De Hundertwassertotaalervaring; Twee onverzoenlijke gebouwen in Wenen

Friedensreich Hundertwasser is architectuurdokter. De Weense schilder wil de mensheid beschermen tegen de harteloze moderne architectuur en bouwde daartoe een flatgebouw vol bomen, planten en kwinkelerende vogels. De bezoekers stromen toe. Andre Spoor bezocht de vriendelijkevesting, liep rond in het Hunderwasserkunsthaus en wandelde daarna naar het Wittgensteinhaus: ornamentloos, streng en zwijgend. “Scheidt een onoverbrugbare kloof de twee huizen?”

Wenen is niet alleen de stad van Mozart, Beethoven, Mahler en Bruckner, van Freud, Musil en Canetti, de Weense wals en de schrammelmuziek, het is ook een van de grote architectuurmusea ter wereld. Zomer en winter stappen toeristen, voorzien van gidsen en camera's, voorbij aan de achttiende-eeuwse bouwwerken van Fischer von Erlach en Lukas von Hildebrandt, langs de keizerljke 'Prachtbauten' aan de Ring: het 'gotische'

Rathaus, de even 'gotische' Votivkirche, het classicistische parlement, het Burgtheater, langs de meesterwerken van de Jugendstil-architecten: Otto Wagner, Josef Hoffman en van Adolf Loos. En niemand kan het spectaculaire, vorig jaar pas geopende Haas-Haus van Hans Hollein, schuin tegenover de Stephansdom, over het hoofd zien.

Wel makkelijk over het hoofd te zien is het Hundertwasserhaus, een in een oopvallende zijstraat van het Dritte Bezirk gelegen sociale-woningbouwproject van de stad Wenen, uitgevoerd door een van de stadsarchitecten in samenwerking met de in Wenen geboren en getogen schilder Friedensreich Hundertwasser. Je moet naar het huis zoeken om het te vinden. Per jaar doen dit maar liefst een miljoen toeristen. Voor het flatgebouw in de Lowengasse staan bijna dag en nacht kijkers. Op het terras van cafe Blasel, een onderdeel van het project, zitten ze uit te blazen. Het knippen en snorren vcamera's rondom het huis is niet van de lucht. Vooral de Japanse toeristen, die de wereld slechts door een lens lijken te kunnen waarnemen, weren zich.

Maar niet alleen zij. De totale wereldbevolking is vertegenwoordigd op de stoep tegenover het Hundertwasserhaus.

In het architectuur-openluchtmuseum heeft dit huis de status van bezienswaardigheid nummer een verworven.

Decennia lang had Wenen overigens weinig op met stadgenoot Hundertwasser. Als Friedrich Sto(wasser in december 1928 geboren deed de schilder ook ongeveer alles om zijn Weense omgeving te ergeren. Na het gymnasium bezocht hij de kunstacademie, maar hij liep daar na korte tijd weg. Met de kunstrichtingen van zijn tijd wilde hij niets te maken hebben.

Surrealisme, abstract expressionisme, minimalisme bevielen hem niet. Vooral diep onder de indruk van Egon Schiele, Paul Klee en Gustav Klimt ging hij zijn eigen weg in techniek, kleurgebruik en verfbehandeling. Wenen, waar hij als half joodseongen de nazitijd met moeite overleefd had, keerde hij steeds meer de rug toe. Zijn eerste successen boekte hij bovendien in Parijs, New York en Tokio. Hij had zichzelf inmiddels een nieuwe naam gegeven: Friedensreich Hundertwasser.

MISDADIG

De meeste ergernis wekte hij in Wenen met zijn denkbeelden over architectuur. Het bouwen van het Bauhaus, de Nieuwe Zakelijkheid, architecten als Adolf Loos, hij zag het allemaal als misdadig. De rechte lijn was volgens hem een door de mens bedacht delijk gevaar, de architectenliniaal een moordwapen.

