Stiptheidsacties in het AMC leiden tot irritatie bij artsen

AMSTERDAM, 13 JUNI. Drie lege bedden. Dat is het enige voor de buitenstaander zichtbare teken van de nu al een maand durende stiptheidsacties van gespeciali(erde verpleegkundigen op de intensive-care-afdeling voor kinderen in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. De afdeling biedt bepaald niet de aanblik van een strijdtoneel. Artsen en verpleegkundigen in groene pakken lopen schijnbaar ontspannen rond in de met beren en kindertekeningen versierde ruimte.

De kinderen, voornamelijk baby's, liggen stil in hun vierkante bedbakjes. Met slangetjjn ze verbonden aan een indrukwekkende hoeveelheid apparaten die voortdurend hun toestand tot in detail registreert. De machines staan op scherp: bij de geringste afwijking van hartslag of bloeddruk gaat het alarm af. Als dat gebeurt mag officieel alleen een arts ingrijpen. Maar in de praktijk is het vaak de gespecialiseerde verpleegkundige die het beademingsapparaat bijstelt of via een infuus medicijnen toedient.

Tijdens de stiptheidsacties op zes afdelingen in het ziekenhuis moeten de artsen dat weer doen. De gespecialiseerde verpleegkundigen onthouden zich strikt, tenzij er sprake is van levensgevaar, van de zogenaamde 'medische handelingen' totdat de raad van bestuur van het ziekenhuis belooft hun werk 'naar behoren' te belonen.

“Driekwart van mijn werk bestaat uit handelingen die ik eigenlijk niet mag doen”, vertelt verpleegkundige I. Moleman, werkzaam op de intensive care voor kinderen. Ze wijst op een baby die met behulp van een ballon de hand wordt beademd. Twee verpleegkundigen, die voor deze ingreep de stiptheidsacties even hebben gestaakt, zuigen de longen van het heen en weer rollende kind schoon. De een houdt de slangetjes en apparaten in de gaten, de ander knijpt in een regelmatig ritme in de ballon. “Ze nemen tijdelijk het werk van de beademingsmachine over.

Dit moet je met zijn tweeen doen. Het luistert erg nauw.” Moleman telt op de afdeling ten minste vier artsen. Normaal moet er minimaal een arts aanwezig zijn. “De artsen zijn de dupe van deze acties. De werkdruk is door de acties voor hen erg hoog en dat leidt soms tot irritaties.”

Het verwijt van de raad van bestuur dat de acties “onaanvaardbare gevolgen voor de patientenzorg” zouden hebben, vindt Moleman echter onzin. “Ze zitten hier een heel eind vandaan. Ik heb ze bij de patienten nog nooit gezien.” De patienten krijgen volgens haar dezelfde zorg als voor de acties, alleen zien ze wvaker een arts in plaats van een gespecialiseerde verpleegkundige aan hun bed.

F. Blom, leider van het actiecomite in het AMC erkent dat patienten soms wel langer op een behandeling moeten wachten. “Maar dat gebeurt alleen als uitstel geen kwaad kan. Verder assisteren we de artsen nog gewoon bij alles. Het is niet zo dat we nu de hele dag in de koffiekamer kunnen gaan zitten.”Wel is de werkwijze nu veel omslachtiger. “Stel, ik zie aan de bloeduitslag van een patient dat hij niet voldoende zuurstof kr Normaal stel ik dan zelf meteen de beademingsapparatuur bij. Nu bel ik eerst een arts die dan moet komen kijken en vervolgens zelf aan de knoppen moet draaien.”

R. Bijlmer, kinderarts en hoofd van de afdeling, vindt dat de verpleegkundigen gelijk hebben, “maar we staan onder grote stress”.

De artsen raken duidelijk oververmoeid. “We werken nu 70 uur per week in plaats van 55. Als de acties volgende week nog doorgaan raken we in de problemen.” Begin deze week waren anningen volgens hem overigens groter dan nu. “Op dit moment wachten we allemaal de uitslag van het kort geding af.”

In het kort geding tegen de AbvaKabo heeft de raad van bestuur van het AMC geeist dat de stiptheidsacties onmiddellijk worden beeindigd. De uitspraak is vanmiddag.