Water voor later

H 2 O, veertiendaags tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling. Officieel orgaan van VEWIN, VWN, NVA en KA. Redactie Postbus 70, 2280 AB Rijswijk, tel. 070-3953535. Jaarabonnement (f)110,-.

Tussen 1950 en 1980 is de plantengroei van vochtige heide, laagveenmoeras en andere natte standplaatsen dramatisch achteruitgegaan. Vooral planten met een voorkeur voor voedselarme tot matig voedselrijke omstandigheden zijn verdwenen. Dat valt deze week te lezen in HO, veertiendaags vakblad van de waterleidingbedrijven.

Het blad publicert een rapportage van de Projectgroep Natuur Terrestrisch, die de gevolgen van het gevoerde waterbeleid voor de natuur in ons land heeft onderzocht. In de projectgroep nemen naast Rijkswaterstaatingenieurs ook Leidse biologen zitting en Ruud van der Meijden van het Rijksherbarium.

Opdracht was om aan de hand van computermodellen verschillende toekomstige beleidsvarianten door te rekenen speciaal op hun gevolgen voor de plantengroei in en om het water. Dit ter onderbouwin van de nota 'Water voor nu en later'.

Waterbeheer was in ons land vanouds synoniem met 'strijd tegen het water', wat ongeveer gelijk stond aan de strijd tegen de natuur. Pas de laatste jaren komen in ambtelijke nota's naast de belangen van scheepvaart, landbouw, drinkwaterwinning en industrie ook natuurbelangen aan bod.

Als oorzaken voor het verlies aan soortenrijkdom wijst de projectgroep de ontwateringsmaatregelen in de landbouw aan naast grondwaterH)onttrekkingen en watervervuiling. In veel gebieden is het grondwaterpeil sterk gedaald, overstromingen komen minder vaak voor dan vroeger, kwelwater verdwijnt en een slechte waterkwaliteit bedreigt de wortelzone van de planten.

Natte, voedselarme groeiplaatsen zijn alleen nog te vinden in enkele laagveenmoerassen en op de Waddeneilanden. En driekwart van de zogenaamde 'grondwaterafhankelijke' ecosystemen heeft te lijden van verdroging.

Bij ongewijzigd beleid, schrijft de projectgroep, zal tot het jaar 2000 de grondwateronttekking vooral voor de drinkwaterwinning nog met 25 procent stijgen. Bovendien zal in de landbouw het areaal waar in het voorjaar en in de zomers extra water wordt ingelaten om het peil te verhogen met 10 procent toenemen. Voor de natuur is dat schadelijk omdat het meestal om voedselrijk, vervuild water gaat.

Een alternatieve beleidsvariant houdt in dat de onttrekking van grondwater niet nog verder toeneemt. Drinkwatermaatschappijen moeten meer oppervlaktewater als gndstof gaan gebruiken, bestaande grondwateronttrekkingen moeten naar minder verdrogingsgevoelige gebieden worden verplaatst.

En dan is er nog een derde, door de auteurs minder realistische genoemde 'peilopzet'-variant, waarbij geheel laag-Nederland in de zomermaanden een hoger waterpeil krijgt om de verdroogde natuur nieuwe kansen te geven.

In hoeverre brengen deze drie scenario's ons nu dichter bij wat ambtenaren tegenwoordig het streefbeeld noemen, in dit geval de plantroei zoals die eruitzag rond 1950? Om die vraag te beantwoorden krijgt de computer verschillende grondwatermodellen en speciaal voor dit doel gedigitaliseerde bodemkaartjes te verteren, naast de nodige plantengeografische informatie uit het Rijksherbarium in Leiden. Na enige hocus-pocus - voor argeloze lezers onnavolgbaar - rollen daar dan tenslotte de conclusies uit.

Business as usual betekent verder verlies van natuurwaarden. Het alternatief betekent een klen stapje in de goede richting. Effectieve maatregelen voor het herstel en ontwikkeling van de natuur zijn om te beginnen de besproken peilopzet in voorjaar en zomer. Daarnaast moeten natuurgebieden beter worden beschermd tegen de gevolgen van drainage van omringende landbouwgronden. De aanvoer van vervuild, schadelijk 'gebiedsvreemd' water moet worden tegengegaan door technische ingrepen als hydrologische isolatie of buffering. En tenslotte moet grondwateronttrekking uit kansrijke, waardeolle gebieden worden beeindigd.

Dat zijn duidelijke conclusies, die niet alle drinkwaterfabrikanten als muziek in de oren zullen klinken. In elk geval gaan zij de problemen in hun eigen blad bepaald niet uit de weg.