'Kwaliteit heeft niks met leeftijd te maken'; Ouder is eerder meer dan minder

Een ieder heeft daarover zijn eigen verhaal. Vandaag als eerste Henk Kersting. Henk Kersting (1905): “Dat was met m'n 65ste; toen hebben ze me voorgedragen en het werd me op een heel bijzondere maniergereikt, heel gek: op een speciale vergadering van de buitenlandse pers. Daar was ik voorzitter van en die bestond zoveel jaar en toen hebben we een soort forum georganiseerd. Dat zal wel gegaan zijn om de persvrijheid: dat is altijd raak. En een van de gastsprekers was De Jong, minister-president, en het gebeurde in de zaal van de Tweede Kamer.

Bij die gelegenheid heb ik dus dat lintje gekregen: hij heeft han Anneke gegeven en die heeft het me toen moeten opspelden.''

Henk Kersting vond zichzelf niet oud toen de foto gemaakt werd. “Nee. Maar ik vond het wel mooi dat ik pas met mijn 66ste hoefde op te houden bij de Associated Press. Want daar was ik het hoofd van, de baas, directeur... weet ik veel. Dat was een hele uitzondering dat ik mocht blijven want ze hadden nog geen nieuwe gevonden. Maar intussen werd je omringd door mensen die dolblij zijn als ze met pensioen gaan.

Ik er nog heel lang bijverdiend, tot mijn tachtigste ongeveer, met allerlei dingen.

“Ik weet nog wel: er kwam toen een ambtenaar van de belasting bij me en deze man zei: “Meneer, u bent bijna psychopatisch! Hoe haalt u het in uw hoofd! Want neemt u me niet kwalijk maar als ik 65 ben, dan...”

- maakt een ver-wegwerpgebaar - “...oh, nooit meer iets van belastingen!” Maar dat was bij mij zeker niet zo. En ja: ik herinner me uit mijn jeugd dat mensen van 40, met die stijve boorden om, dat waren oude mn. Maar toen ik zelf 40 was, dat was vlak na de oorlog: geen sprake van dat ik me toen een oude man voelde. Ook niet toen ik 65 werd. En nog steeds niet. Ja, je merkt het: je bewegen, het eerste uur na het opstaan. Mijn handen: vroeger maakte je gemakkelijk een fles open, dat gaat nu moeilijker. En tillen gaat moeilijk, maar dat is toch logisch? De trap oplopen, als ik op de Kring ' - de societeit op het Leidseplein waar Kersting vaak gaat bridgen -, “dat doe ik toch liever alleen dan dat er iemand bij is.

“En er zijn ook wel dingen waar ik tegen opzie, maar dat zijn niet zozeer lichamelijke dingen. Een brief schrijven bijvoorbeeld: dat schuif ik opzij. Maar voor de rest: nee, ik kan niet zeggen dat ik worstel met het oud-zijn. 't Zijn meer de andere mensen die me eraan herinneren. En ik ben ook niet zo'n diepduiker of diepgraver: ik denk niet aan oud of jong. Ik denk er wel aan dat ik moet oppassen, maar daar helpt Anneke me mee, om niet eventukritiek, vooral in mijn vak, - en die mag je natuurlijk wel hebben! - maar om dan niet terug te grijpen op vroeger. Dat is toch zo'n domme rotgewoonte van oude mannen en van vrouwen waarschijnlijk ook: vroeger was zoveel beter, vroeger deden we het anders: je kent het wel. Want als ik een krant inkijk ben ik tegelijk eigenlijk in gedachten bezig om nieuws te maken en te bewerken. En ja, dan denk ik toch vaak: God, hoe kunnen ze daarmee openen. Of: Wat is dat slecht gesteld! En ja, onwillekeurig ga je dan toch elijken...

“Bijvoorbeeld zoals er tegenwoordig over de publiciteit geschreven wordt, dat zou onbestaanbaar zijn in mijn tijd. Dat gebeurde niet!

Want je schreef niet over de keuken. Dacht je dat er ooit een verhaal in een krant kwam hoe er een bepaald bericht tot stand was gekomen?

Nooit! Dat was een beetje geheimdoenerij, de journalistiek. Er waren wel mensen geeerd maar dat waren de hoofdartikelenschrijvers. En de hoofdredacteuren: die hadden status, misschien meer nog dan en dat waren ook echte heren, ja. Maar de gewone jongens aan de redactie, de verslaggever: die bestond niet.

“Ik zal je vertellen: toen ik, aanvankelijk als stenograaf, aan de Telegraaf kwam, toen vertelde mijn moeder dat aan haar zuster, mijn tante: “Die werkt aan een krant”. En die dacht dat ik dus de krant rondbracht. Dat was voor die mensen het enige contact dat ze met een krant hadden. Zo'n bezorger kwam er elke dag, inde ook, was op tijd.

