Nieuwe exodus van Albanezen naar Italie lijkt op gang gekomen

ROME, 13 JUNI. Er lijkt een nieuwe exodus van Albanezen naar Italie op gang te zijn gekomen. Het gaat om minder mensen dan de vorige keer, maar de Italiaanse regering weigert hen toe te laten. Intussen groeien de problemen rondom de opvang van de 23.000 bootvluchtelingen die in maart zijn gekomen.

Dinsdag zijn in het kanaal van Otranto, het stuk zee tussen Zuid-Italie en Albanie, 400 tot 600 Albanezen opgepikt door passerende veerboten en vrachtschepen, die hen gsteren naar Triest, Ancona en Venetie hebben gebracht.

De Albanezen hebben geen toestemming gekregen om van boord te gaan. Dit tekent de harde opstelling van Rome tegenover deze nieuwe vluchtelingenstroom. Minister van immigratie Margherita Boniver heeft de prefecten van de kustprovincies opdracht gegeven alle nieuwe Albanezen te weren.

Een groep van 186 Albanezen aan boord van de Griekse veerboot El Greco, die in de haven vanAncona ligt, is uit protest hiertegen in hongerstaking gegaan. De Griekse ambassade in Rome heeft de Italiaanse regering opgeroepen de Albanezen wel van boord te laten gegaan.

Dinsdagnacht kwam in Otranto een Albanees vissersbootje aan met een dertigtal vluchtelingen en twee doden. Het bootje is tijdens de vluchtpoging beschoten door de Albanese kustwacht, zo hebben de autoriteiten in Tirana bevestigd. Vier van de vluchtelingen zijn met schotwonden naar een ziekenhuis gebracht.

De opgepikte Albanezen dreven hulpeloos op zee rond o vlotten. De Italiaanse autoriteiten vermoeden dat er een grootschalige exodus is georganiseerd door Albanezen die zich daar door de vluchtelingen goed voor laten betalen. De vlotten zouden tot vlak bij de Italiaanse wateren worden gesleept en daar worden losgegooid.

De Italiaanse kustwacht patrouilleert in het gebied om te voorkomen dat nieuwe boten uit Albanie de Italiaanse havens binnenlopen, maar wil om humanitaire redenen de mensen op de vlot(H)ten niet aan hun lot overlaten. Daarom is passerende schepen verzocht de vluchtelingen aan boord te nemen en naar Italiaanse havens te vervoeren.

Intussen wordt het probleem van de ongeveer 23.000 Albanezen die in maart van dit jaar naar Italie zijn gevlucht, steeds groter. Minister van immigratie, Boniver, heeft gezegd dat na 15 juli alle Albanezen moeten terugkeren die niet als politiek vluchteling zijn erkend, geen werk hebben gevonden of niet door een familie zijn openomen.

De Italiaanse regering heeft de Albanezen die willen terugkeren een gratis overtocht en 150 dollar in het verschiet gesteld. Volgens de minister van binnenlandse zaken, Vincenzo Scotti, zijn de kosten van de opvang van de vluchtelingen vele malen hoger. Deze worden op bijna twee miljoen gulden per dag geschat. Wie niet uit eigen beweging teruggaat, zal desnoods onder dwang worden teruggebracht naar de Albanese grens, zo heeft minister Boniver gedreigd.

In de Zuiditaliaanse regio's Puglia en Basilicata,waar naar schatting 14.000 Albanezen nog steeds op campings en in toeristencentra zitten, lopen de spanningen steeds hoger op. Er is de afgelopen dagen een groot aantal incidenten geweest: diefstallen en inbraken, brandjes, botsingen van ontevreden vluchtelingen met de politie, verkrachtingen.

Na deze rellen zijn vijftig Albanezen uitgewezen. Onder de plaatselijke bevolking is steeds meer weerstand merkbaar tegen de Albanezen. Ook groeit het protest tegen de rering in Rome, die had toegezegd dat de vluchtelingen voor het begin van het toeristenseizoen zouden zijn overgebracht naar opvangcentra elders in Italie. De toeristenindustrie in Puglia vreest dat de aanwezigheid van de Albanezen leidt tot een sterke daling van de belangstelling voor deze regio.

Het hoofdprobleem bij het overbrengen van de vluchtelingen naar elders is de weerstand in midden- en Noord-Italie. De burgemeesters vade gemeenten waar minister Boniver de vluchtelingen heen wil sturen, werken haar tegen, soms openlijk. De minister heeft gedreigd om, als het huidige overleg tot niets blijft leiden, desnoods eenzijdige beschikkingen uit te vaardigen om vluchtelingen naar bepaalde steden te kunnen sturen.

Zij heeft ook een commissie ingesteld die de duizenden aanvragen om als politiek vluchteling te worden erkend, moet onderzoeken. Een grote meerderheid van de Albanezen heeft een dergelijk verzoek ingediend.

Boniver heeft gezegd dat slechts “een beperkt aantal mensen” als politiek vluchteling zal worden erkend, gezien de “politieke veranderingen die hebben plaatsgehad in hun land”. De minister van buitenlandse zaken, Gianni De Michelis, zou vandaag naar Tirana gaan voor overleg over de vluchtelingen. Hierbij zou ook worden gesproken over financiele en economische hulp van Italie aan Albanie, en over manieren om de nieuwe vluchtelingenstroom die op gang lijkt te zijn gekomen, te stoppen.

Slechts een klein gedeelte va de 23.000 vluchtelingen die in maart zijn gekomen, heeft werk gevonden. Met het naderen van de 15de juli die de minister als uiterste termijn heeft gesteld, wordt de onrust onder de Albanese vluchtelingen steeds groter. Er heerst grote verwarring onder hen, ook omdat de Italiaanse regering niet goed duidelijk heeft gemaakt hoe zij Albanezen wil terugsturen die niet aan de gestelde voorwaarden voldoen. Slechts weinigen lijken te voelen voor de 'oprotpremievan 150 dollar en de kans is groot dat duizenden Albanese vluchtelingen zich fel zullen verzetten tegen pogingen tot gedwongen repatriering.