Sterke bevoordeling van zonen bij Kroonaap

Jongetjes hebben alles mee. Ze krijgen meer aandacht dan hun zusjes, worden vaker opgepakt en geknuffeld door hun vaders en andere mannen. Zelfs de moedermelk die ze drinken blijkt rijker aan suikers en eiwitten te zijn. Althans bij de Ceylon-kroonaap, een broertje van de rhesusa uit de regenwouden van Sri Lanka.

''In het begin kon ik mijn ogen niet geloven'', zegt veldbiolooog Wolfgang Dittus. ''Je ziet heel vaak dat mannetjesdieren en ook halfvolwassen jongens als ze samen aan het eten zijn een klein jongetje oppakken, het aaien en er mee spelen. Met een meisje gebeurt dat nooit. Sterker nog, als zo'n kleintje zelf op haar vaders rug klautert, kt hij haar op, snuffelt aan haar geslacht en laat haar gewoon tjak uit de boom vallen.''

Dittus heeft net een paar maanden verlof bij de National Zoo in Washington achter de rug en uit alles blijkt dat hij popelt om volgende week weer op het vliegtuig naar Sri Lanka te stappen. Een vast salaris heeft hij niet, aan kinderen is hij nooit toegekomen. De kroonapen vullen zijn leven.

Hij volgt ze al drieentwintig jaar op het kleine veldstation in het natuurreservaat van Polonaruwa, waar ook belangrijke archeologische vondsten zijn gedaan. Hier leven zo'n 650 kroonapen in 24 socle groepen verspreid door het bos. Dittus weet precies wie bij wie hoort, wie hun moeders en grootmoeders waren, omdat hij de groepen al sinds 1968 volgt. Daarmee hoort zijn projekt tot het langstlopende veldonderzoek aan apen ter wereld.

De kroonaap, Macaca sinica, leeft uitsluitend op Sri Lanka. Het is een alleseter, tamelijk klein van stuk, zo'n drie tot vijf kilo zwaar, met een opvallende kuif die bij ieder dier anders is. Behalve aan hun kuif zijn de aapjes ook herkenbaar aan hun gezichten iverschillende tinten roze of rood, met rode en zwarte pigmentvlekken. En hoe ouder ze worden, hoe meer littekens. ''Maar op den duur herken je ze in een oogopslag aan hun silhouet, net zoals mensen'', zegt Dittus.

''Oorspronkelijk was ik van plan om te onderzoeken hoe ze onderling communiceren met geluiden en gebaren. Maar ik raakte al snel gefascineerd door hun bizarre vertoon van sexediscriminatie.

Uiteindelijk blijkt er toch een zekere logica in te schuilen.'' Jongetjes krijgen niet alleen meer aandacht van andere mannen in de groep, ze worden ook door hun moeders langer en vaker gezoogd. Ze groeien sneller en hebben in hun eerste levensjaar - als eenderde van alle babies sterft - meer overlevingskansen dan hun zusters.

Maar ze moeten ook eerder op eigen benen staan. Na een jaar of vijf verlaten ze hun eigen groep en moeten zich ergens anders een plaatsje in zien te vechten. Dat is de meest kritieke fase in hun leven. Dan sterven ze bij bosjes aan de wonden die ze oplopen tijdens onderlinge gevechten. Onder de volwassen dieren zijn dan ook wel twee tot drie maal zoveel vrouwtjes als mannetjes.

Dittus vermoedt, dat in de zoons vooral in de vroegste jeugd zoveel mogelijk genvesteerd wordt om ze voor te bereiden op een harde toekomst. ''Uiteindelijk krijgen kinderen van beide sexen evenveel van hun ouders mee, maar uitgesmeerd over verschillende perioden'', gt Dittus.

De apen zijn aan de veldbiologen gewend geraakt. ''Ze komen soms vlakbij je in de buurt zitten, alsof je een boomstam bent. We stellen ons zo neutraal mogelijk op. We dragen allemaal hetzelfde uniform. We lopen langzaam, als we merken dat we ze in de weg lopen gaan we opzij.

Nieuwe studenten moeten vooral leren om nooit oogcontact te maken, omdat de dieren dat als bedreigend ervaren. Je mag best naar hun gezicht kijken, maar zodra ze in je ogen kijken moet je je blik afwenden, dan gaan ze rustig door met wat ze n het doen waren.''

Aan zijn bureau Zelf zit Dittus nu, spijtig genoeg, meer aan zijn bureau dan vroeger.

Vanuit Sri Lanka wordt samengewerkt met buitenlandse specialisten. Op dit moment wordt bij de National Zoo in Washington de laatste hand gelegd aan een analyse van monsters van moedermelk van de kroonapen.

Tamelijk verrassend is de ontdekking dat het eiwit- en suikergehalte bij moeders van een zoon hoger blijkt dan dat van moedersan een dochter. ''En voedingswaarde zegt niet alles, het gaat ook om de hoeveelheid melk die een jong binnenkrijgt en die kunnen wij niet meten'', zegt Dittus. Wel heeft hij vastgesteld, dat jongetjes vaker en langer worden gezoogd.

Een eerder manuscript, waarin werd aangetoond dat kroonapen die hoog in rangorde staan meer zonen zouden krijgen dan dochters, werd door de redactie van Nature naar de prullenmand verwezen. ''Hun commentaar raakte echt kant nog wal en trouwens, die Britse vriendjespolJH)tiek daar kom je als buitenstaander vanuit Sri Lanka niet doorheen'', gromt de onderzoeker. Zijn filosofie is, dat een zoon van een moeder die hoog in de hierarchie staat, een goede start krijgt en kans maakt om tot een sterke groepsleider uit te groeien. Zo'n zoon kan korte tijd, bij verschillende partners in de groep, wel een stuk of tien nakomelingen verwekken, meer dan een dochter in haar hele leven zou baren. Een zoon levert de moeder uit de hoogste standen dus meer kleinkinderen op dan een dhter.

Voor een zoon uit de middenklasse is de kans om tot groepsleider uit te groeien en met veel vrouwtjes te paren niet zo groot.

Waarschijnlijk zal een dochter meer aan de voortplanting bijdragen dan een zoon.

In de onderklasse ligt het nog weer anders. Kinderen hebben daar sowieso erg slechte overlevingskansen. Omdat de prognose voor een jongetje gunstiger is dan voor een meisje lijkt dat de beste strategie. De kans dat dit jongetje het tot groepsleider brgt is nagenoeg nul, maar in een onbewaakt ogenblik kan hij wellicht wel eens ergens een kind verwekken.

Maar hoe weten de apenmoeders dat dan en hoe kunnen ze daarnaar handelen?