Ze konden hun klok op gk zetten op de bezorger: die man kenden ze.” Kersting is geabonneerd op de Volkskrant, Het Parool, NRC-Handelsblad, Vrij Nederland en de Groene. “Bovendien sta ik op allerlei lijsten en daar kom je nooit meer vanaf. Ik heb geprobeerd te schrijven aan de verschillende ministeries: bespaart u zich nou de moeite en het geld, maar nee... onze bus zit altijd vol drukwerken. En ik kan dan niet laten ze open te maken en toch even door te lezen. Ik heb dan ook nooit gedacht: als ik niks meer te doen heb, wan sta er middenin. Zo tot mijn 80ste heb ik altijd allerlei verplichtingen gehad en ook steeds enorm veel aanloop, vooral van jonge mensen. Studenten in de journalistiek bijvoorbeeld, zo van: God, leeft die oude knar nog? Dan weet hij dit of dat misschien nog wel: over het vak, meestal. Ik word ook vaak opgebeld en in de regel weet ik het dan ook, misschien niet direct maar dan wel binnen het uur. En kijk: dat houdt je toch bezig.”

Met leeftijdsgenoten gaat hij eigenlijk niet om. “Laatst ik gebeld door iemand met wie ik voor de oorlog nog als stenograaf bij Pierson en Co had gewerkt. Die was wel wat jonger dan ik, maar ook wel in de buurt van de 80. Toch hebben we toen geen afspraak gemaakt; ik merkte dat hij noch ik er behoefte aan hadden om bij elkaar te gaan zitten en herinneringen op te halen. Maar ik neem aan dat er mensen zijn die daar wel behoefte aan hebben, natuurlijk. Maar ik niet; de mensen met wie ikga zijn eigenlijk allemaal jonger. En daar gaan er toch ook heel wat van! Daar heb ik ook wel last van, zonder dat ik dat direct op mijn eigen dood betrek: dat er zo ontzaglijk veel mensen om mij heen doodgaan. Maar misschien dat dat, - ik durf het bijna niet hardop te zeggen! - het zelf doodgaan wat makkelijker maakt? Ik denk er maar niet aan: ik leef bij de dag en soms, zoals toen ik deze foto opzocht, denk ik: Ik moet es gaan opruimen want straks ga ik dood en dan kunnen ze geen wijs uit deze rotzooi. Maar dat ver ik dan weer.”

De oorlog: daar denkt Henk Kersting nog wel vaak aan: “Ja, dat is onvermijdelijk: elke dag istie er nog, bij mij.” Herinneringen zoals toen hij de laatste anderhalf jaar een nieuwsbulletin maakte: “Iedere dag, gewoon door naar de BBC te luisteren, in een stuk of vijf, tien kopieen. En daar bleek zo'n vraag naar, naar dat secce nieuws: daar kwamen toen abonnees op en die betaalden ook. Ik zat ondergedoken, Anneke bracht ze weg en later heb ik ze kunnen stencillen bij Eduard Althoff op de Stadhouderskade ik zal nooit vergeten: er was een dag dat we zo bezig waren en opeens kwam zijn zoontje binnenhollen: 'Pas op! Pas op!' Ik keek naar buiten: enorm veel SS-ers! En toen heb ik van daaruit de executie in het Weteringplantsoen gezien. Twee afdelingen waren er; in tweeen gebeurde het. De tweede groep die kwam, zag hoe... Mensen, voorbijgangers, keerden het hoofd af maar werden gedwongen toe te kijken. En ik stond er pal tegenover!”

Na zijn 66ste heeft Henk Kersting zich - kan aan huis - nog ingezet voor World Press Photo. “Daar had ik al veel mee te maken gehad omdat AP ook foto's instuurde en daar waren altijd veel winnaars bij. En toen lag het op zijn kont, het was failliet en ze kwamen bij mij. Maar of ik eerst even wilde informeren bij mijn relaties in het buitenland of het nog wel zin had. En dat bleek toen, dus daar heb ik me nog een jaar of vijf, zes mee beziggehouden. Er was geen geld; ik werd er wel voor betaald, maeel karig. Tegelijk had ik nog een correspondentschap voor een milieublad in Amerika, ik zat nog in allerlei commissies en besturen en ik heb nog heel veel geschreven in De Journalist.

Het spreekt dus eigenlijk vanzelf dat hij van oordeel is dat iemand met zijn 65ste niet verplicht zou moeten zijn te stoppen met dat te doen waar hij goed in is: journalistiek bedrijven, bijvoorbeeld.

“Moet dat dan? Ik vind natuurlijk van niet. De krant zegt toch wie ze wel of niet willen hebben en ik kan me heel goed voorstellen dat je als krant zegt: 'Die vent is nog zo van betekenis, die houd ik.' En het is prima als je ook eens een jongere journalist de kans wilt geven, maar dan hoef je die oudere toch niet weg te doen? Kwaliteit heeft niks met leeftijd te maken.”

Resoluut staat hij op en gaat nog een flesje bier open maken.