OM vindt hevige kritiek op politie-onderzoek in IRA-zaak 'ongepast'

DEN BOSCH, 13 JUNI. Het openbaar ministerie bij het gerechtshof in Den Bosch heeft zijn afkeuring uitgesproken over de felle kritiek op het politie-onderzoek in de IRA-zaak die de Leidse hoogleraar dr. W.A. Wagenaar dinsdag in deze krant heeft geuit.

In een gisteren uitgegeven verklaring noemt het openbaar ministerie het “ongepast dat een deskundige die daags daarvoor is gehoord buiten de rechtszaal tijdens de duur van het proces dergelijke publieke uitlatingen meent te moeten doen”.

Wagenaar noemde het politie-onderzoek in de IRA-zaak “schandalig”, omdat vorig jaar na de arrestatie van vier verdachten hun foto's via de media zijn verspreid nog vooat ze werden getoond aan ooggetuigen van de aanslag. Daardoor wordt een eventuele herkenning volgens hem waardeloos en kan de rechter niet meer uitmaken of getuigen de vermoedelijke daders herkennen van de foto danwel van het misdrijf.

Wagenaar, die in Leiden hoogleraar is in de toegepaste functieleer, verweet de Nederlandse rechters dat zij in belangrijke zaken steeds vaker geegen nemen met “flut-bewijs”, terwijl zij in zaken van minder belang de hoogste eisen stellen aan de bewijsvoering.

In het rapport 'Identificatie van personen door ooggetuigen' dat twee jaar geleden is verspreid door de ministers van justitie en binnenlandse zaken, wordt inderdaad gewaarschuwd voor het gevaar dat een getuige een verdachte te zien krijgt voordat die getuige een fotomap wordt voorgehouden of deelneemt aan een 'Oslo-confrontatie'

(waarbij de getuige uit een aantal sterk gelijkende personen de verdachte moet aanwijzen). Wagenaa die zelf in de commissie heeft gezeten die het rapport heeft opgesteld, heeft het hof in de IRA-zaak voorgehouden dat de ooggetuigen, die een cruciale rol spelen in het proces, direct of indirect zijn benvloed door de foto's die via de media zijn verspreid.

Wagenaar verbaast zich over de opmerkingen van het openbaar ministerie. “Als ik dergelijke serieuze kritiek heb op het politie-onderzoek wil ik die kunnen uiten. Er is niemand die me dat kan ver(JHieden.”

Het hof in Den Bosch heeft gisteren opnieuw de Schotse terrorisme-expert Paul Wilkinson als deskundige gehoord. Volgens hem zijn de sporen die na de aanslag zijn gevonden typisch voor de werkwijze van een IRA-cel. Alleen het inschakelen van een buitenstaander als de studente Ingrid H. is volgens hem zeer ongebruikelijk. Wilkinson was ook van mening dat er begin vorig jaar vrijwel zeker niet meer dan een IRA-cel op het Europese vasteland actief is geweest.