De exotische gratie van Kiri Te Kanawa; Eens zal ik gehoorzaam zijn

De wereldberoemde sopraan Kiri Te Kanawa geeft niet al te vaak concerten. Ze lijdt aan een onweerstaanbare luiheid en zegt liever thuis bij man en kinderen te redderen dan mooi te zingen. Toch geeft ze komende dinsdag in het Amsterdamse Concertgebouw een concert, met aria's van Mozart en de Vier letzte Lieder van Richard Strauss. Kasper Jansen over een languissant hunkerende zangeres, die niets liever wil dan het publiek dienen.

Opnamen van het concert van Kiri Te Kanawa worden op Eerste Kerstdag uitgezonden door de Avro. Platen van Kiri Te Kanawa verschenen bij Philips, Decca, EMI en Sony-CBS.

Alleen al het verhaal over de oorsprong en betekenis van de naam Kiri Te Kanawa lijkt geschikt voor een operalibretto of beter nog: een musical. Want 'musical' is immers een Engels woord, zo passend bij de Nieuw-Zeelandse zangeres die een grote voorliefde heeft voor deze vorm van theater. Maar ook roept de term 'musical' associaties op met 'licht' en 'eenvoud' en 'vrolijkheid', eigenschappen die Kiri Te Kanawa als geen andere sopraan uitstraalt. En bovendien verwijst 'musical' veel meer dan 'opera' direct naar het begrip 'muziek'. Zingen is immers al sinds haar vroegste jeugd zo verweven met haar bestaan en gaat haar zo vanzelf af, dat de enige schaduwzijde van de carriere van Kiri Te Kanawa lijkt te bestaan uit de moeite die ze zich telkens weer moet getroosten om toch nog iets beter te zingen dan ze gewoon uit zichzelf al zou doen.

De naam Kiri Te Kanawa verbindt ook de twee aspecten van 'opera' en 'musical': horen en zien, luisteren en kijken, klinken en uitbeelden. Kiri betekent in de taal van de Maori's 'klok' of 'bel'. En Te Kanawa was een Maori-stamhoofd van wie niet alleen wordt verteld dat hij rebels was maar ook dat hij uiterlijk een knappe man was. Bovendien zou de vader van Kiri Te Kanawa een prachtige zilveren tenorstem hebben gehad.

Als men de foto's van Kiri Te Kanawa bekijkt, dan ziet men haar eerst uitgroeien van een lief kleutermeisje tot een wat exotische maar ook nogal grof uitziende puber. Rond haar twintigste had haar toen te magere gezicht met die ver uitstekende kaakbeenderen nogal harde trekjes. Die transformatie ging ook gepaard met een omschakeling van mezzo-sopraan tot sopraan. Die stap nam Kiri Te Kanawa op aanraden van Richard Bonynge, de echtgenoot en 'ontdekker' van Joan Sutherland, toen ze in 1966 in Londen een masterclass bij Bonynge volgde.

En nu, op haar zevenenveertigste, lijkt Kiri Te Kanawa jonger en mooier dan ooit, met een gelukkige en innerlijk zelfverzekerde en welvoldane uitstraling. Zelfs naturel lijkt ze een prinses, ze heeft een koninklijke verschijning die men zich eigenlijk niet anders kan voorstellen dan in een luisterrijke avondjapon. Ze is een werkelijk levend personage uit de ideale laat-romantische opera, zo een van Richard Strauss die heel goed afloopt: Arabella.

PLEEGOUDERS

Nog een aspect van het leven van Kiri Te Kanawa leent zich voor een sprookjesachtig opera- of musicalverhaal: haar wat mysterieuze en exotische afkomst. Kiri werd geboren op 6 maart 1944 als de dochter van een Maori-vader en een moeder van Europese afkomst, de non-conformistische dochter van een dominee. Haar ouders boden haar ter adoptie aan en de nog naamloze Kiri kwam terecht bij pleegouders: Tom en Nell Te Kanawa. Net als haar natuurlijke vader was Tom Te Kanawa een Maori en zijn vrouw Nell was van Europese afkomst. De oud-oom van Nell was de componist Sir Arthur Sullivan, aan het eind van de vorige eeuw samen met tekstschrijver Gilbert de maker van typisch Engelse operettes als The mikado en The pirates of Penzance. Hij schreef ook Onward, christian soldiers.

Kiri's pleegouders hadden zich aangemeld om een zoon, een nieuwe stamhouder voor vader Te Kanawa, te adopteren en ze adverteerden daarvoor ook in de krant. Maar toen een maatschappelijk werkster aankwam met een vijf weken oud meisje dat door niemand werd gewenst, ging Tom overstag. Toen pas was daar Kiri Te Kanawa. Nu heeft ze samen met haar man Desmond Park zelf twee kinderen geadopteerd.