De moderne woningbouw, die hij in schilderijen als 'Blutende Hauser' aan de kaak stelde, noemde hij “gevoelloos, dictatoriaal, harteloos, agressief, glad, steriel, onopgesierd, koud, onpoetisch, onromantisch, anoniem en gapend leeg. Een drogbeeld van functionaliteit”.

Met manifesten en oproepen tot bekering richtte Hundertwasser zich tot de openbaarheid. Soms ook met naakte actie: in Wenen en Munchen trad hij bloot op om extra aandacht te vestigen op zijn denkbeelden over de rechte lijn, over Adolf Loos'

schandelijke manifest Ornament und Verbrechen, op de onmenselijkheid van de wolkenkrabber en het moderne flatgebouw en over het maar al te goed te begrijpen verschijnsel dat de moderne mens in zulke behuizingen zelfmoord pleegt of gek wordt. Zelf presenteert Hundertwasser zich steeds meer als 'architectuurdokter', die zieke gebouwen gezond kan maken door met ronde lijnen de rechte hun ziekma(Jkende kracht te ontnemen en die door het planten van bomen en struiken naast, in en op de gebouwen het organische karakter van architectuur kan herstellen.

In deze tijd ontwikkelt Hundertwasser ook het idee van een 'boom als huurder'. In daartoe geschikte kamers zou men een boom als huurder toe moeten laten. Aarde moet daarvoor worden gestort, een bewateringssysteem worden uitgedokterd, etc. Door het open raam zou de boom naar buiten moeten groeien en zijn huur betalenn de vorm van lucht- en waterzuivering, met zijn schoonheid en schaduw. In 1973 in de Via Manzoni in Milaan plantte Hundertwasser zijn eerste 'Baummieter'. Een ander Hundertwasser-idee: het raamrecht. Elke huurder zou het recht moeten krijgen het stuk muur te versieren, dat hij met zijn arm rondom de ramen van zijn appartement kan bereiken. Als de huurder niets aan het uiterlijk van zijn woonomgeving zou mogen doen zou hij niets meer dan een slaaf zijn, vindt Friedensreich Hundertwasser.

Was het getikt of juist heel dapper van de stad Wenen om een kunstenaar met dergelijke denkbeelden over architectuur de ruimte te geven om een van haar woningbouwprojecten vorm te geven? Het was in elk geval geen onomstreden beslissing.

Wenens architecten rebelleerden en de stad moest een door haar bezoldigde stadsarchitect een marsorder geven om Hundertwasser te kunnen voorzien van de nodige bouwkundige expertise. Maar to begon het project ook in hoog tempo te rollen: tussen augustus 1983 en herfst 1985 kwam de toeristische trekpleister aan de Lowengasse tot stand.

Het gebouw met 50 flats kostte 12 miljoen gulden. Het heeft tien terrassen, waarop 900 ton aarde is gestort. Daarin groeien 530 bomen en struiken, waarin duiven, mezen, mussen, merels, kraaien en vinken zouden zitten te kwinkeleren. Het gebouw heeft centrale verwarming, maar ook schoorstenen (“kinderen tekenen toch ook altijd huizen met rokende schoorstenen?”). Van keldergage tot dakterrassen loopt een paar kilometers lange mozaekstrip, die “het huis beschermt als een bolwerk”. (So wird es zur freundlichen Festung, zegt Hundertwasser.) Het alles overheersende principe bij de bouw: onregelmatigheid.

Helemaal heeft de schilder zijn idealen niet kunnen verwezenlijken. Geldgebrek maakte het onmogelijk ronde ramen, gebogen daken te realiseren. Er moest gebruik gemaakt worden van voorgefabriceerde standaardelementen. Maar wel bereik Hundertwasser dat uit het fabrieksaanbod een veelvoud aan vormen werd toegepast.

Zachte macht De op de stoep van het flatgebouw fotograferende of filmende toerist moest de afgelopen jaren zijn eventuele nieuwsgierigheid naar Hundertwasser en zijn huis zien te bevredigen met informatie uit gidsjes van Wenen of boekjes uit de boekwinkel. Aan die nijpende situatie is een einde gekomen.

