Koeweit zet burgers over grens met Irak

KOEWEIT, 13 JUNI. Een Koeweitse regeringswoordvoerder heeft gisteren de uitzetting van 115 burgers, onder wie in Koeweit geboren Palestijnen, Jemenieten, Irakezen en statenloze Arabieren, verdedigd, hoewel hij de maatregel “onverstandig” noemde.

“Koeweit heeft het recht iedereen die het wil het land uit te zetten”, aldus de woordvoerder. “Maar ik denk dat het onverstandig was hen naar Irak uit te wijzen. Ze zullen daar zeker worden gedood.”

De Koeweitse autoriteiten leverden dinsdagavond vier autobussen vol burgers bij de grens met Irak af en zetten hen de grens over onder het oog van waarnemers van de Verenigde Naties en het Internationale Comite van het Rode Kruis (ICRC). Volgens een funaris van het ICRC waren zaterdag ook al burgers over de grens gezet en vormen de uitzettingen onderdeel van inspanningen van de Koeweitse regering zich te ontdoen van Palestijnen en van ingezetenen met de Iraakse, Jordaanse, Jemenitische, Tunesische en Soedanese nationaliteit. Hun leiders stonden in mindere of meerdere mate vriendschappelijk tegenover de Iraakse leider Saddam Hussein ten tijde van de Golfcrisis. De ICRC-gedelegeerde stelde dat de uitzettingen in strijd zijn met de Geneefse conventies en men vorige maand in Riad getekend akkoord, waarbij alle betrokken landen beloofden geen buitenlanders tegen hun zin uit te wijzen. (UPI)