Ook voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid van Kiri Te Kanawa was die adoptie van cruciaal belang. Het werd haar verteld toen ze nog maar twee jaar was, als iets om tegen de rest van de wereld geheim te houden. “Ik voelde dat ik iets speciaals was en speciale verantwoordelijkheden had. Ik ben er bijna zeker van dat als ik niet had geweten dat ik was geadopteerd, ik een 'nobody' was gebleven en nu in Nieuw Zeeland kinderen zou opvoeden.”

Ook al vindt Kiri Te Kanawa dat ze sindsdien “een vechter” was, toch wordt haar levensloop juist ook volgens eigen zeggen gekenmerkt door een onweerstaanbare luiheid. Steeds opnieuw zegt ze ontzettend lui te zijn, geen zin te hebben in studeren en repeteren, zich veel liever over te geven aan een “gewoon leven”. Of ze zegt het niet erg te vinden op te houden met zingen en voortaan thuis bij man en kinderen te redderen. Het 'vechten' dat ze doet is dan iedere keer weer besluiten toch maar echt aan het werk te gaan, op een professionele manier te repeteren, of zich voor te bereiden op een nieuwe rol.

Het verhaal over de ontdekking van de stem van Kiri Te Kanawa is klassiek en lijkt in grote trekken op dat van de Australische Joan Sutherland, die ook naar Londen ging en na een paar jaren van hernieuwde studie in 1971 haar eerste triomfen vierde in Covent Garden, als gravin in Mozarts Le nozze di Figaro. Kiri Te Kanawa bleek als peuter al een natuurtalent, dat intens werd gekoesterd door haar moeder, die haar liedjes als Daisy, daisy en The Sunshine of your Smile aan de piano begeleidde. Later verhuisde het gezin ten koste van veel opofferingen naar Auckland, waar Kiri op een katholieke kloosterschool van St Mary's zangles kon krijgen van zuster Mary Leo.

Op haar zestiende was ze wegens gebrek aan werkelijke belangstelling voor de normale vakken al van school af. Ze had allerlei baantjes, terwijl haar zanglessen bij zuster Mary Leo natuurlijk wel doorgingen, daar zorgde haar moeder wel voor.

Bij haar eerste zangwedstrijd werd Kiri Te Kanawa tot groot ongenoegen van het publiek slechts tweede. Maar het publiek zag haar dan ook optreden, terwijl de jury thuis onbevooroordeeld naar de radio-uitzending luisterde.

En het moet nog steeds gezegd: de ware Kiri hoort men op haar best zingen als men haar ook ziet zingen, in de opera of op het concertpodium. Haar persoonlijke charme, de bijzondere uitstraling van haar elegante aanwezigheid, haar hoofse manier om bij een recital al voor aanvang een diepe knieval te doen voor het publiek, dat alles is een onlosmakelijk onderdeel van de zo prachtige presentatie van haar zangkunst. Zo'n gracieuze reverence als Kiri Te Kanawa maakt voor haar verrukt gehoor, is een uiting van diepe en serieuze eerbied voor het publiek, dat ze alleen maar wil dienen met moeiteloze zang van soevereine schoonheid.

NACHTCLUB

De carriere van Kiri Te Kanawa ontwikkelde zich bijna vanzelf.

Als zesjarige trad ze voor het eerst op voor publiek: ze moest op een stoel staan om bij de microfoon van het plaatselijke radiostation van Gisborne te komen. En op haar twintigste was Kiri Te Kanawa in Nieuw Zeeland 'wereldberoemd'. Na haar eerste baantje als zangeres in een nachtclub waren er zangwedstrijden, optredens voor radio, tv, en film en plaatopnamen voor Kiwi Records.

Dankzij die vroege roem is er nu de dubbel-cd The Young Kiri met opnamen uit de jaren '64 tot '70. Veel van haar repertoire was lichte muziek: evergreens, musicalsongs, Maori-volksliedjes en het eeuwige Yesterday van The Beatles.

Het is ontwapenend en fascinerend om te horen dat de essentiele kwaliteiten toen al zo overtuigend aanwezig waren in haar stem, ook al was die in technisch opzicht toen nog niet geheel tot volle bloei ontwikkeld. Rossini's Una voce poco fa, waarvoor ze niet perfect gekwalificeerd was, laat op vertederende wijze horen hoe ze sommige problemen omzeilde door af en toe gewoon iets anders te zingen.

Puccini-aria's - deels op Engelse teksten - uit La boheme, Madama Butterfly en Tosca hebben een vaak wonderschoon lichte en frisse uitstraling. Kiri Te Kanawa zong ook toen al op een heel weloverwogen manier, zoals is te horen aan de twee versies van de Tosca-aria Vissi d'arte - hier Love and music, these have I lived for. Op een door haar gewonnen zangwedstrijd in Melbourne in 1965 zingt ze de aria met pianobegeleiding op een nogal dramatische wijze. Anderhalf jaar later, op een concert met orkestbegeleiding voor een publiek van tienduizend landgenoten is de aria niet langer de aankondiging van een tragische dood maar schept die juist in dat openluchttheater een innig liefdevolle en geruststellende intieme sfeer. Veel meer dan het geval zou zijn geweest met een exuberantere presentatie was het effect daarvan bij deze gelegenheid hartveroverend en vervoerend.

