Theunisse nuchter van buiten, onzeker van binnen

LUXEMBURG, 13 JUNI. Zingend was hij de afgelopen dagen door zijn huis gelopen. Blij dat hij eindelijk weer mocht meedoen. Dat hij niet alleen meer hoefde te trainen. Zoalshij dat als een slaaf van zichzelf had gedaan. Gemiddeld zes uur per dag, een uur achter de derny, een uur op de rollen en om de veertien dagen op trainingskamp, in de Alpen en tenslotte op een berg in Tenerife. Dinsdagavond had hij nog champagne gedronken met familie en kreeg hij van zijn vrouw Lieske een pantertje aan een gouden ketting. En toen hij naar Luxemburg vertrok hebben ze gezongen: “Lang zal Gert-Jan nog fietsen.” Gisteren won hij de eerste etappe van de Ronde van Luxemburg. De wonderen zijn de wielersport nog niet uit.

Een klein menselijk drama heeft zich een jaar lang afgespeeld in het leven van Gert-Jan Theunisse. Zelden zal een sportman zo hebben uitgekeken naar de dag dat hij zich mocht revancheren. Ik leefde 350 dagen als een pater, zei hij laatst nog. Gedreven, zinnend op wraak - want hij wil recht - mocht hij precies een jaar nadat bij hem voor de derde maal een onreglementair hormoonspiegel werd geconstateerd, weer tussen de wielen van zijn collega-beroepsrenners rijden.

Het was even wennen in de eerste etappe van de Ronde van Luxemburg. Maar het welkom van de collega's was bemoedigend geweest. Ze sloegen hem op de schouders en maakten een praatje. “Ze waren overdreven vriendelijk.” Want hij heeft nooit van kouwe drukte gehouden. “Toen ik ze allemaal had gehad zei ik: nou ben ik weg.” De Einzelganger kiest zijn eigen weg. En hij versnelde op een bergje. Hij wilde de eerste punten voor de bergtrui, want de bergtrui dat is zijn hoofddoel, zoals de bolletjestrui in zijn laatste Tour de France zijn laatste trofee is geweest.

Zoals hij na afloop verklaarde “boven zat er niemand meer aan m'n wiel, pas later kwam Frans Maassen er bij”, zo is Gert-Jan Theunisse niet veranderd sinds hij uit het peloton werd geweerd. De aanvaller, die niet tegen slenteren kan, de vechtlustige renner die om zijn opmerkelijke drang naar strijd wordt wantrouwd. Is het wel normaal wat Theunisse doet? Is Theunisse wel normaal? Van dat eerste is hij wel overtuigd, van het laatste zeker niet.

Na tal van testen, bloed- en urine-afnames in de laboratoria van de Utrechtse endocrinoloog (hormoondeskundige) prof. Thijssen is wel duidelijk geworden dat de verhouding testosteron-epitestosteron bij hem regelmatig in het volgens de UCI-normen onreglementaire gebied (boven 6:1 ligt. Waar de oorzaak ligt is nog steeds niet helemaal duidelijk. Bij extreme inspanning, bij extreem hoge temperaturen en bij toediening van bepaalde medicamenten (niet alleen hormonen) kan de wijzer naar de negatieve kant uitslaan, is het epitestosteron minder dan 1. Dat hebben een vijftigtal onderzoeken aangetoond.

Het hormoonpreparaat Andriol, waarvan ploegarts Jansen van zijn voormalige ploeg PDM gewag maakte in een nogal beschuldigend verhaal in een weekblad, zou bij ten minste twee van de drie positieve gevallen (vorig jaar Waalse Pijl en Subida a Arrate) d oorzaak zijn van de scheve verhouding (respectieveljk gemiddeld 14:1 en ongeveer 40:1). Andriol is een middel dat tekorten in het lichaam aanzuivert en een vrijwel direct effect sorteert, en ook weer snel uit het lichaam verdwijnt. Theunisse nam het middel onder toezicht en zag de verhouding uitslaan naar 100. In al zijn dopinggevallen was zijn epitestosteron lager geweest dan normaal, nu bleef het gelijk. Maar het testosteron sprong explosief omhoog.

Theunisse en zijn raadslieden mr. Beugels en mr. Clerx beweren bij hoog en laag dat hem niets te verwijten valt. Ook prof. Thijssen is in zijn onschuld gaan geloven; hoewel hij niet alle gegevens van de dopinggevallen (met name in de Tour de France) heeft willen en kunnen zien. De medische commissie van de internationale wielerfederatie heeft Theunisse niet kunnen vrijspreken. Zij beroept zich op de uitslagen van de dopingonderzoeken en is er huiverig voor rerdispensatie te geven. Want dan is het aantal verzoeken voor uitzonderingsposities niet meer te overzien.

