14 JUNI 1966 - HET BOUWVAKKERS-OPROER; 'Het had de enscenering van een echte revolutie'

In de avond van 13 juni 1966, tijdens een opstootje van bouwvakkes in Amsterdam rond de uitbetaling van vakantiebonnen, bezweek de bouwvakker J. Weggelaar aan een hartaanval. Op 14 juni sloeg de vlam in de pan. Bouwvakkers bestormden het gebouw van De Telegraaf: de krant had in de eerste editie gesuggereerd dat Weggelaar was gedood door een steen die een mede-bouwvakker had gegooid. Het oproer leidde tot het aftreden van de hoofdcommissaris en de val van burgemeester Van Hall. Henk Hofland blikt terug, tijdgenoten beschrijven hun herinneringen aan de dag dat het gezag in Nederland even wankelde

RUMOER

Ben van Kaam, toen secretaris van de voormalige AR-voorman en hoofdredacteur van het dagblad Trouw, Bruins Slot: “Op de ochtend van de 14e juni 1966 namen Bruins Slot en ik de post door en bespraken we de dingen van de dag. Dat was altijd een vast ritueel. We zaten in de mooie kamer van Trouw, ooit nog door Romme ingericht, met het uitzicht op de postzegelmarkt en de Nieuwezijds Voorburgwal. Opeens hoorden we rumoer. We zaJH)gen een groep bouwvakkers de hoek om komen, ze schreeuwden wat, en op een gegeven moment begonnen ze met stenen te gooien, voor mijn gevoel de goede kant op, dus niet naar Trouw. Wij volgden vanuit het raam het gebeuren uiteraard met grote interesse, en op een gegeven moment besloten we twee grote fauteuils voor het raam te schuiven, zodat we het nieuws rustig op ons af konden laten komen, zittend met onze benen op de vensterbank. We zagen hoe ramen werden igegooid, hoe enorme papierrollen werden uitgerold, maar nergens was zelfs maar een agent te zien. Die bouwvakkers zag je ook voortdurend kijken, klaar om weg te rennen: waar blijft nu de politie? Langzaam escaleerde het gebeuren: er werd tegen auto's geduwd, iemand stak een stuk papier in brand, daar lag al een wagen op zijn kant, opeens sloegen er ook nog vlammen uit, meer auto's volgden, en ten slotte begon het er qua enscenering als een echte revolutie uit te zien. Niet dat er sprake was van een woedende menigte. Het leek vanuit ons raam meer op een ontspannen tijdverdrijf.” “Nu kenden Bruins Slot en ik dit soort situaties alleen van films. In films ontploffen brandende auto's op een gegeven moment altijd, dus wij zeiden tegen elkaar: 'Laten we die stoelen omdraaien en erachter gaan zitten, dan hebben we wat bescherming voor als er iets gebeurt.' Achteraf was dat niet nodig geweest: brandende auto's ontploffen niet, die branden gewoon uit. Toen wij daar zo achter ie stoelen zaten werden we gebeld door Jan Smallenbroek, een oude verzetsvriend van Bruins Slot en op dat moment minister van Binnenlandse Zaken: “Vertel eens wat er bij jullie aan de hand is!” Bruins Slot begon dus vanachter zijn feuteuil aan de minister een live-verslag te geven van de gebeurtenissen en vooral de afwezigheid van zelfs maar een schijn van ordehandhaving interesseerde hem natuurlijk hevig.

'Wie is eigenlijk hoofdcommissaris in Amsterdam,' vroeg hij. Ene Molen of Van der Molen, zeiden wij, en we lieten uit het knipselarchief een dossiertje komen, en dat lazen we aan hem voor.''

RAM RAM RAM

Ard Schenk, driemaal werelkampioen schaatsen, toen voor het eerst Europees kampioen: “Ik was met andere dingen bezig, ik trainde twee tot drie uur per dag. Voor het volgende jaar. Ze hebben de boel in de fik gestoken, dat weet ik nog wel. Maar ik heb me daar allemaal nooit mee bezig gehouden. Ik heb geen liedjes gezongen van 'Ram ram ram, we gaan naar de Dam'. Dat deden ze toen toch?”

MUKE KABOLE

Jan Blokker, toen journalist bij het Algemeen Handelsblad: 'Muke kabole in Amsterdam'. Jan Blokker verbleef op 14 juni op een camping in Skandinavie. Gewoon met zijn gezin op vakantie.

Hij hoorde het van een Zweedse campinggast. 'Muke kabole'. “Een goede journalist zit altijd ver weg op het moment van de ramp.” Wat er precies op die 14e juni plaatsgreep in Amsterdam bleefin Zweden nog een week voor hem verborgen. De Nederlandse kranten die hij raadpleegde, schreven even plechtstatig als geheimzinnig over 'de gebeurtenissen in Amsterdam'. De minister had naar aanleiding van de gebeurtenissen in Amsterdam besloten tot... De politie had naar aanleiding van de gebeurtenissen aangekondigd dat....

