Gouden kooi

Van de hartverscheurende passages in Renate Rubinsteins Mijn beter ik ging er eentje dwars door de ziel, omdat het tragische van de hele affaire erin vervat ligt. Dat was het stukje over cadeautjes, waarin ze beschrijft dat ze zo'n moeite had iets voor zijn verjaardag t verzinnen. De eerste jaren van hun verhouding ging het nog wel. Toen schreef ze gedichtjes of maakte tekeningen, maar op een gegeven ogenblik was de inspiratie op en gaf ze hem elk jaar een agenda voor het nieuwe jaar. Cadeautjes verzinnen is altijd een opgave en helemaal voor iemand als zij die nooit meer in winkels kwam en dus ook niet toevallig tegen iets aan kon lopen wat leuk was om te geven. Nog afgezien van het andere logistieke probleem dat de ontvanger in dit geval de objecten thuis niet konuitstallen zonder dat daar lastige vragen van kwamen.

De gever is niet in staat om iets geschikts te vinden, de ontvanger is niet in staat om de dingetjes naar goed gebruik op de schoorsteenmantel te plaatsen. Dus dan maar niets, behalve die agenda, die natuurlijk wel leuk is, maar op den duur geen verrassing meer. Het schrijnende van deze passage is dat Renate zich zo makkelijk bij de obstakels heeft neergelegd, zelfs in retrospectief. Goed, je bent niet mobiel en blikvangers geven is uitgesloten. Maar er zijn nog wel meer mogelijkheden. Een dichtbundel bijvoorbeeld is een cadeau dat zowel persoonlijk is als in hoge mate onopvallend in een boekenkast. Er zijn allerlei gebruiksartikelen te bedenken, zoals pennen, potloden, aanstekers (hij rookte! een aansteker komt altijd van pas!), een paraplu, opschrijfboekjes, een nagelknippertje desnoods of twaalf oesters om ter plekke op te eten, zakdoeken, die makkelijk door hemzelf aangeaft hadden kunnen worden en daardoor geen argwaan wekken, maar die toch leuk zijn om cadeau te krijgen, al was het maar omdat ze in het gebruik aan de ander herinneren. Iemand anders had dan met welomschreven opdracht het artikel moeten aanschaffen, maar er moesten altijd al boodschappen voor haar gedaan worden. Ook dat zou niet hebben hoeven opvallen.

Wie genoeg geld verdient om zich impulsaankopen voor eigen plezier te kunnen permitteren hecht niet meer zo aan cadeautjes, althans niet speciaal aan wat er in het pakje zit. Maar de symbolische waarde (iets dat fleurig ingepakt is met een strik eromheen) stijgt. Het onuitgepakte cadeautje is prikkelender, spannender en een sterker blijk van liefde dan het eenmaal uitgepakte. Wat heeft Renate ervan weerhouden slimme oplossingen te bedenken voor het cadeautjesprobleem?

Waarom heeft ze het erbij laten zitten, een keer zelfs in die mate dat ze er met de datum van zijn verjaardag tien dagen naast zat - te laat, niet te vroeg. Het cliche wilt dit juist het gedrag van mannen is: die vergeten op een gegeven ogenblik hun trouwdag of de verjaardag van hun vrouw. Ook vragen ze terwille van de efficientie (“ik heb zo'n hekel aan winkels aflopen”) aan hun vrouw wat voor cadeau ze wil.

Het moet te maken hebben met de plicht tot geheimzinnigheid en de onstuitbare vloed van attenties zijnerzijds. De veelheid aan kaartjes en presentjes leidde tot onmacht, dat kan niet anders. Degene die geeft doet dit niet oen dankjewel uit te lokken, hij geeft uit de volheid van zijn gemoed, omdat hij van de ander houdt, om de liefde levend te houden, of omdat het nu eenmaal zijn stijl is. Maar het is makkelijker honderd giften te doen dan er tien te ontvangen. Zeker voor iemand als Renate die toch al liefst zelf alle touwtjes in handen had moet het neerdrukkend zijn geweest zoveel te krijgen en zo weinig terug te kunnen doen, niet eens bijvoorbeeld het nemen van het initiatief teen telefoongesprek.

De liefde wordt op die manier een gouden kooi, die in de loop der tijd steeds meer met giften, attenties en onvoorwaardelijke bewondering gecapitonneerd raakt, en waarin elke dissonant gesmoord wordt. Had ze nu maar een persoon in vertrouwen kunnen nemen, aan wie ze een glimp van de gouden kooi had kunnen laten zien, en die er wat lucht in had kunnen blazen. Misschien had ze dan minder onvrede over haar gedwongen passiviteit gehad. Zowel het krijgen als het geven van cadeautjes was er makkelijker op geworden