Turkije ontvangt Tareq Aziz, haalt met weinig vreugde banden weer aan

ATHENE, 13 JUNI. De Iraakse vice-premier Tareq Aziz is sinds gisteren in Ankara voor een officieel bezoek, het eerste sinds de Golfcrisis van een Iraakse leider aan een lid van het bondgenootschap tegen Saddam Hussein. Er was al zes weken sprake van dat hij zou komen, maar Ankara toonde geen haast. Het eindelijk doorgaan van het bezoek kan worden opgevat als een teken dat Ankara zich, zij het met weinig vreugde, heeft neergelegd bij het aan de macht blijven van de man van wie de Turkse president Ozal nog op 1 februari zei dat hem “de rug moest worden gebroken”.

In Ankara moet men hebben gevonden dat men niet langer de kop in het zand kan steken, zeker niet als buurland dat in Irak allerlei politieke en economische belangen heeft. President Ozal, die Aziz gistermiddag heeft ontvangen, had vooraf gezegd dat met hem zou worden gepraat over “de democratie ie het Iraakse leiderschap heeft beloofd” en over “de twee volken in Noord-Irak”, waarmee Koerden en Turkmenen werden bedoeld. Volgens Ankara zijn er wel anderhalf a twee miljoen Turkmenen, die theoretisch nog minder rechten hadden dan de Koerden.

Van de Koerden in Irak, voor wie Ozal in het verleden een zekere autonomie heeft bepleit, is al eerder deze week een van de leiders, Jalal Taabani, in Turkije aangekomen om de Socialistische Internationale in Istanbul bij te wonen. Er wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat ook hij later deze week door Ozal zal worden ontvangen, als een soort tegenwicht tegen Aziz. Hij had al een ontmoeting met Ozals woordvoerder Kaya Toperi. De vorige keer dat Talabani in Turkije was, kwam het niet tot een gesprek met de Turkse president.

Plausibel is dat Ozal zowel met Aziz als met Talabani wil praten over de huidige fase van het Koerdenprobleem, mede tegen de achtergrod van het feit dat de strijd van de Turks-Koerdische Arbeiderspartij (PKK) op Turkse bodem weer steeds intenser wordt en de uitlatingen van haar woordvoerders steeds feller worden, zowel tegen het Turkse leiderschap als tegen dat van de peshmerga's in Irak. De laatste tijd wordt bij de PKK weer teruggegrepen naar de wenselijkheid van een geheel onafhankelijk Koerdistan, ten koste van Irak, Iran, Syrie en Turkije.

Ook wordt geponeerd dat de steun voor de PKK buiten Turkije toeneemt. Op economisch gebied is de Turkse aanvechting weer banden met Irak aan te knopen, nog makkelijker te verklaren. Irak was Turkijes tweede handelspartner en toen de - door het oorlogsgebeuren nauwelijks beschadigde - dubbele oliepijpleiding Kirkuk-Yumurtalik nog werkte leverde dit Turkije jaarlijks vierhonderd miljoen dollar op.

In Bagdad zit men popelend te wachten op het moment dat deze olie, eventueel na een overeenkomst met de Koerden van Kirkuk over hun aandeel, weer kan vloeien. Turkije op zijn beurt zi zich geconfronteerd met enorme overschotten groente, fruit en graan, die klaarliggen om naar Irak te worden getransporteerd. Dat transport zelf maakt ook een rampzalige inzinking door. Het graanprobleem is bijzonder netelig, omdat er nog een enorm surplus ligt van vorig jaar, toen de Turkse regering de voorraden van de boeren opkocht tegen het dubbele van de wereldprijs.

De Turkse oppositie eist al maanden van Ozal dat hij zich zoveel mogelijk inspant om zo spoedig mogelijk opheffing van het door de Vrenigde Naties ingestelde embargo te verkrijgen. Dit is al verzacht en bepaalde voedsel- en medicijntransporten hebben nu over de Turks-Iraakse grens plaats.

Van de oppositieleiders is onlangs de linkse oud-premier Ecevit, die alles doet om zich te onderscheiden van de officiele oppositieleider Inonu, voor de tweede keer bij Saddam Hussein op bezoek geweest (de eerste keer, midden in de Golfcrisis, ging als hij “journalist”). Na terugkeer werd hij met ve egards door Ozal ontvangen.