St. Petersburg

ALS DE VOORTEKENEN niet bedriegen, en als het Russische parlement gevolg geeft aan de democratisch gepeilde wens van de Leningraders, heet Leningrad binnenkort weer net als tussen 1703 en 1914: Sankt Petersboerg of, vertaald, St. Petersburg.

Het goed-Russische Petrograd, gentroduceerd na het begin van de Eerste Wereldoorlog en afgeschaft na Lenins dood in 1924, is afgewezen als zijnde te Russisch-nationalistisch.

Het is de spectaculairste van alle naamsveranderingen van de laatste tijd. Er is in de Sovjet-Unie, en overal in Oost-Europa trouwens, een ware orgie van omdopingen gaande. Niet voor het eerst, want de talrijke steden, dorpen, fabrieken, schepen, collectieven, cooperaties, pleinen, straten enzovoorts die tot de jaren vijftig naar Stalin zijn genoemd, hebben al eerder een nieuwe naam gekregen. Nu zijn op grote schaal de andere revolutionairen aan de beurt: de stad Kalinin heet weer net als vroeger Tveral heet Kaliningrad nog Kaliningrad), Koejbysjev heet weer Samara, Ordzjonikidze is Vladikavkaz geworden, Gorki is omgedoopt in Nizjni Novgorod en Vorosjilovgrad heet Loegansk. In Sverdlovsk is gestemd over Jekaterinenburg.

Dzjerzjinski, Vorosjilov, Froenze, Kirov en zoveel andere oude helden verdwijnen van de kaart. Zelfs Lenin is niet heilig meer.

De afrekening met het verleden gaat gepaard met een euforie en een enthousiasme die een betere, althans een zinvollerzaak waardig zijn: als men met hetzelfde enthousiasme bestuursstructuren en economische praktijken zou hervormen, zou de Sovjet-Unie een ander beeld te zien geven. De anti-revolutionaire golf van herdopingen gaat zelfs zo ver dat ook op een 'good old name' als Proletarskaja een taboe is gelegd.

Dat metrostation in Moskou moet Kroetitskaja gaan heten, net zoals het Plein van de Vijftigste Verjaardag van de Revolutie in Moskou Manegeplein is gaan heten.

EEN VOORDEEL heeft de euforie wel.e terugkeer naar de namen van voor de revolutie is misschien een garantie dat het met de praktijk van het voortdurend omdopen is gedaan. In de jaren twintig en dertig werden duizenden steden genoemd naar (vaak nog levende) prominente revolutionairen. In de jaren dertig, toen Stalins massaprocessen begonnen en de revolutie haar kinderen begon te verslinden, leidde dat soms tot pijnlijke situaties. De stad Batalpasjinsk werd in 1936 genoemd naar Daniil Soelimov, partlid sinds 1905 en premier van Rusland. Vier maanden later al moest de naam worden veranderd, omdat Soelimov in Stalins vernietigingsmachine was verdwenen. De nieuwe naam was Jezjovo-Tsjerkessk, naar Nikolaj Jezjov, Stalins politiechef. Toen die al na een jaar op zijn beurt het slachtoffer werd van Stalins zuiveringen, was de stad weer aan een nieuwe naam toe. Ditmaal liet men het maar bij Tsjerkessk. En zo heet de stad nog steeds.