BORIS JELTSIN; Een doorbijter uit de Oeral

MOSKOU, 14 JUNI. Eindelijk. Boris Nikolajevitsj Jeltsin is nu waar hij al zo lang wil zijn: hij is de eerste rechtstreeks verkozen president in de geschiedenis van het duizendjarige Rusland geworden en dus op een haar na de machtigste man van het imperium dat Sovjet-Unie heet.

Dit succes heeft hij natuurlijk aan zichzelf te danken maar misschien nog wel meer aan zijn omgeving. De kracht van Jeltsin is het afgelopen half jaar namelijk geweest dat hij de fouten van Gorbatsjov in Vilnius en daarna als een ware outplacement manager heeft weten uit te buiten. Terwijl Gorbatsjov zijn vertrouwelingen van het eerste uur der perestrojka rond de jaarwisseling een voor een van zich vervreemdde en pas later - te laat - op zijn schreden is teruggekeerd, heeft Jeltsin langzaam maar zeker een schare nuttige adviseurs om zich heen weten te verzamelen die hem, zeker de afgelopen maanden, behoorlijk in de touwen hebben gehouden. Hij heeft zo de rol van oppositieleider successievelijk kunnen afleggen. Vroegere Gorbatsjov-adepten als de economen Oleg Bogomolov, Nikolaj Sjmelev en Pavel Boenitsj, de burgemeesters Anatoli Sobtsjak van Leningrad en Gavriil Popov van Moskou maar vooral minder bekende aankomende politici en bestuurders hebben zich van die taak gekweten.

Boris Jeltsin is zestig jaar geleden geboren in een boerendorp in de buurt van Sverdlovsk, de hoofdstad van de Oeral. Volgens zijn eigen biografie, vorig jaar in Nederland verschenen onder de titel Getuigenis van een opposant, is al op zeer jeugdige leeftijd een ding duidelijk: hij is een bijzonder mens, en dat is hij. Al bluffend heeft hij zich een weg door het Sovjet-leven gebaand. Leraren stuurt hij moeiteloos het bos in door te doen alsof hij Marx pagina- en alinea-nauwkeurig kan citeren. Het binnenlandse paspoortsysteem lapt hij aan zijn laars door per trein het halve land te doorkruisen. Zelfs secretaris-generaal Leonid Brezjnev zet hij, inmiddels opgeklommen tot partijleider in het district Sverdlovsk, met een welgekozen leugen op het verkeerde been als hij geld nodig heeft voor het heil van zijn geboortegrond. Kortom, het levensverhaal van Boris Jeltsin is een moderne variant op het oude verhaal over David-versus-Goliath. Althans, volgens Boris Jeltsin.

Waarheid dan wel poezie, hij is er razend populair mee geworden. Eerst in eigen kring en later in heel Rusland. Als hij zich in 1987 als partijchef van Moskou met openlijke kritiek op Jegor Ligatsjov (de tweede man in de CPSU en representant van de conservatieve anti-alcohol vleugel) en Raisa Gorbatsjova (de echtgenote) buiten de benepen cultuur van het politburo plaatst, denkt de partijleiding hem op klassieke wijze te kunnen uitrangeren. De perestrojka blijkt echter al te ver gevorderd. De klassieke trucs werken niet meer. Jeltsin vecht door. In 1989 wordt hij met een ongelofelijke meerderheid (89,6 procent) in het centrale parlement van de Sovjet-Unie gekozen. En een jaar later herhaalt zich dat fenomeen bij de verkiezingen voor het parlement van Rusland, zij het met een iets bescheidener percentage (84,2 procent).

Na die laatste verkiezingen weet Jeltsin een eerste doorbraak te forceren. Hij wordt op 29 mei 1990, zij het met een minimale meerderheid, tot voorzitter van dit eerste democratische Russische parlement verkozen en daarmee tot de politieke leider van het hartland van de hele Sovjet-Unie. Op dinsdag 12 juni verklaart de Russische Opperste Sovjet het land 'soeverein'. Een maand nadien bedankt de nieuwe leider ook nog eens voor de partij en begint aldus zijn tweede politiek leven. De machtsbalans tussen Rusland en het 'centrum' in het Kremlin is definitief verstoord.

