Exposanten Biennale Sao Paulo zoeken 'het sublieme' in de koele perfectie; Lidwien van de Ven ontsnapt aan kilte

Tentoonstelling: De Nederlandse inzending voor de Biennale van Sao Paulo. Tot 1 juli in Van Abbemuseum, Eindhoven.Geopend: di. t-m zo. van 11 tot 17 uur, ma. gesloten.

De inzending voor de Biennale van Sao Paulo geeft altijd een beeld van de laatste ontwikkelingen in de kunst. Vier of vijf beeldende kunstenaars van rond de dertig jaar worden in een expositie bijeengebracht en zo ontstaat vanzelf, bedoeld of onbedoeld en ondanks verschillende uitgangspunten, een bepaald klimaat. De inzending van 1987 bijvoorbeeld stond in het teken van de 'neo-abstractie', met onder anderen Rob van Koningsbruggen, Han Schuil en Willem Sanders. En een fameuze selectie was die van 1967, met zerostisch werk van Ad Dekkers, Jan Schoonhoven en Peter Struycken.

De inzending voor de 21ste Biennale van Sao Paulo, die als 'verantwoording' vooraf te zien is in het Van Abbemuseum, bestaat uit werk van Ab van Hanegem, Gerald van der Kaap, Aernout Mik, Lidwien van de Ven en Ben Zegers. Zoalsewoonlijk staat het geheel onder auspicien van de Rijksdienst Beeldende Kunst; de samenstellers zijn Paul Donker Duyvis van de Rijksdienst en Frank Lubbers van het Van Abbemuseum. Zij benadrukken dat de gekozen werken 'nauwelijks gemeenschappelijke kenmerken hebben, of het zou een zekere hang naar schoonheid moeten zijn; een esthetiek die naar perfectie neigt; een streven naar het sublieme. Een ander gemeenschappelijk kenmerk zou de conceptuele onderbouwing van hun werk kunnen zijn ...'

Wat in dit geval wordtbedoeld met 'een streven naar het sublieme' weet ik niet. Ik herken niets van 'the Sublime' zoals Barnett Newman het definieerde: een beeld dat, aan de zichtbare werkelijkheid voorbij, iets van het transcendentale in zich heeft. Ook de 'conceptuele onderbouwing' is hier wat ver gezocht, of de formulering is te vaag.

Een kunstwerk is altijd conceptueel onderbouwd, naar men mag hopen. Maar de naar perfectie neigende esthetiek is inderdaad een opvallend kenmerk van deze ten(Jtoonstelling.

De exposanten lijken vooral te zoeken naar technische perfectie. Overal is de afwerking even precies, de materialen zijn glad en koel en ook de kunstwerken zijn, op een uitzondering na, koel en afstandelijk. Aernout Mik roept met foto's een verhevigd beeld op van de werkelijkheid, surreeel en vervreemdend. De kussens met franje waarop de foto's zijn afgedrukt zijn een echo van bedompte huiselijkheid en ken alles nog troostelozer.

Escher Ab van Hanegem legt zich toe op verschillende manieren van perspectief-schilderen, varierend van een vroeg-renaissancistisch 'primitief' perspectief tot Escher-achtige zinsbegoochelingen. De techniek is hier de belangrijkste verdienste; het perspectief is als doel op zichzelf verder weinig boeiend. Het feit dat Van Hanegem refereert aan schilderkunst uit het verleden verleent evenmin betekenis aan zijn schilderijen.

Ben Zegers combineert harde en zachte materialen: hout, linoleum en matrsen, tot meubelachtige objecten. Het linoleum en de matrassen, en een enkele keer de toevoeging van een kokosmat, roepen, net als bij de kussens van Mik, associaties op met een benauwd soort huiselijkheid.

Opnieuw suggereert de preciese afwerking een bepaald vakmanschap, een vakmanschap dat nutteloos is omdat het nergens toe dient: als meubels hebben deze sculpturen geen functie, en als kunstwerk missen ze betekenis.

Gerald van der Kaap gaat geraffineerder om met gegevens als schijnwerkelijkheid en vervreemding, en de doelloosheid van het kunstenaarsschap. Door met de computer gemanipuleerde foto's met elkaar te combineren maakt hij paradijselijke landschappen. Van der Kaap noemde zichzelf ooit in een interview een 'romantisch nihilist' - romantisch nihilisme is een mooie karakterisering van deze betoverende, digitale landschappen. Banaal en verleidelijk tegelijk zijn ze een (satirische) neo-versie van de landschappen v Kaspar David Friedrich.

De enige op de expositie die ontsnapt aan formalisme en aan de kilheid van de uiterlijke schijn is Lidwien van de Ven. Bij haar zelfportretten en gezeefdrukte woord-schilderijen is het perfectionisme niet ten koste gegaan van expressiviteit en poezie. Zij fungeert in haar portretten als de personificatie van de verleiding, maar hoe exhibitionistisch deze foto's soms ook zijn en hoezeer de onschuld ook geacteerd wordt, ze behouden iets van nabijheid en intimitei Banaliteit en cliche - van meisje en paard bijvoorbeeld - hebben bij Van de Ven een dubbele bodem. Haar werk is prachtig in al zijn dubbelzinnigheid en raadselachtigheid.