Slovenie steeds meer ten prooi aan twijfel; Na euforie komen praktische bezwaren

LJUBLJANA, 13 JUNI. Ondanks de dreigementen van de Joegoslavische premier Ante Markovic aan het adres van de Sloveense regering - hij zei gisteren dat een eenzijdige afscheiding van deze republiek “catastrofale” gevolgen zou hebben - heeft zijn Sloveense collega Lojze Peterle gisteren geen duidelijk antwoord willen geven op de vraag of Slovenie op 26 juni uit de federatie treedt of niet.

26 juni is de dag die de Slovenen in een referendum i december hebben bepaald om uit de federatie te stappen. Hoewel de Sloveense media er geen misverstand over laten bestaan dat alles al besloten is - “we tellen af: nog dertien dagen tot de zelfstandigheid”, meldt het in Ljubljana verschijnende dagblad Slovenske Novice vandaag op de voorpagina - komen er steeds meer signalen uit de omgeving van de Sloveense regering waaruit de conclusie getrokken kan worden dat men het er allerminst over eens is op welke wijze 'het afschei' van Joegoslavie moet verlopen. Hoewel de Slovenen de afgelopen maanden is voorgehouden dat de Sloveense paspoorten al op de gemeentehuizen liggen en de Sloveense valuta in de kluizen van de nationale bank zijn opgeborgen, verklaarde de minister van financien, Dusan Sesok vorige week tussen de bedrijven door dat de Slovenen op 26 juni niet hoeven te rekenen op een nieuw paspoort. Ook zal men nog steeds de Joegoslavische dJH)nar gebruiken.

“Op 26 juni zullen we 'normatief zelfstandig' worden. Van een effectieve zelfstandigheid kan echter geen sprake zijn”, zei de minister vorige week in het Sloveense parlement. “We hebben geen deviezenreserve waarmee een Sloveense valuta een stabiele positie wordt gegeven. Omdat het nog wel enige tijd zal duren voordat onze buurlanden Slovenie zullen erkennen, zou de invoering van een eigen paspoort betekenen dat we het land niet mer uit kunnen”, lichtte de minister toe.

Zijn mededeling leidde tot heftige reacties. Een parlementslid beschuldigde de regering zelfs van landverraad. Een drietal ministers, leden van de Sloveense Democratische Liga, heeft gedreigd op 26 juni uit de regering te stappen wanneer op die dag niet “een effectieve zelfstandigheid” wordt bereikt.

De verklaring van Lojze Peterle, “dat alles is voorbereid om op 26 juni een effectieve onafhankelijkheid uit te roepen”, heeft de onduidelijkheid over de plaen van de regering met betrekking tot de onafhankelijkheid van deze republiek niet kunnen wegnemen. Het is niet duidelijk of de weifelende houding van een deel van de Sloveense leiding betreffende de afscheiding is ingegeven door het feit dat het - wegens de politieke druk in Joegoslavie en daarbuiten en de te verwachten negatieve economische gevolgen - onmogelijk zal zijn op korte termijn de zelfstandigheid te realiseren. Het is mogelijk dat Peterle uit de weerstand waarop de Sveense zelfstandigheid stuit, de conclusie heeft getrokken dat het zo niet onmogelijk, dan toch uiterst schadelijk is zich van Joegoslavie af te scheiden. Peterle wordt er door zijn radicalere politieke bondgenoten van verdacht alsnog voor een confederaal verband tussen de zes republieken te kiezen en slechts op een gunstig tijdstip te wachten dit aan de Slovenen mede te delen.

Als dat zo zou zijn is Peterle niet de enige in Slovenie die zijn twijfels heeft over de zin an een zelfstandig Slovenie.

Na de verkiezingsoverwinning van de burgerlijke coalitie Demos, in april vorig jaar, ontstond een haast blinde euforie waarbij men er geen misverstand over liet bestaan dat Slovenie snel zelfstandig en daarmee het 'Zwitserland van de Balkan' zou worden.

Er zijn in Slovenie nu echter ook andere geluiden te horen. Met name onder intellectuelen is twijfel ontstaan of een zelfstandige staat nu wel zo nodig is. De socoloog Tomaz Mastnak heeft Demos van politiek avonturisme beschuldigd. “Het Sloveense separatisme leidt slechts tot destabilisering van het politieke krachtenveld op de Balkan en tot een isolement van Slovenie. Als we de energie, die nu wordt gestoken in de afscheiding, zouden gebruiken voor een democratisering van Joegoslavie, zou dat voor Joegoslavie heel wat nuttiger zijn”, aldus Mastnak in een artikel in het invloedrijke weekblad Mladina.

De vooraanstaande Sloveense econoom Aleksander Bajt verH)klaarde onlangs ervan overtuigd te zijn dat de Sloveense onafhankelijkheid deze republiek op korte termijn zou degraderen tot een 'tiende provincie van Oostenrijk'. Tot verrassing van de Slovenen is de afgelopen weken ook een knik gekomen in de verhouding met de politieke bondgenoot Kroatie, dat eveneens heeft aangekondigd zich eind deze maand onafhankelijk te verklaren. De Kroaten eisen van de Sloveense regering dat zij zich garant stelt voor de deviezen, ruim een miljad dollar, die de Kroaten op Sloveense bankrekeningen hebben staan. De Slovenen, die zelf problemen hebben met Westerse valuta, kunnen dat niet. Daarnaast eist Kroatie een monetaire en douane-unie met Slovenie, iets waar Slovenie niets voor voelt.

De eerste krachtproef voor de zelfstandige staat in spe zal de vandaag door Markovic ingevoerde blokkade van de Sloveense invoer zijn.

Markovic wil op die wijze alsnog het geld krijgen dat de Sloveense regeri aan douanegelden, bedoeld voor de federale staatskas, in eigen zak heeft gestoken “om de zelfstandige Sloveense staat te financieren”.

De Sloveense regering rekent erop dat de eigen douane geen gehoor zal geven aan de opdracht van Markovic de blokkade door te voeren. Wanneer Markovic toch zijn zin krijgt, zal dat de Sloveense economie lamleggen. De uitslag van deze krachtproef tussen de federatie en de Sloveense 'separatisten' zou wel eens bepalend kunnen zijn voor de verdere politieke ontwikkelingen in de verhouding tussen Slovenie en Kroatie.