Toen Kiri Te Kanawa in 1990 voor het eerst in vijf jaar weer in eigen land optrad, trok ze bij drie openluchtconcerten 260.000 toehoorders en de 140.000 mensen die haar in Auckland hoorden vormden het grootste publiek dat ooit een een klassiek concert hoorde. In 1981, toen ze bij het huwelijk van Prins Charles en Lady Diana in St Pauls Cathedral op jubelende wijze Let the bright seraphim van Handel zong, had ze via de tv een publiek van naar schatting 600 miljoen mensen. Ze zagen een vrolijk natuurverschijnsel: Kiri leek vooral een exotische zangvogel, ongeveer als Pamina in Mozarts Die Zauberflote. Ze was uitbundig als een papegaai gekleed in een jurk met bonte kleurenpracht en had een veren hoedje op. Alleen het bruidspaar, dat intussen het trouwregister tekende, zag haar niet.

Dat eervolle optreden bij deze officiele gelegenheid was de definitieve bevestiging van de snel gerezen wereldroem van Kiri Te Kanawa. Die was voor een deel ook te danken aan haar opvallende rol als Donna Elvira in de befaamde verfilming van Mozarts Don Giovanni (1979) door Joseph Losey. Verbijsterd loopt ze daar bij de Villa Rotonda van Palladio in Vicenza de heuvel af, terwijl lakeien de lange catalogus met namen naar beneden afwikkelen en ze van Leoporello hoort over de in totaal 2065 vrouwen die al eerder waren veroverd door Don Giovanni. De beelden van die verwilderde Te Kanawa als Elvira, gehuld in een extravagant om haar heen fladderend wit gewaad aan de voet van die rust en evenwicht vertegenwoordigende klassiek geproportioneerde villa, zijn onvergetelijk.

De legendarische luiheid van Kiri Te Kanawa heeft gelukkig positieve kanten. Omdat ze niet al te veel optreedt spaart ze haar stem. En ook houdt ze daardoor haar repertoire goeddeels beperkt tot wat haar als lyrische, en duidelijk niet wezenlijk dramatische sopraan het beste ligt. Het zich - zoals Callas deed - werkelijk inleven in een rol als Tosca staat haar bij voorbeeld tegen: ze kan zich immers niet werkelijk voorstellen een moord te plegen.

Ook staat het Kiri Te Kanawa ook om redenen van esthetiek tegen het wel degelijk beschikbare dramatischer deel van haar stembereik in het borstregister aan te spreken. Ze gruwt er bij voorbeeld van daarin op Marilyn Horne te lijken. Maar onder die omstandigheden is haar vertolking van Tosca niettemin opmerkelijk goed aangevoeld. Ik denk omdat ze zich met een ander aspect van die rol - Tosca is immers een zangeres - wel geheel kan vereenzelvigen.

MOZART

Het best is Kiri Te Kanawa in rollen die in wezen samenvallen met haar persoonlijkheid, zoals de gravin in Le nozze en de Marschallin in Der Rosenkavalier. Mozart is voor Kiri Te Kanawa de ideale componist. Alleen al het epaterende vertolken van Mozarts noten die de dramatiek al in zich dragen is bij Te Kanawa vrijwel voldoende voor een optimaal gunstig resultaat.

Zo is de rol van Mademoiselle Silberklang in Der Schauspieldirektor haar om meer dan een reden op het lijf geschreven. En de cd uit 1982 waarop Sir Colin Davis en het London Symphony Orchestra Te Kanawa begeleiden in Mozart-arias uit deels minder bekende opera's is een van de weinige platen die ik vaak en puur voor mijn plezier draai. Niets roerenders en echters dan die ontredderd uitgeputte zucht - buiten adem van aandoening - aan het slot van Crudeli fermate uit La finta giardiniera.

En Arabella van Richard Strauss, dat is Kiri Te Kanawa natuurlijk zelf, zoals ze daar zo verstandig en weloverwogen zingt maar niettemin tegelijkertijd met een languissant hunkerende hartstocht, die uitmondt in een etherisch verheven extase: Aber der Richtige, wenn's einen gibt fur mich auf dieser Welt, der wird einmal dastehn, da vor mir, und wird mich anschaun und ich ihn, und keine Zweifel werden sein und keine Fragen, und selig werd ich sein und gehorsam wie ein Kind. En aan het slot van de opera, als ze in Mandryka inderdaad 'der Richtige' heeft gevonden zingt ze terecht: Ich kann nicht anders werden, nimm mich, wie ich bin.