Overdracht van grafrechten

Diep verontwaardigd was de bnster van twee huizen verderop. Dat de jongens uit de straat haar schutting hadden beklad kon al niet door de beugel. Maar dat ze er behalve schuttingwoorden ook een paar keer de letters CPN tussen hadden gekalkt, daar had ze geen woorden voor. Dat was in het begin van de jaren zestig. We wisten hoe we buurtbewoners moesten treffen die meenden onze voetbal te moeten afpakken.

Een paar jaar later. Met kende knieen voor het districtskantoor van de CPN om ook van die partij een verkiezingsaffiche voor de verzameling te bemachtigen. Zouden ze je binnenlaten en, nog belangrijker, zouden ze je er ook weer uitlaten? De CPN, dat was nog steeds geen gewone partij, maar toch meer een geheimzinnige sekte.

Weer een paar jaar later. Begin jaren zeventig. De stroom docenten afkomstig uit Nijmegen naar de School voor de Journalistiek in Utrecht houdt aan. Dat de jongelui 'stukkies' wilden leren schrijven was best, als ze er zich maar van bewust waren dat “er een kloof groeit tussen de kennis die de media verschaffen en de kennis die de arbeiders opdoen in de dagelijkse praktijk en strijdervaringen”. En om dat gat te overbruggen, daar waren zij - de sociologen en communicatiewetenschappers uit Nijmegen - voor. Geen verre tochten meer voor verkiezingsaffiches van de CPN. Ze waren ruimschoots verkrijgbaar op de School, maar vonden bij de aankomende journalisten slechts weinig aftrEP)Tenslotte deze week een invitatie. “Aan de redacties, hierbij nodigen wij u uit het buitengewone congres van de CPN bij te wonen op 15 juni 1991”. Hoera, we mogen er naar toe! Hoe lang hebben de Nederlandse communisten niet in beslotenheid vergaderd en moesten de 'Felix Meritis watchers' het doen met de cryptische verslagen in De Waarheid, het volksdagblad voor Nederland. Pas vanaf 1980 mochten de vertegenwoordigers van de burgerlijke pers erbij. Nu mogen ze er ook getuige van zijn als het congres komende zaterdag besluit de Communistische Partij van Nederland “vanwege de oprichting en de ontwikkeling van de partij Groen Links per ultimo 31 december te ontbinden”.

Ontbinden is een wat groot woord. De partij verkeerde sinds 1977 al in verregaande staat van ontbinding. Het was het jaar van de grote ontgoocheling. De verkiezingsslogan na vier jaar kabinet-Den Uyl luidde: Van Agt eruit, de CPN erin. Het resultaat was dat de vermaledijde vice-premian Agt als minister-president nog vaster het zadel kwam en de CPN - met nog maar twee van de aanvankelijk zeven zetels - bijna uit de Tweede Kamer verdween. Op dat moment is de klinische dood bij de CPN ingetreden, ware het niet dat vervolgens allerlei 'nieuwlichters' - die enkele jaren daarvoor ongetwijfeld nog zouden zijn aangeduid als 'renegaten' - met de comatueuze patient aan de haal gingen.

Feminisme nam de plaats in van het stalisnisme, de gesdenis werd opnieuw herschreven en de deur naar linkse samenwerking verder opengezet. Het was te laat. De overblijvers in de partij streden nu alleen nog maar intern tegen elkaar. Steeds langer duurden de vergaderingen met steeds minder leden. In wezen besluit het buitengewone CPN-congres over twee dagen ook niet tot opheffing, maar tot overdracht van de grafrechten.

