Belgische sport lijdt onder vetzucht

GENT, 14 JUNI. Is de Belgische jeugd van de minst gezonde in Europa? Het heeft er alle schijn van, wanneer men de weeklacht hoort van sportleiders en -leraren die elkaar sinds kort als bondgenoten hebben gevonden in de strijd voor meer lichaelijke opvoeding op school. Het onderwerp van de belabberde fysieke conditie van de Belgische jeugd is regelmatig aan de orde - in 1967 blokletterde Het Nieuwsblad al 'Schooljeugd gehandicapt door bewegingstekort' - maar de jongste jaren met steeds grotere frequentie. Intussen blijkt namelijk dat de alarmerende cijfers van het militaire recruteringsapparaat ook afstralen op de internationale resultaten van de Belgische competitiesporters.En dat vermag zelfs een taalkundig verscheurde schijnnatie als het koninkrijk Belgie te verontrusten.

De nieuwste mediagolf is het directe gevolg van de verpletterende manier waarop het Belgische beloftenteam onlangs in Osnabruck door zijn Duitse tegenhanger met 3-1 van het voetbalveld werd gewalst. Dienstdoend bondscoach Ariel Jacobs trok aan de alarmbel: “In Belgie wordt veel over jeugdbeleid gesproken, maar waarom doet men er zo weinig aan?” De voetblbond hield prompt crisisberaad en piekerde zich suf over een jeugdplan vol ingrijpende maatregelen, die dezer dagen worden bekendgemaakt. In bondsvoorzitter Michel D'Hooghe vond de beroepsvereniging van de leraren lichamelijke opvoeding een gewillige sympathisant om het probleem andermaal en voor de zoveelste keer in de openbaarheid te slingeren.

De cijfers spreken voor zich. In de meeste Europese landen geniet de schoolgaande jeugd tot drie lesuren lichamelijke opvoeding per week,in Belgie werd dat afgebouwd tot twee en in sommige onderwijstakken zelfs een uur per week. Dan hoeft het niet te verbazen dat Belgie op de ranglijst van schoolse sportopvoeding terugzakte naar een vijftiende plaats, achter Cyprus en Malta maar nog net voor Noorwegen, Italie, Turkije en Ierland. Het sportonderricht, gemeenzaam bekend als 'de turnles', maakte deels plaats voor het nieuwe vak informatica dat het jonge volkje moet voorbereiden op een zelfstandig bestaan in onze hoogtehnologische samenleving.

“Het hoofd wordt steeds voller gestopt, het hart klopt steeds minder krachtig en de handen worden slapper”, zegt voorzitter Roger Standaert van de schoolsportorganisatie NSVO. “En we lopen het gevaar te veel onderwijs te investeren in waterhoofden, die een onwillig en ongecultiveerd lichaam met zich meeslepen.” Jaren geleden waarschuwden de leraren LO reeds voor de bedreiging van een motorisch analfabetisme.

“Als we niet opletten, moeten we onze kinderen straks met de rolstoel naar hun computer rijden.”

Ook de resultaten van de legerselectie, zo'n 40.000 recruten per jaar, vertellen geen opwekkend verhaal. Tussen 1978 en 1988 daalde het aantal 'perfecte gezonde' jongemannen van 66 tot 42 procent. In tien jaar tijd steeg het percentage geteste kandidaat-soldaten met 'kleinere gebreken' van 28 tot 48 per honderd. Het gemiddelde lichaamsgewicht nam in die periode toe met 2,5 kg tot 70,4 kg bij Ja Modaal junior. Het aantal honderdplussers - in kilo's - vervijfvoudigde. Over oorzaak en gevolg zou men nog kunnen redetwisten, maar uit de cijfers blijkt dat amper 29 procent van de militairen zijn aangesloten bij een sportvereniging. Tien jaar voordien was nog de helft lid van een of andere club.

“Het onderwijs vormt alleen nog minder-validen”, schreeuwde ook Albert Roosens, de gewezen secretaris-generaal van de Belgische voetbalbond die inzake jeugdopleiding enig pionierswerk verrichte. “Onlangs zag ik onze scholieren (de 15-jarigen) in Waregem met 1-5 verliezen van Engeland.

Hemeltje, het leek een treffen tussen Belgische straatlopers en Engelse atleten. Alleen al aan de vorm van de kuiten zag je het verschil. En dit geldt niet alleen voor voetballers, want ook onze tennisster Sabine Appelmans beklaagt zich over de fysieke achterstand tegenover haar buitenlandse concurrenten.

Terwijl zij nog op de schoolbanken zat, genoten Seles en Capriati reeds een professionele begeleiding. Geen wonder dat die nu zoveel sterker staan te tennissen.''

Het Belgisch Olympisch Comite (BOIC) kan de neergang niet meer aanzien en publiceert in september een witboek over 'De fysieke conditie van de jeugd in Belgie'. De toestand lijkt immers dramatisch en vertaalt zich ook in teleurstellende competitieresultaten. Sinds 1976 stuurde Belgie geen enkele teamsportploeg meer naar de Spelen en uit Seoel kwam Belgie terug met twee medailles: een bronzen voor judoveteraan Robert Van de Walle en nog een bronzen voor kleiduifschieter Frans Peeters. Qua populatie vergelijkbare landen als Zweden (11 medailles) en Nederland (7) presteerden opvallend beter.

Politici zullen zelfs op hun chronische besparingsdrang worden aangesproken, wanneer men hen straks het witboek voorlegt.

Volgens de in een studie van de Canadese professor Shephard gehanteerde parameters kan de Belgische staat tot 50 miljard Belgische frank (2,7 miljard gulden) besparen door zijn jonge burgers fitter en gezonder te houden. Een dergelijke politiek kost minder aan gezondheidszorgen en verhoogt het produktiviteitsgehalte van de werkzame Belg, beweert Shephard.

Amper een duizendste van het Vlaamse overheidsbudget (325 miljoen frank van de 350 miljard) werd in 1989 besteed aan sport en openluchtrecreatie. In het meest bekabelde land van Europa zit de jeugd dan ook vaak voor de beeldbuis, colablikje en zakje chips binnen handbereik. En zolang hun kinderen zich dit voer nog eigenhandig kunnen toedienen, maalt geen enkele uitwerkende ouder hierom.