Een commissaris vertelt

WAT HIJ ZEGT is opmerkelijk en dat hij het zegt is het eveneens. Als het migrantenprobleem niet wordt aangepakt staan ons rassenonlusten te wachten, waarschuwt de hoofdcommissaris van politie in Amsterdam, Nordholt.

Hij echode een waarschuwing van de Amsterdamse burgemeester, Van Thijn. Maar bij de politiechef is iedereen pas goed rechtop gaan zitt.

Dat zegt iets over de nieuwe verhouding tussen de politie en het over haar gestelde gezag. De Amsterdamse korpschef wast de regering de oren (migranten, politiesterkte), roept om de aanstelling van tienduizend straatbewakers en legt en passant nog even de geestverwante politieke partij (van de Arbeid) over de knie. Het is dat de beoogde regionalisering van de politie in Amsterdam haast niets voorstelt (het Amsterdamse kor vult het nieuwe formaat al bijna volledig zelf) want anders had Nordholt ook nog wat naaste collega's en bestuurders door elkaar kunnen schudden.

De hoofdcommissaris van Amsterdam geeft kortom een originele invulling aan de “ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag”, zoals de Politiewet het nog steeds noemt. Daarin staat hij niet alleen. De 26 beoogde regiokorpschefs vormen een exclusieve club die in feite al het alleenvertoningsrecht heeft in het op gang gebrachte reorganisatieproces. Maar ook de publieke agenda lijkt in toenemende mate te word bepaald door de politie(chef). Daarmee opent zich het vergezicht van een 'verzelfstandiging' van de politie die in ons land steeds met kracht - en met recht - is afgewezen.

HET ACCENT dat zelfs de voorzichtigste speculatie over rassenrellen onvermijdelijk in de publiciteit krijgt, ontsiert een op zichzelf waardevolle en moedige analyse. Het is goed dat hoofdcommissaris Nordholt de aandacht vestigt op de sociale voedingsbodem van criminaliteit onder etnische minderheden. Burgeester Samkalden zei destijds bij zijn afscheid trouwens al dat er weinig dingen waren waar hij echt bang voor was behalve dan het groeiende rassenprobleem in de stad. De urgentie is inmiddels alleen maar toegenomen.

Maar rassenrellen? Er zijn grofweg twee mogelijkheden: de rassenrel als opstand tegen onderdrukking en als botsing tussen verschillende bevolkingsgroepen. Dat laatste past niet erg bij het beeld van de stadsvernieuwing in Amsterdam.ardoor zijn de harde kernen van oorspronkelijke bewoners - de gebruikelijke vuursteen van het ongenoegen - duchtig herverkaveld. En wat het explosiegevaar van het getto betreft: dit veronderstelt een peilloze grondzee van verbittering. Er valt veel tegen het Nederlandse minderhedenbeleid in te brengen, maar het is eerder een warme deken dan de lont in het kruitvat.

VOOR ZOVER recente gebeurtenissen in Parijs en Brussel de noodkreet van Nordholt hebben genspireerd, ligt er in elk geval wel een levoor de politie besloten in deze raciaal getinte onlusten. Deze buitenlandse voorbeelden dragen de kenmerken van 'police riots': een uitbarsting als reactie op hardhandige en als eenzijdig ervaren methoden van wetshandhaving.

Zover is het in Nederland gelukkig bepaald nog niet. Maar het blijft oppassen, bijvoorbeeld met betrekking tot de zogenaamd beperkte identificatieplicht die het kabinet wil invoeren. Deze benvloedt primair het vreemdelingentoezicht, wat ook een belangrijke aanleiding is er zo op te blijven hameren.isschien bedoelde hoofdcommissaris Nordholt alleen maar te zeggen dat een nieuwe bevoegdheid voor de politie met zo'n groot potentieel voor confrontatie, vragen om moeilijkheden is.