Een hele oorlog in twee doosjes

Desert Storm. Deel 1: The War Begins. Deel 2: The Victory. Verteller: Bernard Shaw. Uitgebracht op koopvideo door Warner Home Video. f 24,95 per deel.

Op 4 juli, de nationale feestdag van de Verenigde Staten, wordt de eerste speelfilm over de Golfoorlog in de Amerikaanse bioscopen verwacht. Gezien de korte produktietijd en de geringe reputatie van het genvesteerde talent kan Desert Storm weinig meer zijn dan een vluggerdje, maar ik ben wel razend benieuwd naar het scenario. Het Amerikaanse publiek heeft een goed gevoel over wat Saddam Hussein enigszins voorbarig de 'moeder van alle oorlogen' noemde en dus zullen de volgende films niet lang op zich laten wachten. Maar waar mon die films, ter bestrijding van de Vietnamkater, dan in hemelsnaam over gaan? Wie de feiten keurig op een rijtje ziet staan, zoals CNN deed in twee 'Special Reports' van elk honderd minuten, die nu op koopvideo worden uitgebracht, staat vooral verrast door het gebrek aan drama in die drole de guerre, bijgenaamd De Honderdurige Oorlog.

Nog maar enkele maanden geleden zaten we nachtenlang gekluisterd aan CNN, ook al gebeurde er eigenlijk weinig. Net als je toch maar besloot naar bed te gaan, loeiden de sirenes weer in Jeruzalem, en moest er even gewacht worden totdat Richard Blystone definitief kon melden dat het alarm loos was. De langzaam groeiende kritiek op de kwaliteit van de verslaggeving door CNN (te oppervlakkig, incidentele journalistiek, hobbelend van het ene valse alarm naar het andere) nam niet weg dat, zeker de eerste weken na het begin van de bombardementen op Bagdad, juist die ongepolijspresentatie van kakelvers nieuws de aantrekkelijkheid ervan uitmaakte. Voor het eerst in de geschiedenis bracht de televisie een oorlog live in de huiskamer, ongefilterd door allerlei valide bedachtzaamheid. De computertechnologie had niet alleen 'slimme bommen' voortgebracht, maar ook de mogelijkheid gelijk met Bush en Saddam Hussein op de hoogte te raken van elk Scud-alarm in Dahran. De correspondenten van CNN waren onze gastheren, een vertrouwde familie van lakonieke gidsen. De regenjas van Ches Bierbauer, 'our senior White House correspondent', de lichte betweterigheid van Wolf Blitzer die zich door het Pentagon liet voeden met informatie die de generaals kwijt wilden, het goedmoedige machismo van Charles Jaco 'ergens in Saoedi-Arabie', de geroutineerde heldenmoed van Peter Arnett in Bagdad, gezamenlijk vormden deze acteurs een hecht ensemble, dat zelfs het telefoonboek van Riad nog overtuigend had kunnen voordragen. Mijn favoriet was Richard Blystone, met zijn door whiskyconsumptie aan eindeloos veel hotelbars gebronste stem en droge humor. Nooit vergeet ik zijn antwoord, staande op het dak van het Jerusalem Hilton, in het telefonische vragenuurtje aan een Amerikaanse kijker, die zich zorgen maakte over het feit dat deze correspondent bij luchtalarm nooit de schuilkelder opzocht: “Well, er, what can I say? It's a big world and small missiles!”

Waarschijnlijk zijn ze allemaal nog in functie, in Koerdenkampen, bij de begrafenis van Rajiv Gandhi of de verkiezing vaoris Jeltsin, maar merkwaardig genoeg heb ik sinds de bevrijding van Koeweit Stad nooit meer naar CNN gekeken. Het CNN-gevoel bleek even vluchtig als de Blitzkrieg van 16 januari tot 3 maart 1991.

Af en toe heb ik tijdens de Golfoorlog overwogen de videorecorder aan te zetten, om een souvenir over te houden. Er was geen beginnen aan daarvoor een geschikt moment te vinden. Bovendien worden we nu al op onze wenken bediend, door de uitbr van de door CNN samengestelde kroniek, die ook al Desert Storm heet: een hele oorlog in twee doosjes voor vijftig gulden te koop, als aandenken en voor de kleinkinderen later.

Als verteller, in een roterend decor met saillante nieuwsfoto's, treedt Bernard Shaw op, onze Bernie, die na zijn behouden thuiskomst uit Bagdad al bijna rijp was voor een 'ticker tape'-behandeling. In een montage aan het begin van beide delen zien we ook een aantal van de andere vertrouwde gezichten, en de beke CNN-jingle van de schreeuwende eindredacteuren in de controlekamer van het tv-station vlak na het begin van de oorlog ('I want Baghdad, I want Saudi-Arabia, I want the White House!'). Maar verder resteert er weinig van de opwinding die de toenmalige verslaggeving teweegbracht. Vanaf de Iraakse invasie in Koeweit tot de terugkeer van de eerste Amerikaanse troepen in maart worden de feiten keurig chronologisch gerangschikt.