Niettemin gaat dezer dagen een brief met een resumee van de medische gegevens uit van Theunisses advocaten naar de UCI. Het is niet het laatste redmiddel tot rehabilitatie - dat is de burgerrechter. Maar je weet maar nooit. “Misschien kan de medische commissie mijn onderzoeksresultaten gebruiken voor anderen. In het algemeen. Want na mijn zaak zijn een aantal andere gevallen bekend gewen van sportmensen met een afwijkende hormoonspiegel. Daarnaast zullen er nog veel normale mensen zijn met hetzelfde als ik. Maar die worden niet onderzocht natuurlijk. Er schijnt een Chinese sportman te zijn die een epitestosteron van nul heeft. Nou dan kan het testosteron wel duizend zijn.”

Theunisse verwoordt het oordeel van prof. Thijssen als hij meent dat een sportman niet schuldig bevonden worden als het bewijs niet voor honderd procent is geleverd. Testosteron staat op de lijst van verboden middelen. Bij Theunisse is niet aangetoond dat hij dit hormonale middel dat spierversterkend is, maar ook zou kunnen bijdragen tot het herstel van het lichaam, heeft gebruikt. Het eerste effect heeft bij wielrenners weinig nut, het laatste is niet bewezen, zegt Thijssen.

Tijdens de persconferentie in Luxemburg houdt Theunisses ploegleider Cees Priem een flesje tussen zijn vingers geklemd. Bijna een trofee.

Het bevat de urine van Theunisse die hij als gevolg van zijn overwinning in Luxemburg moest afgeven. Priem heeft geeist dat er naast de gebruikelijke twee stalen die naar het onderzoekslaboratorium in Keulen gaan een derde flesje kwam, dat thuis achter de hand gehouden kan worden. “Vroeger was dat heel normaal. Maar een paar jaar geleden hebben ze dat afgeschaft”, zegt Priem. “Wij bewaren het en we kunnen het ook zelf laten onderzoeken. Dat doen we nu na elke controle.” Theunisse herinnert zich de zaak in Subidarrate, precies een jaar geleden, toen de uitslagen van het eerste onderzoek en de contra-expertise vijf eenheden verschilden. En het was dezelfde urine.

Hij was natuurlijk een beetje nerveus geweest voordat hij naar de dopingcontrole moest. “Vroeger ging je alsof je naar de wc ging. Ik ben wel tachtig keer in mijn leven na een koers gecontroleerd. Het is slechts drie keer positief geweest. Ja, ik heb er aan gedacht toen ik vooruit reed met Frans Maassen. Maar het heeft geen zin je te verschuilen en je daarom terug in het peloton te laten zakkken.”

En hij had zo gemakkelijk gereden. Maassen, met wie hij naast Rooks, De Vries, Skibby en zijn eeuwige trainingsmaat Jos van der Pas op de berg in Tenerife had getraind, had af en toe moeite gehad zijn tempo bij te benen. Toen Maassen viel had Theunisse hem opgewacht. “Want het is toch gemakkelijker met zijn tweeen met die wind.” Al na 45 kilometer had hij versneld. Halverwege de etappe had hij met Maassen een voorsprong van rond de tien minuten gehad. Aan de finish, waar Theunisse de sprint won, was er nog ruim een minuut van over. Maar het duo reed wel 138 kilometer op kop. “Ik heb het afgelopen jaar 50.000 kilometer op kop gereden. Dan kan dit er nog wel bij.” Nuchter van buiten, onzeker van binnen.

Ploegleider Priem en schoonvader Piet Liebregts hadden hun hart vastgehouden. Ze hadden hem nog zo gewaarschuwd: ga niet te hard van stapel, forceer je niet. Maar hij had met een glimlach gegeerd toen Priem langszij kwam om zijn pupil in diens eerste wedstrijd voor TVM te adviseren. Liebregts, ex-soigneur, ploegleider en bondscoach is 's avonds laat zijn emoties nog niet de baas. “Hij heeft nog niet geleerd hoe het is in het peloton te rijden. Maar dat komt nog wel.

Dit zijn nou de grillen van een superkampioen: Hinault, Coppi, Koblet. Dank zij hem ben ik in de wielersport terug. Ik ken hem nu. Apart, maar een kampioen en een goede jongen. Hij is gevoelig voor hele kleine dingen. Het is het beste jaar van z'n leven geweest. Ik ben te wantrouwend, vindt hij. Nu weet hij ook dat hij niemand meer kan vertrouwen.''

Volgende week valt de beslissing over deelname aan de Tour de France. Ploegleider Priem zegt zich geen zorgen te maken. “Ik heb de mensen van de Tour een jaar lang bestookt. Ik heb van het verleden geleerd.”

Even ging het gerucht dat de Tour-leiding geen risico wil nemen Theunisse onder de deelnemers. De Tour de France is immers gebaat bij een 'schone' ronde. Maar Tour-directeur Leblanc heeft ontkend Theunisse om die reden te willen weren. Met spanning wacht Theunisse de eerste uitslagen van zijn dopingonderzoeken af. Krijgt het drama een vervolg met een nieuwe positieve zaak? Gaat Theunisse als een dispensatierenner door het leven? Of is Theunisse toch weer net zo'n normale wielrenner als alle anderen?