“Echt in alle kranten hetzelfde. Ik was reuze nieuwsgierig, maar ik werd er niks wijzer van.”

TEGELDUIKEN

B. van der Laan (1927), toen agent bij de Amsterdamse politie: “Wat ik me nog goed herinner, is de eerste agent die uit het busje stapte. Die kreeg meteen een tegel tegen zijn hoofd en ging gestrekt. Die ME'ers van nu hebben mooie pakken, helmen en schilden, maar wij hadden niets. Alleen een uniform en een wapenstok. Geloof me, daar kom je bij et 'tegelduiken' niet ver mee. Nee, ik schrok niet van de rellen, ik ben een oorlogsveteraan en heb in Indie gediend. Daar heb ik wel ergere dingen gezien.”

LEKKER RUIG

Amsterdamse agent (1922), die niet met zijn naam in de krant wil: “Ik vond die rellen lekker ruig, een opleving voor ons korps. Toen kon je tenminste nog een klap uitdelen zonder dat je direct straf kreeg. Maar ik heb toen ook heel duidelijk de tekortkomingen van de autoriteiten gezien. Toen de oproerkraaiers zich bij het gebouw van de Telegraaf verzamelden, wilde onze hoofdcommissaris ingrijpen. De burgemeester heeft toen nee gezegd. En toen men ingreep, was het te laat. Je moet zoiets in de kiem smoren, en dan eigenlijk zonder geweld. Ik was het absoluut niet eens met die relschoppers, maar je moet wel bedenken dat de jeugd de toekomst heeft. Dat geldt ook voor een wilde jeugd.”

HELMPJES

Wim de Bie, toen eindredacteur van het VARA-radioprogramma Uitlaat: “Ik zat op het terras bij cafe Americain. Daar zagen we op een gegeven moment een flinke stroom politie-agenten, met van die helmpjes op, te paard voorbij trekken, richting Marnixstraat. Toen zeiden we tegen elkaar: 'N wordt het menens, en zijn we gaan kijken. Ik weet niet meer met wie ik was. Ik heb zelf niets gedaan, alleen gekeken. Aan het eind van de dag hebben we de gebeurtenissen besproken in cafe Scheltema. Mijn bandrecorder had ik die dag niet bij me, maar we hebben er in de uitzending van de daarop volgende zaterdag wel uitgebreid aandacht aan besteed.”

WITTE BAAN

Han Lammers, toen redacteur van de Groene Amsterdammer: “'s Morgens op de krant hoorde ik dat die bouwvakker, Weggelaar, was overleden”, kraakt Han Lammers, commissaris van de koningin in Flevoland, over de autotelefoon. “Het was een dinsdag en De Groene kwam op woensdag uit, dus we konden het net meenemen. De politie was erg zenuwachtig, want de situatie was al een tijd gespannen.” De coordinatie van verschillende betrokken instanties liet volgens de commissaris der koningin te wensen over. “De noodzaak van een driehoeksoverleg tussen politie, openbaar ministerie en burgemeester, dat er later ook gekoen is, bleek toen duidelijk.” Hij zag hoe de demonstranten rollen papier uitrolden, “van de Nieuwe Zijds tot het Centraal Station, een witte baan.”

KLOOTJESVOLK

Rob Stolk, toen vooraanstaand Provo-leider: “Robert Jasper Grootveld had al weken lopen panieken: 'Straks komt de massa van het klootjesvolk opzetten, en die gaat op een vreselijke manier op ons wraak nemen.' Daar was hij erg bang voor. Maar de opstand keerde zich tegen de Telegraaf, juist de spreekbuis van at klootjesvolk. De hele stad stond er bij te lachen.”

“Die 14e juni ben ik eerst naar het stadhuis gegaan, waar een soort demonstratieve bijeenkomst was. Alle groepen waar de communisten het goed mee konden vinden, de ASVA, de ANJV, dat soort clubs, kregen het woord, maar wij werden er zorgvuldig buiten gehouden. Daarna heb ik wat verdwaasd rondgelopen, ik ben van het Damrak weggerend toen er geschoten leek te worden.

In het cafe op de hoek van de Dam ben ik een biertj gaan drinken, terwijl een meter verderop alles en iedereen weggeknuppeld werd. In de kelder van het huis van Peter Schat hebben we geprobeerd een verklaring te maken. Urenlang hebben we gediscussieerd over de inhoud, maar we kwamen er niet uit.

Ten slotte zijn de meesten van ons min of meer de stad uitgevlucht, naar het huis van Cochius de fluitspeler in Blaricum. De communisten hebben uiteindelijk de staking teruggefloten, ze hadden geen zin om hun net verworven wethouderszetel op het spel te zetten Zij zijn daardoor ook de enigen die op die 14e juni aan gezag gewonnen hebben.''