Brieven van Tennessee Williams; Vriendin tussen vriendjes

Maria St. Just (commentaar): Five O'Clock Angel, Letters of Tennessee Williams to Maria St. Just, 1948-1982. Uitg. Andre Deutsch, 409 blz. Prijs (f) 68,-.

In de twintig jaar voor zijn dood in 1983 begon het erop te lijken of de tijd van Tennessee Williams voorbij was. Dat A Streetcar Named Desire in 1947 en Cat on a Hot Tin Roof in 1956 zijn naam groot hadden gemaakt, kwam misschien alleen doordat zij aan een voorbijgaande mode beantwoordden. In ieder geval werden zijn late toneelstukken gewoonlijk afgedaan als imitaties van de vroege. Hij behaalde in 1975 een 'succes de scandale' met zijn Memoirs waarin hij onthullingen deed over sommige van zijn relaties met aantrekkelijke wilde jongens, maar dat was niet serieus genoeg om zijn aanzien te herstellen.

Toch leeft hij nu nog voort. Zijn voornaamste stukken houden stand, en zijn overgevoelige, libidineuze, onzekere, praatgrage persoonlijkheid blijft ons bij terwijl de tijdgenoten die zulke terechte aanmerkingen op hem maakten zoek raken in het verleden. Wie hem heeft leren kennen, vindt zelfs in zijn brieven aan Maria St. Just biografische fragmenten om te bewaren, tussen veel verhalen en toelichtingen die weinig te betekenen hebben.

Maria St. Just heette van huis uit Britneva. Zij is een Russische emigrantendochter, in Engeland opgegroeid en getrouwd met Lord St. Just. In 1948 ontmoette zij Tennessee Williams bij John Gielgud thuis, en daar begon hun vriendschap die tot zijn dood geduurd heeft. In the Memoirs is 'my friend, the Lady St. Just', maar af en toe te zien; volgens Williams hadden de editors van zijn uitgever de meeste passages over haar geschrapt. In de biografie door Donald Spoto heeft zij nog minder plaats: drie korte vermeldingen. Ik kan me voorstellen dat zij als weduwe besloten heeft of overgehaald is Williams' brieven aan haar te publiceren, zowel om zijn levensgeschiedenis aan te vullen als om die van haarzelf cachet te geven.

Niet dat hij haar geregeld schreef; daar leefde hij te ongeorganiseerd voor. Evenmin kan gezegd worden dat hij alles wat er in hem omging aan haar toevertrouwde. In de loop van de jaren vertelde hij soms openhartig over zijn relaties met onbevredigende vriendjes, zoals een jongen aangeduid als het Enfant Terrible, en zoals Oliver Evans, uit de Memoirs bekend als 'my dear friend professor Oliver Evans', die wij hier met ontsteltenis en lachlust van dichtbij kunnen waarnemen. Maar vaak zijn de brieven alleen gezellig en hartelijk, met mededelingen over stukken en acteurs, en over reisplannen die binnenkort misschien weer tot een ontmoeting met haar zullen leiden.

OPWINDERDER

Maria St. Just was een van de weinige vaste aanwezigheden in Tennessee Williams' gevoelsleven, samen met zijn arme zuster Rose in de psychiatrische inrichting, en enkele jaren lang met Frank Merlo, zijn grote liefde totdat die ook weer verliep, zonder geheel verbroken te worden. Wat hij voor haar betekende kunnen wij ons ongeveer voorstellen. Zij heeft waarschijnlijk een eerbaar leven geleid als echtgenote en moeder, maar het had zo te horen opwindender gekund en zij wil best laten merken dat zij nog een andere rol gespeeld heeft in de geschiedenis van haar tijd. Kijk eens wat die beroemde man mij heeft geschreven, horen wij haar bijna uitroepen: en luister eens wat ik verder over hem kan vertellen!

Zij is tegelijk innemend en lastig, temeer omdat zij weinig bedrevenheid toont in het commentarieren van brieven. Zij heeft de assistentie gehad van enige medewerkers, die zij in een woord vooraf bedankt. Haar teksten, tussen aanhalingstekens afgedrukt, zijn door een of meer van die andren met elkaar verbonden: een derde stem, die van alles over Williams te beweren heeft. Voorbeeldige edities van brieven doen het anders. Niettemin zien wij de beide hoofdpersonen zich aftekenen, bedoeld en onbedoeld, en de foto's dragen ook iets bij.

Op 7 januari 1977 klaagde Williams in een brief aan 'een gemeenschappelijke vriend' die geciteerd wordt in het commentaar, dat hij een tijd niets van Maria gehoord had. “I sometimes suspect this friendship and concern for me is all a myth that she has constructed.” Na dertig jaar trekt hij ook deze vriendschap in twijfel! Hij had altijd te kampen met ongeloof in de gevoelens van vrienden en vriendjes voor hem.

“To know me is not to like me”, schreef hij in de Memoirs, maar de lezer had bijna gedacht dat in de relatie met Maria zijn onzekerheid overwonnen was. Toch weer niet: het was een goed idee om dat stukje brief erbij te halen en ons te herinneren aan wat er nooit in hem veranderde.

Later, in 1977, schreef Williams aan Maria dat hij tevergeefs geprobeerd had de redacteur van de boekenbijlage van de New York Times aan de telefoon te krijgen: de secretaresse zei aldoor dat hij even 'out' was - “Apparently she means out the window, for though I leave a message for him to call me, he doesn't.”

Dat soort radeloze humor typeert Williams' levensgevoel. Aardig of niet, hij klinkt vaak vertrouwd.