Indonesie krijgt half miljard gulden meer hulp

DEN HAAG, 13 JUNI. Indonesie krijgt dit jaar 9,5 miljard gulden hulp van landen verenigd in de intergouvernementele groep (IGGI), 0,5 miljard gulden meer dan vorig jaar. Nederland draagt 182 miljolden bij. Dat werd gisteren bekend na afloop van een tweedaagse bijeenkomst van de IGGI.

Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking), die de conferentie voorzat, meent dat Indonesie over meer hulp van multilaterale organisaties en donorlanden moet kunnen beschikken omdat de Golfoorlog Indonesie economisch parten speelt, de regering met haar voorzichtige economische beleid succes heeft en armoedebestrijding veel impulsen vraagt. De tekorten op de betalingsbalans zijn groot en zullen niet snel afnemen zolang de oliepn laag blijven.

Pas over twee jaar kan gedacht worden het hulpbedrag aan Indonesie te verlagen, zo zei Pronk in een toelichting. Dan zal Indonesie zijn zesde economische vijfjarenplan presenteren. Nederland wil zich in zijn ontwikkelingsbeleid vooral richten op de allerarmste landen. De steun aan Indonesie is dit jaar gelijk gebleven.

Op de conferentie werd speciaal aandacht gegeven aan de ontwikkeling van de particuliere sector. Deze moet brede lagen van de bevolking tede komen, aldus Pronk. Alleen dan kunnen armoede en de grote verschillen in inkomen worden bestreden. De stimulering van de particuliere sector heeft ook negatieve gevolgen zoals landonteigeningen, geringe schadeloosstelling voor de kleine grondbezitters en milieuverontreiniging. Via regelgeving zou volgens de donoren een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen moeten worden afgedwongen.

De veertien landen en multilaterale instellingen zoals Wereldbank en Aziatisctwikkelingsbank hebben er bij Indonesie op aangedrongen de handel verder te liberaliseren. Maar de donorlanden zijn zich ervan bewust dat dan ook zij zelf de handelsvoorwaarden vrijer moeten laten en hun markten verder moeten openstellen voor Indonesische produkten.

De export van andere produkten dan olie vanuit Indonesie wordt steeds groter zodat de liberalisering van de markten van het Westen steeds belangrijker wordt.

ten het ministerie van buitenlandse zaken protesteerden twintig activisten in de regen tegen schendingen van de mensenrechten in Indonesie. Minister Pronk zei dat het niet aan de IGGI is om mensenrechten in Indonesie aan de orde te stellen. Wel was daar in de marge van de conferentie het een en ander over gezegd. Minister Radius Prawiro, leider van de Indonesische delegatie, vindt dat de regering in Jakarta vorderingen maakt op het terrein van mensenrechten en als lid van de Verenigde Naties zich op dat terrein wel degelijk goed gedraagt. Dit was niet het forum om daar nader op in te gaan, aldus Prawiro.