'Ik heb die speldjes meegebracht om het lokaal te versieren. Een klas is als je eigen kamertje.'

'Vandaag is de dag van de nostalgie', zegt meester Den Besten, de vroegere onderwijzer van de Jan van Arkelschool in Gorinchem. Meester Den Besten heeft de school vanaf de oprichting in 1951 meegemaakt en hij heeft op de ochtend van de reunie een toespraagehouden.

Die heb ik net gemist, maar onderwijzers zijn nooit te beroerd om iets voor een tweede keer te vertellen: 'Toen deze school werd opgericht, stond hij nog temidden van de weilanden. De wijk was in opbouw. Het was een speciale school, want er werd lesgegeven volgens de ideeen van Ovide Decroly, een Belgische arts, die thematisch onderwijs voorstond.

Dat was iets heel nieuws in Gorinchem en het gaf problemen want t was modern. Het was vakdoorbrekend onderwijs, we hadden bijvoorbeeld volkstuintjes waar we van alles in kweekten. Ik vond het erg leuk om projectonderwijs te geven, maar ik heb ook wel eens gedacht: nou sta ik hier met veel moeite mijn lessen te verzinnen, terwijl er zulke alleraardigste boeken zijn die je zou kunnen gebruiken.'

Meester Den Besten is een vriendelijke grijze man met een aangename stem, een echte voorlees-meester. 'Inderdaad,' zegt hij rrast, 'ik las graag voor. Op zaterdag deden we dat. Dan was het muisstil in de klas.'

'Was u streng?' vraag ik. 'Streng, doch rechtvaardig. De klassen waren in die tijd verschrikkelijk groot, je zat met veertig kinderen, dus je moest wel orde houden. Die klassen waren zo groot omdat iedereen lang op school bleef, ook als ze niet mee konden komen, bleven ze op school. Er waren kinderen die wel vier jaar op deze school zaten, voordat ze naar het BLO overstapten. En dan had je de kinren die niet naar het voortgezet onderwijs gingen. Die bleven tot hun veertiende. Er zaten er zelfs bij die dan pas in de vierde zaten, die deden elk leerjaar twee keer.'

We gaan een ronde maken langs de uitstalling van oude leermiddelen. Er zijn leesboeken van Pim en Mien, daar heb ik het indertijd ook nog uit geleerd en daar zie ik warempel Dierenvreugde en Leed! Ik herinner me een gruwelijke passage van een wolvin die in een klem terechtkomt en tenslotte haaeigen poot doorbijt om terug te kunnen keren naar haar jongen. Zou er een kritieke leeftijd zijn die je moet bereiken om het maximale effect van een reunie te hebben?

Meester Den Besten troont me mee naar de wapenschilden. De school is vernoemd naar Jan van Arkel, een middeleeuwse ridder. De wapenspreuk van de familie Van Arkel was: Fortes Creantur Fortibus, Sterken uit Sterken.

Aan de muur hangen triplex schilden met daarop de wapenspreuk en afbeeldingen van een ridder, eenage en een schildknaap.

'De eerste en tweede klas waren de pages,' vertelt meester Den Besten, 'de derde en vierde de schildknapen en de twee hoogste klassen waren de ridders. Aan het begin van elke week gingen de kinderen in optocht naar de gymzaal voor de weekopening en dan droegen de klassen hun eigen schild met zich mee. Dat gebeurt tegenwoordig niet meer, want ridders spreken op deze school niet meer tot de verbeelding. De school heeft een sterk internationaal karakter gekregen.'

Ik meende al zots te ruiken. In het Griekse, het Turkse en het Marokkaanse lokaal hebben de speciale leerkrachten een kleine tentoonstelling ingericht met vooral veel lekkere hapjes. Er is ook een lokaal waar een video wordt vertoond met filmopnamen uit de jaren vijftig. Eromheen staan leraressen van toen. 'Kijk, daar is Sjouke Drost!' roept er een vertederd en 'O, dat is Japie en Loesje!' Loesje is inmiddels ruimschoots Loes en zelf onderwijzeres geworden. Dromerig staat ze naar de video te kijken.()'Ik herinner me een drama,' zegt ze tegen meester Den Besten, 'en daar speelde u een grote rol in. We deden aardrijkskunde. U tikte met een stok de plaatsen aan en bij iedere tik moesten we opschrijven hoe die plaats heette. U zei, dat ik had afgekeken en dat was helemaal niet zo. Ik was zo overstuur, alleen al omdat u dat van me dacht, dat ik vreselijk begon te huilen.'

'O jee,' zegt meesteren Besten, 'ik mag toch hopen dat ik toen onmiddellijk tot troosten overging?'

'Jawel,' zegt Loesje mismoedig, 'maar het hielp niet.' We gaan het laatste lokaal bezoeken, dat van een meester die nog volop lesgeeft. Zijn lokaal is niet speciaal voor de reunie ingericht, het ziet er altijd zo uit: Aan de ene muur hangen posters van popsterren, want meester is muziekfanaat, aan de muur ertegenover hangen sporthelden, want hij is ook helemaal weg van amerikaans voetbal en basketbal.

'Basketbal is de sport van onze school,' zegt hij trots, 'we zijn al acht keer kampioen geworden.'(EPOp een richel liggen drie kussentjes die bestoken zijn met talloze speldjes uit de jaren vijftig en zestig.

Hoort dat dan bij de reunie? 'Nee,' zegt de meester, 'die zijn van mezelf. Ik spaarde die altijd.

Ik heb ze meegebracht om het lokaal mee te versieren. Kinderen moeten zich thuisvoelen in de klas. Een klaslokaal is als je eigen kamertje.'

Hij kijkt op zijn horloge. Het ochtendprogramma is voorbij, vanmiddag komen de oud-leerlingen.