Pijlen verwijzen belangstellenden nu naar een Hundertwasser-Kunsthaus, dat ruim een maand geleden werd geopend, op vijf minuten lopen afstand. Alvorens aandacht te geven aan deze nieuwe Hundertwassertempel eerst nog een paar citaten uit een in dit Kunsthaus te kopen boekje over het Hundertwasserhaus van Karl Heinz Koller en uitgegeven door het 'Eigenverlag Buro fur angewandte Kosmologie.'

Koller brengt het huis in verband met een 'Pueblovesting', schrijft dat de bomen ('Watusikrijgers') het bos terugbrengen naar de stad en het mogelijk maken voor de stadsbewoners om terug te keren naar h wortels: aarde en bomen, zonder hun huis uit te hoeven. Niet de machine dicteert in dit huis, maar de zachte macht der vegetatie. “Je mehr Hundertwasserhauser, desto weniger Krankenhauser.” Het Hundertwasserhaus kan, aldus Koller, een gezonde shock veroorzaken bij de internationale architectuurwereld, die “gehypnotiseerd door de technologie en gekneveld door rentabiliteits- en prestigeoverwegingen op de korte termijn de mens tot een onderdeel van een woonmachine reduceert en ronachtzaamt dat woonmachines ook de zielen van de mensen opeten - op de lange duur”.

Dit huis is niet alleen maar een romantisch Disneykasteel, zo zegt het boekje nog. Het is een creatie van Hundertwasser, die decennia lang met 'oud-testamentische inzet' gestreden heeft tegen totalitaire techniek, zoals kernenergie, en tegen de levensvijandige macht van de rechte lijn, onder het motto: “Slechts wie volgens de wetten van planten en de vegetatie let kan niet fout gaan.” De kunstenaar in zijn rol van ziener en sjamaan heeft dit huis een medicijn voorgeschreven dat bijdraagt aan de genezing van de aarde en de menselijke waardigheid.

Pffff. Het zijn opgeschroefde teksten, waarmee de Hundertwasser-apostel diens huis een kosmologische betekenis toedicht. Wie voor het huis staat ziet eerder een naar de Spaanse architect Gaudi verwijzend, aan de kindertekening herinnerend gebouw met kleurige scheve zuiltjes en kleurvlekken op de muren, m uit terrassen puilende bomen en struiken, die onweerstaanbaar aan haargroei uit oor en neus doen denken. Wel onderscheidt het huis zich weldadig van de grijze utiliteitsbouw, waarmee de stad Wenen verder haar straten heeft versomberd, maar als medicijn voor de kwalen van onze tijd kan het nauwelijks dienen. Als voorbeeld van een organische architectuur (zoals te zien is in Alberts'

NMB-gebouw in Amsterdam-Zuidoost) kan het Hundertwasserhaus ook niet gelden. Ontdaan van zijn begroeiing, beschildering en mozaekdecoraties zou een grotendeels onopmerkelijk gebouw met rechte ramen en deuren overblijven.

POSTZEGELS

Dit geldt nog meer voor het Hundertwasser-Kunsthaus in de Untere Weissgerberstrasse, waar de schilder de voormalige fabriek van de gebroeders Thonet heeft verhundertwasserd tot een documentatiecentrum en expositieruimte met Hundertwasser in het middelpunt. (De schilder is trouwens voor de helft eigenaar van het project, dat 10 miljoen gulden gekost heeft.) Dit KunstHausWien wijdt permanent 750 vierkante meter tentoonstellingsruimte aan het gevarieerde werk van de kunstenaar, aan zijn kleurige, vaak door spiralen beheerste schilderijen, zijn postzegelontwerpen, zijn maquettes van onder grasland verscholen woningbouw, foto's van door hem gehumaniseerde gebouwen zoals een kerkje in Barnbach in Stiermarken, de Rosenthalfabriek, een wegrestaurant, etc.