In de eerste maanden denkt het ancien regime de nieuwe verhoudingen nog vrij eenvoudig te kunnen negeren of frustreren. Het jaagt Jeltsin in het harnas. Als Michail Gorbatsjov, met wie hij sinds zijn ontslag uit het politburo vier jaar geleden toch al een gecompliceerde relatie heeft, hem in het najaar bedondert door eerst het Russische economische hervormingsprogramma (het zogenaamde 'vijfhonderddagen-plan') te omarmen en het vervolgens weer terzijde te schuiven, slaan de stoppen door. Jeltsin, inmiddels terzijde gestaan door de zich langzaam uitdijende beweging Democratisch Rusland, kiest voor de polarisatie: het partij-apparaat, dat de bureaucratie nog altijd domineert, moet nu toch echt worden uitgeschakeld, is het parool. Het eerste kwartaal van dit jaar wordt het daarom buitengewoon spannend. Leger en binnenlandse strijdkrachten doen in Litouwen en later in Letland een poging het tij te keren.

Jeltsin staat pal voor de Baltische republieken die onafhankelijk willen worden, maar blijft ook daarna, als duidelijk wordt dat de tegencoup in een moeras is weggezakt, elke compromis met het 'centrum' rond Gorbatsjov afwijzen.

Totdat hij zelf eind maart in politieke problemen raakt. Er lijkt zich een meerderheid te vormen in zijn eigen parlement die in deze 'confrontatie-koers' aanleiding ziet om hem af te zetten. Jeltsin wordt de redelijkheid zelve, precies op het moment notabene dat Gorbatsjov tienduizenden politie-agenten de straat op stuurt om een algemeen demonstratieverbod te handhaven en het Russische parlement te intimideren. Met daverend succes. De Russische volksvertegenwoordiging, die aanvankelijk bloed rook, gaat een week later uiteen met een beslissing die Jeltsin juist feitelijk op de troon zet: hij krijgt uitgebreide volmachten en er zal een democratisch te kiezen president komen. Het gemanoeuvreer van de gematigde vleugel van Democratisch Rusland, die een deel van de communistische fractie overtuigt van denoodzaak van een compromis en daarmee de orthodoxe Russische partijleider Ivan Polozkov tot een curiosum maakt, is daarbij niet onbelangrijk.

Het zogenaamde 'negen plus een akkoord' dat Jeltsin op 23 april met Gorbatsjov en de regeringsleiders van acht andere Sovjet-republieken sluit, is de kroon op dit werk. Gorbatsjov is de gijzelaar geworden van Jeltsin, maar de laatste gedraagt zich wel als een toegewijde cipier. Al is het maar omdat he de Sovjet-president is die de kluizen van het internationale kapitaal kan openen, een kwaliteit die Jeltsin wegens gebrek aan ervaring en prestige mist.

Hoe snel Jeltsin die handicap kan overbruggen, is nu aan de orde. Ex-minister van buitenlandse zaken Edoeard Sjevardnadze heeft daar vertrouwen in, getuige zijn stemdavies van deze week. De tweede kwestie die nog opgelost moet worden, is van politiek-psychologische aard: zal Jeltsin in staat blijven om vetrouwen van de burgers, met hun welhaast mythische kijk op de vrije markt, te behouden ook als straks de onvermijdelijke harde tijden aanbreken?

Het succes van deze aanpassing hangt af van de vraag of Democratisch Rusland een redelijke eensgezinde coalitie blijft en of zijn politieke adviseurs invloed op hem blijven houden.

De nieuwe president is nu namelijk al omgeven met een koninklijk aureool dat met graagte in stand wordt gehouden door zijn meer organisatorische en journalistieke hofhoudig.

Dat circuit (verpersoonlijkt in directeur Oleg Poptsov van de Russische televisie, een man met een weinig herosch verleden in de tijd der dissidenten) heeft andere belangen en doelstellingen dan de kring der politieke consultanten.

Nu de serieuze maar ook saaie bestuurlijke fase aanbreekt waarbij Jeltsin zich in eerste instantie als overgangspresident zal moeten ontpoppen, zal gaan blijken welke gemoed van Jeltsin dominant is. In die zinis de nieuwe Russische president altijd trouw gebleven aan zichzelf. Het is er op of er onder. Jelstins derde leven is begonnen.