Zwervers

De aanmeldingen op school zijn binnen. De slimste conrector heeft het aantal leerling per jaar en per vak uitgerekend.

Nu worden de uren er achter gezet. Bij voorbeeld. In 4 havo komen 98 leerlingen, waarvan er 61 economie I kiezen. Dat worden dus 2 dikke clusters, die 2 x 4 = 8 uren economie opleveren. Zo blijkt dat in totaal per week 40 uur les in economie gegeven moet worden. Dat is 1,43 baan. Op zaterdag koop ik altijd 2 kilo krant van de concurrentie. Die ene krant is in mei en juni extra dik door de onderwijsadvertenties. Een bladzij uit het voorseizoen levert op: * een advertentie van een reisbueau van schoolreisjes * vijf advertenties voor groepsleerkrachten. Dat zijn onderwijzers, oudere lezers. * twee advertenties met banen in het beroepsonderwijs * vijf advertenties met in totaal 30 vacatures in het voortgezet onderwijs. De 30 banen zijn verdeeld over 13 vakken. Zo is er een vacature van 17 uur (per week dus) natuurkunde in Bergen op Zoom, 8 uur tekenen in Hilversum en 21 uur klassieke talen in Den Haag. Voor de laatste baan moet 'de sollicitant het christelijk onderwijs van harte zijn toegedaan'. Henk solliciteert in Bergen op Zoom en krijgt de baan. In januari '92 wordt hij voor 12 uur vast aangesteld. Helaas, in mei blijken er 8 uur over te blijven van de 17. Hoewel Henk 'voor 12-8=4 uren in de garantie gaat lopen', dus doorbetaald krijgt, verdient hij te weinig om van te leven. In Breda kan hij 6 uur vervanging krijgen. Hij is nu de hele dag voor zijn werk bezig en zit nog academisch gevormd onder het minimumloon.

Nog een jaar later is hij Breda weer kwijt. Henk hoort bij de zwervers in het onderwijs. De zwervers zijn jaren bezig een volledige baan aan een school te verwerven. Zo werkt iedereen de eerste jaren in dit vak. Gek he,'dat niemand leraar wil worden. Hoe komt het? De beroepsgroep leraren is verdeeld in heel kleine beroepsgroepen vakdocenten. Zo zijn er 1000 tot 1500 eerstegraads leraren natuurkunde. Eigenlijk is er een beroepsgroep eerstegraads christelijke natuurkunde leraren, een beroepsgroep eerstegraads katholieke... nou, Ja u snapt het. Iedere beroepsgroep opereert op een minibanenmarktje. Per school, zeg maar per werkgever, is er per vak voor 0,5 tot 5 leraren werk. Nooit, is dat exact een geheel aantal.

Er is dus structureel een zeer groot percentage parttime banen. Het is iets minder erg dan uit bovenstaande lijkt. Er zijn nogal wat docenten met meer dan een bevoegdheid. Ieder jaar verandert het aantal lesuren per vak per school. Ook dat is structureel. Er is altijd een overschot of een tekort aan leraren van een vak. En dat is ook stuctureel. Zo zwerven op dit moment relatief veel biologen werkeloos of gedeeltelijk werkeloos rond. In verhouding tot de samenstelling van de bevolking zijn er teveel confessionele scholen en dus, zijn er teveel openbare leraren. Tot 5 a 10 jaar geleden was het probleem van de zwervers versluierd door de toenemende leerlingenaantallen. Wat is er aan te doen? Ik weet drie manieren. Een slechte: laat scholen fuseren. Een onmogelijke: organiseer regionaal een banenpoel. Voor restbanen krijgt een school docenten toegewezen. Hiertegen zal het bezwaar worden ingebracht dat dit suijdt met de 'vrijheid van onderwijs'. Een eenvoudige: geef docenten bij de voltooiing van hun specialistische lerarenopleiding een algemene onderwijsbevoegdheid. Laat school en docent uitzoeken hoe deze wordt gebruikt. De wet op de basisvorming levert enige mogelijkheid in deze richting. Wat dat betreft kun je beter basisvorming dan vakbonden hebben, want die hebben zover ik weet nooit iets aan het zwerversprobleem gedaan.