Verdr is er ook 750 vierkante meter ter beschikking voor wisselende exposities. Als eerste komt vanaf 11 juli Jean Tinguely daarin aan bod. Daarna, in november, volgt een overzichtstentoonstelling van het werk van Robert Matta.

Vooraanstaande figuren uit de Weense kunstwereld zitten in een adviesraad, die het KunstHausWien bijstaat.

Het nieuwe museum tracteert de bezoeker op Hundertwassertotaalervaring. Hij moet strompelen over de ongelijke, ingelegde vloeren, waar hij naar kijkt zijn uit de ramen hangende bomen, mozaken, zuiltjes, torentjes, daken met gras en fonteinen met 'levenwekkend' water van de kunstenaar Hans Muhr. In het cafe zit men op Thonetstoelen. Gelukkig zijn er houten klossen om de ongelijke vloer (volgens Hundertwasser: “eine Melodie fur die Fusse”) te slim af te zijn. Als het lukt een kwart van de bezoekers die naar het Hundertwasserhaus gaan ook naar het museum te lokken (250.000 per jaar dus) is het (commerciele) succes van het KunstausWien, dat geen kunstwerken gaat aankopen en geen wetenschappelijk werk gaat doen, verzekerd, zo zegt de uit de marketing voortgekomen exploitante van het museum: Birgit Jaschke.

Op de opening van het KunstHausWien is door de Weense pers schamper gereageerd. Hundertwassers succes bij het publiek, zijn Franse decoratie uit de handen van Jack Lang, de bewondering van Senegals president Senghor, dit alles heeft de kunstkritiek in Hundertwassers geboorteland niet omgeturn. Hij weet het zelf: de kritiek ziet mij als “een publiciteitsgeile, op geld verzotte kunstenaar, die decoratieve kunst produceert”. Maar volgens hem zijn de critici intolerant en corrupt, steunen zij elkaar en bedrijven cultureel en intellectueel terrorisme tegen alles wat niet door hun groep gepropageerd wordt.

Helemaal ongelijk heeft Hundertwasser hierin niet, evenmin als in zijn kritiek op de architectuur van onze tijd (reist ook niet Adriaan van Dis met zijn handen voor zijn ogen door het land o de lelijke gebouwen niet te hoeven zien?). Maar dit maakt zijn werk niet minder vlak en decoratief, verhoogt de zeggingskracht ervan niet. En Hundertwasser gooit koren op de molen van de kunstkritiek door zich steeds meer te lenen voor gladde commerciele en publicitaire projecten. Tegenover het KunstHausWien verhundertwassert hij nu weer het pand van een bandenhandel, zodat er een winkelcentrum in kan worden gevestigd. Ook het noodlijdende stadin hoopt op reanimatie door de toverstaf van de meester.

KABOUTER

Wenens 3. Bezirk is architectonisch toch nog niet in de greep van wat, niet eens met kwade wil, Hundertwassers 'kabouterstijl' zou kunnen worden genoemd. (De tuinkabouter zou volgens hem een vruchtbaarheidsgod van klein formaat zijn, die het slechte geweten van de mens tegenover de natuur symboliseert). Wie voorbij het Hundertwasserhaus loopt, langs het geboortehuis van de componist Anton von Webern, daarna rechts de Rasumofskygasse in tot bijna bij het appartement van Robert Musil en dan links langs het Rasumofskypaleis, waar Beethoven zijn vijfde symphonie ten doop hield, naar de Kundmangasse, staat voor het tussen 1926 en 1928 gebouwde Stonborough-paleis, ontworpen door Paul Engelmann en Ludwig Wittgenstein in opdracht van Ludwigs zuster Margaret Stonborough-Wittgenstein.