Dat gebeurt degelijk, in een aantrekkelijke gische vormgeving, een razendsnelle montage en met precies die afstandelijkheid die de directe verslaggeving ontbeerde. Nu valt dus ook pas goed op hoe weinig er over de Golfoorlog te vertellen viel. Een tegenstander die weigert te vechten, slechts 366 slachtoffers aan geallieerde kant (vooral door verkeers- en vliegongelukken, minder dan in een weekend in juli op de Europese wegen) en een uitkomst die niet echt bevredigt.

Zelfs president Bush moet eerlijk toegeven dat hij de euforie van het Amerikaanse volk na de snelle overwinning (nog) niet helemaal deelt, omdat hij eerst graag zou weten “hoe dit allemaal afloopt”.

Bekwaam geven de samenstellers van de nieuwscompilatie, die de naam 'documentaire' niet echt verdient, in kleine hoofdstukjes af en toe wat dramatiserende achtergrondinformatie. Shaw begint het verhaal spannend met de beschrijving van de lucht op die hete eerste dag van augustus 1990: “Grijs als een dood televisiescherm”. Dan blijkt pas t hij doelt op de hemel boven Washington en niet boven Koeweit, alsof de Golfoorlog begon in het Witte Huis. Ook al is het woord 'buitenlands' taboe voor de medewerkers van CNN, dat immers een internationaal publiek bedient, de invalshoek van deze kroniek is beslist Amerikaans.

Opvallend is hoe veel onbekend beeldmateriaal er in verwerkt is. Ik kende de zwart-wit-beelden niet van een bijeenkomst uit 1979, vlak na de benoeming van Saddam Hussein tot president, wan hij de namen van zijn tegenstanders opleest, die onder gejuich van de achterblijvers afgevoerd worden om buiten een kogel door de kop te krijgen. Ik wist ook niet dat generaal Schwarzkopf een IQ van 170 had en ik had nog nooit de pizza's zien bakken voor de overwerkende staf van het Witte Huis en nijvere handen 44.000 lijkzakken zien naaien. Ook bevat de videoband relatief veel gruwelijke beelden die tijdens de oorlog nauwelijks vertoond werden. Zelfs aanvaringen met de ceur worden gedocumenteerd. Een verslaggever bij een zojuist in Israel neergekomen Scud roept in de microfoon: “Mogen we zeggen dat het hier een woonwijk is? Ik zal even overleggen met de censor... Ja, het is een woonwijk”.

Natuurlijk ontbreken de bekende beelden, die de Golfoorlog typeerden, evenmin. Het gekleurde vuurwerk boven Bagdad gezien door het raam van het Al-Rashid-hotel, de liefkozingen door Saddam van het gegijzelde Engelse jongetje Stuart (de hele gijJH)laarsepisode blijft in deze kroniek onderbelicht en dreigt ook snel verdrongen te worden), de documentatie van de precisiebombardementen door kamikaze-camera's, de zelfkritiek op de Iraakse televisie van neergeschoten en ernstig toegetakelde Amerikaanse piloten. Opvallend veel van die nu al klassieke beelden hebben een verbaal karakter en worden uitgesproken door hoofdrolspelers: de grapjes van Schwarzkopf op de briefings, “de bevrijding van Koeweit is begonnen” (Bush' woordvoerder Fitzwater op 16 januari), Tq Aziz' antwoord 'Absolutely' op de vraag of Irak Israel zou aanvallen.

Toch heb ik een hard hoofd in die speelfilms. Saddam, wat in het Arabisch “hij die de confrontatie aangaat” blijkt te betekenen, zou een geschikte hoofdpersoon kunnen zijn: Dustin Hoffman zou wel raad weten met diens tics - met name het hoge tempo waarin de Iraakse roerganger met de ogen knippert lijkt een Oscar waardig. Een van de weinige gesneuvelde vrouwelijke mitairen komt ook in aanmerking voor vereeuwiging op het witte doek. De CNN-compilatie introduceert ene Marie Rossi, die enkele dagen nadat ze voor de camera innemend over haar werk als pilote vertelde, per ongeluk neer zou storten. De confrontaties aan het thuisfront tussen patriotten en anti-oorlogsdemonstranten zijn misschien goed voor een nevenplotje, en ook de filmische mogelijkheden van de Apache-helikopter zijn nog niet volledig uitgeput voor een Top Gun II. Het meest geschikt als hoofdpersoon lijkte toch de correspondent van een internationaal televisienieuwsstation die achtergebleven is in Bagdad en daar voortdurend het hoofd moet bieden aan intriges van de plaatselijke autoriteiten. Holy Cow! zou een aardige titel zijn.