Vrijlatingen overschaduwen Justitiedebat; Verontwaardiging over besluit rechter slorpt spreektijd op

DEN HAAG, 13 JUNI. Minister Hirsch Ballin (justitie) heeft gisteren bijna terloops de instemming van de Tweede Kamer gekregen voor zijn justitiebeleid van domende jaren. De verontwaardiging van de Kamerleden over het buiten vervolging stellen van 45 verdachten door het Haagse gerechtshof eerder deze week slorpte een groot deel van de spreektijd op, maar eigenlijk stond een reeks fundamentele justitiele beleidsplannen op de agenda: de nota rechtshandhaving ('Met vaste hand'), het beleidsplan van het openbaar ministerie ('Strafrecht met beleid') en de nota 'Recht in beweging'.ierin ontvouwt de bewindsman zijn visie op het Justitiebeleid in de jaren negentig.

Tot veel reflectie hierover kwamen de leden van de vaste Kamercommissie voor justitie gisteren niet. Bijna alle aandacht ging naar de actualiteit van het Haagse gerechtshof, dat net een dag voor dit debat (dat kon geen toeval zijn, merkte D66-woordvoerder Wolffensperger op) in 45 zaken het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling.

De PvdA wilde een diepgra(JHend onderzoek naar de achtergronden van het incident, het CDA kwam oplossingen voor de overbelasting van de rechterlijke macht (meer rechters aanstellen) en de VVD trachtte enige oppositionele winst te behalen (“De VVD heeft er bij voortduring op aangedrongen meer geld naar Justitie te laten gaan”). Hirsch Ballin ten slotte toonde dat hij na ruim anderhalf jaar ministerschap is ingewerkt: ook hij schudde jn hoofd over het Haagse incident, noemde het “een buitengewoon vervelende situatie” en beloofde de Kamer later nog eens schriftelijk te antwoorden.

De uitgebreide commissievergadering gisterochtend was eigenlijk het staartje van de op 6 mei wegens rugklachten van de minister voortijdig afgebroken vergadering en toen was de Kamer wel ingegaan op de morele paragraaf van 'Recht in beweging'. Daarom begon het debat gisteren met een kort ochtendcollege van de minister over die analyse van de maatschappelijke oorzaken van de toegenomen criminaliteit.

'Recht in beweging' wordt algemeen beschouwd als het ideologische masterplan van Hirsch Ballin: voortbordurend op het plan 'Samenleving en criminaliteit' van zijn voorganger Korthals Altes doet 'Recht in beweging' een poging om het gehele beleidsterrein van Justitie in te kaderen en alle problemen alvast op te lossen - op papier althans.

Het “activiteitenprogramma” van justitie tot 1994 stre zich uit over een uitgestrekt terrein van bijvoorbeeld de toetsing van wetgeving op handhaafbaarheid en fraudegevoeligheid, en de wetgeving over “kwetsbare belangen” (orgaandonatie, erfelijkheidsonderzoek en euthanasie) tot aanpassing van het bestuursrecht, het strafproces en het burgerlijk proces. Alles bij elkaar moet een “modernisering van de organisatorische infrastructuur” ertoe bijdragen dat “justitiele kerntaken gentensiveerd worden uitgevoerd” in samenwerking met andere bestuursorganen (daarvoor is “netwerkvorming” nodig).

Hieraan vooraf stelt Hirsch Ballin in twintig pagina's cultuurfilosofie de diagnose van een van haar morele ankers losgeslagen maatschappij. De “snelle onttakeling van de zuilenmaatschappij” in de jaren zestig, gevolgd door de groei van het “sterk individualistische ethos” heeft ervoor gezorgd dat “de persoonlijke verantwoordelijkheid voor de eigen leefsituatie” meer nadruk kreeg en zo ontstond een sfeer van “moet kunnen”. “De bereidheid vade individuele burger om wettelijke normen na te leven”

nam af, met alle gevolgen van dien. Een echo van dit gedachtengoed is ook terug te vinden in het beleidsplan van het openbaar ministerie: “Het criminaliteitsbeleid heeft alle burgers als doelgroep.” En daarmee zijn in een moeite door alle burgers verdacht gemaakt.

Juristen, bestuurskundigen, criminologen en sociologen veegden eind vorig jaar in het Tijdschrift voor criminologie de vloer aan met de analyse van de minister. Normvervaging en individualisering aanwijzen als oorzaak voor criminaliteitsproblemen is een onaanvaardbare versimpeling van de maatschappelijke realiteit, die gepaard gaat met een “overspannen verwachting” van het sturend vermogen van de overheid.

Groen-Links-woordvoerster Brouwer sloot hier tijdens de eerste termijn van het debat op 6 mei nauw bij aan: Hirsch Ballin stelt zichzelf een onmogelijke taak en bovendien zit de werkelijkheid gecompliceerder in elkaar. Wolffensperger noemde de analyse “onvolledig”, maar ook de coalitiepartner nam krachtig afstand van de ideeen van de minister van justitie. PvdA-woordvoerster Kalsbeek-Jasperse sprak over het “eenzijdig beeld van de burger met de lage moraal en de politicus met de hoge moraal” en over de winstpunten van de individualisering. Maar de sociaal-democrate onderstreepte uiteraard de “massale werkloosheid” als oorzaak voor afnemen van de “sociale cohesie” in plaa van de ontzuiling. Ondanks deze grondige afwijzing van de ideologische basis sprak Kalsbeek toch met waardering over het praktische justitiebeleid dat op die basis rust: “Omdat het net het type beleid is dat de PvdA wil”.

Hirsch Ballin hoefde daarom gisterochtend alleen maar een lichte buiging naar de PvdA te maken door te zeggen dat “er natuurlijk ook andere factoren zijn” die de groei van de criminaliteit verklaren en dat er “veel moois zit in de individualisering. Maar de kern van zijn missie staat nog overeind: “Het ombuigen van de neerwaartse spiraal in de rechtshandhaving”.