en Verdi - maar 't Harts rijtje grote namen van jonggestorven genieen doet inderdaad het ergste vermoeden: zie Mozart, zie Schubert, Chopin en Bizet, zie Mendelssohn, Skrjabin en Purcell, en ja hoor, bij zoveel geniaals in een rijtje ligt de conclusie voor de hand: componisten sterven jong.

't Hart had zonder moeite zijn lijstje nog aanzienlijk kunnen uitbreiden, want er zijn legio voorbeelden van jonggestorven componisten. Tientallen toonkunstenaars wier namen decennia of eeuwen na hun dood nog terug te vinden zijn in de musicologische naslagwerken zijn zelfs nog jonger gestorven dan de genoemden. Wat tedenken van Juan Arriaga y Balzola, die op zijn zeventiende door Cherubini werd aangesteld als hulpleraar aan het Parijse conservatorium en die tien dagen voor zijn twintigste verjaardag stierf? Op drie strijkkwartetten na heeft Arriaga zijn eigen werk nooit in druk gezien. Of neem de Britse componist George Aspull, die op zijn negentiende stierf, zijn werk nooit gepubliceerd heeft gezien en niettemin de naslagwerken heeft gehaald.

Ach gut. We zien het voor ons: Mozart in veelvoud. De jonge lievelingen van de goden, scheppend op tochtige zolderkamers, stervend aan tbc en andere kwalijke kwalen en voorbestemd miskend te sterven.

De werkelijkheid is anders, want 't Hart had het lijstje uitzonderingen op zijn regel - Strauss en Verdi - aanzienlijk kunnen uitbreiden. Stolz werd 95, Sibelius 92, Casals 97. Paul Henri Busser werd 102. Sterker: er zijn meer componisten die negentig jaar en ouder zijn geworden dan componisten die voor hun 35ste zjn gestorven.

Er zijn genoeg biografische naslagwerken om vast te stellen hoe lang componisten de laatste eeuwen gemiddeld hebben geleefd. De twee laatste delen van het bekende werkje Der Grosse Musikfuhrer bevatten biografische gegevens over meer dan drieduizend componisten die na 1760 zijn geboren (de periode voor 1760 blijft beter buiten beschouwing om het statistische beeld niet te vervuilen met de enge ziekten, de slechte hygienische omstandigheden en de onderontwikkeling vande medische wetenschap van die tijd). Van hen leven er nog rond vijfhonderd, die uiteraard ook buiten beschouwing blijven, ook al hebben velen van hen inmiddels een leeftijd bereikt die ernstige vraagtekens plaatst bij 't Harts bewering, van Grete von Zieritz, blind maar still going strong, tot Ernst Krenek, Sutermeister, Tippett, Messiaen, Menotti, Cage, Lutoslawski en Petrassi.

Na aftrek van de nog levende componisten blijven er 2517 namen over. En wat zegt de zakjapanner over hun gemiddelde levensduur? De componisten in kwestie leefden gemiddeld 67,3 jaar: de vroeggestorven genieen zijn evengoed uitzonderingen als degenen die stokoud werden. Misschien hebben componisten gewoon gemiddeld wel even lang geleefd als musikaal minder begaafde stervelingen.

't Hart stelt in zijn stukje de componisten tegenover de dirigenten: waar componisten “de betreurenswaardige neiging hebben jong te sterven” worden “grote dirigenten vaak heel oud”. Maar is dat wel zo? Een ander voortreffelijk naslagwerkje, het rororo Musikhandbuch, bevat biografische informatie over dirigenten (niet alleen dirigenten trouwens).

In het rijtje stilbildende Dirigenten worden er 118 opgesomd die met elkaar gemeen hebben dat ze niet alleen stilbildend waren maar ook inmiddels zijn overleden. Hun gemiddelde levensduur: op de kop af zeventig jaar.

Daarmee is zelfs niet bewezen dat dirigenten gemiddeld bijna drie jaar langer leven dan componisten, omdat de 118 irigenten uit het rororo Musikhandbuch vrijwel allen in de tweede helft van de negentiende eeuw of in de eerste decennia van de twintigste eeuw zijn geboren. Als we voor beide groepen, componisten en dirigenten, precies dezelfde criteria zouden hanteren - het aantal 2500 en de geboortedatum 1760 en later - zou wel eens kunnen blijken dat componisten, dirigenten en 'gewone' mensen gemiddeld gewoon even lang leven.