Woltgens ziet behoefte aan betere politiek; Fractieleider stippelt koers uit voor PvdA

DEN HAAG, 13 JUNI. De PvdA blijft schaven en beitelen aan het beeld dat de partij in de jaren negentig weer aantrekkelijk moet maken voor de kiezer. Na de vele analyses over hoe het toch allemaal zo fout kon gaan bij de laatste verkiezingen hakte partijleider Kok een maand geleden de eerste contouren voor het nieuwe partijprofiel. Fractievoorzitter Woltgens pakt deze week de schaaf om daar verder vorm aan te geven.

In het blad 'Socialisme en Democratie' van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, de Wiardi Beckman Stichting, zet Woltgens neer waar de PvdA zich in de jaren negentig op moet richten. Het tijdstip voor het artikel komt niet uit de lucht vallen. De partijraad komt dit weekeinde in Amsterdam bijeen. Dat is voor het eerst sinds Kok de nieuwe contouren aangaf en oude PvdA-standpunten in een klap afdeed met de opmerking: “Dat was dan de verkeerde lijn”.

Woltgens pakt in zijn artikel vele vernieuwings-suggesties die de laatste tijd zijn gedaan bij elkaar. Zijn eigen pleidooi voor het eerherstel van de politiek, het idee van Kamerlid Vermeend om een milieu-universiteit op te richten, het voorstel om werkenden een fiscaal voordeel te geven en de voorkeur voor het Duitse kiesstelsel, alles houdt bij Woltgens verband met elkaar. Al die ideeen dragen volgens hem bij aan het “actualiseren” van de uitgangspunten van de partij: “grotere gelijkheid in dienst van de vrijheid”.

De PvdA moet de oude idealen niet loslaten in een poging nieuwe kiezersgroepen “bij elkaar te vegen”. Inspelen op onvrede onder de bevolking hoorde bij de PvdA in haar rols oppositiepartij. “Als regeringspartij heeft de PvdA een positief programma nodig, wil zij mensen verzamelen voor bepaalde keuzes”, schrijft Woltgens.

De fractievoorzitter meent dat de democratie voor een test staat. Weliswaar zoekt een samenleving permanent naar een evenwicht tussen “chaos en ordening”, door de verminderde rol van de politiek enerzijds en het vervagen van de nationale grenzen anderzijds is volgens Woltgens juist nu behoefte aan “meer, betere en vernieuwde politiek”. “Ik pleit voor meer parlement, niet per se voor meer overheid. (...) Meer politiek betekent vooral meer debat over de wezenlijke vragen van onze tijd.”

Onder het hoofdstukje 'betere politiek' keert Woltgens zich tegen de opvatting dat in Nederland sprake zou zijn van “publieke armoede te midden van private welvaart”. Volgens hem is deze stelling niet houdbaar gezien het grote aandeel van het nationale inkomen dat wordt uitgegeven voor collectieve doeleinden. Het probleem is volgens Woltgens dat het geld verkeerd worditgegeven: te weinig investeringen, te veel inkomensoverdrachten in de vorm van uitkeringen en dergelijke.

Daarnaast signaleert hij een tekortschietend openbaar bestuur, te wijten aan organisatorische manco's.

Woltgens geeft voor de 'betere politiek' van de PvdA drie prioriteiten aan. Onder het kopje 'geordende en duurzame internationale ontwikkeling' pleit hij voor een “brede Europese economische integratie”, omdat dit de “beste perspectieven dt voor democratie, welvaart en veiligheid”. Woltgens is “in geval van nood” bereid de verdere eenwording van de twaalf EG-landen ondergeschikt te maken aan de verbreding van de Gemeenschap met leden uit Oost-Europa.

De tweede prioriteit is het milieu. Woltgens herhaalt de eerder gedane suggestie milieuheffingen in te stellen in ruil voor belastingverlaging. 'Participatie en burgerschap' ziet Woltgens als derde speerpunt. Om de participatie van de burger te bevorderen doet de fractievoorzer ondermeer de suggestie de sociale vernieuwing kans van slagen te geven door de lokale overheden door middel van opcenten op de loon- en inkomstenbelasting meer inkomsten te geven waarover ze zelf kunnen beslissen.

Zijn al eerder gehouden pleidooi voor het Duitse kiesstelsel waarin de kiezer twee stemmen mag uitbrengen laat Woltgens terugkomen in het hoofdstukje 'vernieuwde politiek'. Het voordeel van dat kiesstelsel is volgens hem niet alleen dat kandidaten een sterkere binding met de kiezers uit de regio krijgen. Woltgens voorziet ook dat op lager niveau samengewerkt zou kunnen worden tussen “aanverwante partijen”.

Zonder het met naam te noemen preludeert de fractievoorzitter daarmee op progressieve samenwerking, in de praktijk de beste manier om te komen tot een Progressieve Volkspartij. En daar is Woltgens voorstander van.