'Alles moest anders' heet de onlangs verschenen bundel opstellen van 'prominente vertegenwoordigers' van inkse generatie die inplaats van naar de verbeelding aan de macht teruggreep naar geharnaste begrippen als de proletarische revolutie en de klassenstrijd. Onder hen nogal wat ex-CPN leden. Ter geruststelling: ze maken het allen redelijk wel en zijn veelal 'leuk' terecht gekomen in of rond de journalistiek: Volkskrant, NRC Handelsblad, Vrij Nederland, School voor de Journalistiek, De Groene Amsterdammer. Ze werden destijds lid omdat hun vrienden het werden, omdat het woord communisme zo'n 'onweerstaanH)re aantrekkingskracht' had, omdat radicaal gebroken moest worden met het foute oorlogsverleden van de ouders en omdat het communistische arbeiders waren geweest die in 1969 de loopbrug bij het Maagdenhuis hadden gebouwd.

Buitenstaanders die de bijdragen gelezen hebben waren de afgelopen weken eensgezind in hun oordeel: De ontboezemingen zijn zowel onthullend als onbegrijpelijk naef. Klakkeloos legden de universiteitshervormers zich neer bij het democratisch centrae van de partij. Zonder schroom zetten zij zich aan het schrijven van een pamflet tegen een afvallig lid. Zonder spoor van twijfel pasten zij die als redacteur bij De Waarheid werkten, zelfcensuur toe. Vol van twijfel, maar zonder die uit te spreken lieten zij zich de les lezen door erevoorzitter Paul de Groot.

Waarom toch? Waarom schakelden al die niet onintelligente mensen hun verstand uit? Op een na werden alle auteurs van Alles moest anders die over hun CPN-verleden scen, lid van die partij in het begin van de jaren zeventig. Ze hadden dus ruimschoots kennis kunnen nemen van wat 'wandelganger' Henri Faas reeds in 1967 in zijn boek God, Nederland en de franje schreef: “Van tijd tot tijd wordt het vooraanstaande leden van de CPN te veel. Ze lopen weg en gaan memoires schrijven. Wat ze dan vertellen is niet fris, wel interessant, maar nooit helemaal bevredigend omdat ze gaan schelden op andere communisten of oud communisten doch niet uitleggen hoe zij zelf tijdenlang tegen beter weten in de meest verschrikkelijke enormiteiten hebben kunnen verdedigen. En hoe ze het hebben uitgehouden in het sfeertje dat CPN heet.” De woorden van Faas van bijna vijentwintig jaar geleden hebben nog steeds een hoge actualiteitswaarde. Alles was mis in de CPN lezen we nu, maar hoe mis waren de auteurs zelf door uberhaupt tot een dergelijke organisatie toe te treden? Of was het gewoon en ook niet meer dan de 'spanning' die er aan het CPN lidmaatschap vastzat. Wie kennis neemtn de huidige opvattingen van sommige uitgetreden CPN-ers, zou haast denken van wel. Hun speeltuin heette op dat moment CPN.

Interessanter dan het verhaal van de studenten die even bij de CPN langs kwamen en en passant de partij de vernieling in hielpen, is natuurlijk het relaas van de oude garde: Joop Wolff, Henk Hoekstra en niet te vergeten Marcus Bakker. Zij waren er steeds bij toen partijgenoten eerst op de meest onsmakelijke manier verdacht werden gemaakt en om vervns te worden geroyeerd. “Lelijke dingen”, waar hij echter niet “wakker van ligt” noemt Joop Wolff dat nu. En hoe staat het met Marcus Bakker, auteur van het beruchte rapport 'De CPN in oorlogstijd', dat eind jaren vijftig volgens de stalinistische tradities de weg bereidde voor een nieuwe zuivering. Het 28ste partijcongres van de CPN trok in 1982 dit partijdocument weliswaar in, maar Bakker bleef. 'Communisten in de vredestijd' heet zijn bijdrage in het spH)ciale nummer van Politiek en Cultuur dat deze week ter gelegenheid van de naderende opheffing verscheen. De titel zal wel onbedoelde ironie zijn. Over zijn eigen zwarte verleden geen woord.

Nu de CPN bijna is opgeheven maken andere wel de fouten. De inwoners van Leningrad geven per referendum te kennen van die besmette naam af te willen terwijl de Tweede Kamer besluit om een van zijn vergaderzalen naar Marcus Bakker te vernoemen .