Engelmann was een leerling van Adolf Loos en het huis is dan ook het absolute tegendeel van alleswaar Hundertwasser voor staat. Het is een produkt van de liniaal, kaal, wit en rationeel, met hoge slanke ramen, gedeeld door verticale lijnen, ornamentloos, streng en zwijgend. Deze indruk wordt nu nog versterkt omdat het huis niet langer, zoals in 1928, in een park ligt. Een deel van het terrein dat Margaret Stonborough bezat, wordt nu in beslag genomen door een hoog nadrukkelijk kantoorgebouw. Op oudere foto's is nog te zien hoe bomen en een groene rand langs de het terrein afsluitende muur het ontwerp van zijn al te kill gestrengheid ontdeden.

Wittgenstein, die werktuigbouwkunde had gestudeerd, was vooral betrokken bij het interieur van het huis. Daarin zette hij de strikte rationaliteit van de buitenkant voort. Hij bekleedde het interieur niet, zoals Adolf Loos deed, met warmere materialen om de huiselijkheid te bevorderen. (Loos greep tenslotte terug op het Biedermeiergevoel in zijn bouwen. Zijn koele faades waren vooral bedoeld om de intimiteit van het interieur te eschermen.) Wittgenstein werkte aan elk detail, ontwierp de deurknoppen, de grendels en de radiatoren, bedacht de geschuurde betonnen vloeren en liet de muren als marmer pleisteren en in matte zijdeglans uitvoeren. Dit interieur zou later aan structuuranalyses onderworpen worden, waarin de bel-etage met zijn radicale gestrengheid met Wittgensteins Tractatus in verband zou worden gebracht en de meer ontspannen bovenverdiepingen met zijn latere filosofie.

Dat het huis nog bestaat is intussen een wonder. Witgensteins neef, dr. Thomas Stonborough, verkocht het na de dood van zijn moeder aan een projectontwikkelaar, die het huis bijna had afgebroken. Gelukkig liep de Weense architectenbond te hoop en wist de afbraak te voorkomen, waarna de Bulgaarse Volksrepubliek zich bereid verklaarde het huis aan te kopen als Bulgaars cultuurinstituut.

Dat is het nu en omdat de Bulgaarse Volksrepubliek gelukkig niet langer is wat zij geweest is zijn er in het nu Wittgensteinhaus genoemde huis tentoonstellingen van Bulgarije's jongste kunstenaars. Op dit moment betekent dit onder andere dat in de strakke witte eenvoud van Wittgensteins interieur een grofhouten krukje en een vies houten trapje hun minimale boodschap brengen. Maar er is ook een zaal met aquarellen en gewassen pentekeningen, die de invloed van de late Picasso verraden. Van socialistisch realisme is geen spoor te bekennen.

Wittgenstein zei zelf over het huis voor zijn zuster Gretl dathet “het produkt was van een goed gevoel voor nuances, van goede manieren, de expressie van een groot begrip voor cultuur, etc. Maar het oorspronkelijke leven, het wilde leven, dat zou willen uitrazen, ontbreekt. Men zou daarom ook kunnen zeggen: het mist gezondheid.” Friedrich Achleitner schrijft in zijn voortreffelijke Osterreichische Architektur im 20.

Jahrhundert dan ook dat het huis in zijn Weense omgeving werkt als een geslepen kristal. Op dat nive werkt het ook op d wandelaar die na Hundertwassers huis is doorgelopen: als ijle lucht na de zware humuslucht in de sprokentuin.

Scheidt een onoverbrugbare kloof de twee huizen? Zeker. Maar voor een dunne lijn tussen de twee voorbeelden van twintigste-eeuwse architectuur hebben gewone Weners gezorgd.

Op een van de ramen van het Hundertwasserhaus, op de tweede verdieping, staan letters: PEACE ON EARTH. Een goede tekst voor iemand die woont in het ontwerp van een man die zich Friedensreich is gaan noemen. Op de witte en van de garages onder het Wittgensteinhuis staat een van de godzijdank weinige Weense graffiti te lezen: AMNESIE OHNMACHT TOD en daarnaast WEG MIT DEM HEER. Ondanks alles: verbindende teksten.