DERTIGJARIG JUBILEUM VAN ITALIAANSE MODEONTWERPER VALENTINO; Niet de maten maar de kleur van de creditcard

'De creaties' t-m 2 nov in de Accademia Valentino in Rome 11-20 uur, vr t-m zo 11-23 uur. 'De beelden' t-m 27 juli in de Capitolijnse musea, di t-m vr 9-13.30 uur en 17-20 uur, za 9-13.30 en 8-11 uur, zo 9-13.30 u Catalogi resp. 45.000 en 40.000 lire, uitg. Bompiani

Het is voor slechts weinigen weggelegd alleen met hun voornaam bekend te zijn. Michelangelo (Buonarotti) was zo iemand, net als Raffaelle (Sanzio). Geheel in de stijl van deze grote renaissance-kunstenaars gebruikt Garavani vrijwel uitsluitend zijn voornaam, een naam die in heel de wereld een begrip is, bijna een mythe: Valentino.

De Romeinse modekoning staat te boek als een van weinige echt-internationale ontwerpers, iemand die met succes Italiaanse fantasie heeft gekoppeld aan Franse sti. Dertig jaar geleden opende hij, 29 jaar oud, een atelier in Rome, met financiele steun van zijn vader en een vriend van de familie. Nu viert hij dat, met een feestje waarvoor de band uit New York is gekomen en de organisator uit Parijs, in een van de meest exclusieve villa's van Rome, voor een publiek dat een kleine catalogus vormt van de internationale jet set: Elizabeth Taylor, Ivana Trump, Nancy Kissinger, Nan Kemper, Gina Lollobrigida, Mikhail Barashnikov en honderden anderen.

De kosten vane festiviteiten eind vorige week in Rome worden bij elkaar geschat op tussen de drie en vijf miljoen dollar. Giancarlo Giammetti, de man die vrijwel vanaf het begin zijn zakelijke partner is geweest, wil geen cijfers noemen. “Het is net als met een boot.

Als je over de prijs moet praten, kun je je hem niet veroorloven,'' zei hij.

Hoe kan het ook anders in de wereld van Valentino. Hem is vaak verweten slecs voor een exclusief handjevol vrouwen te ontwerpen, waarbij niet de maten van het lichaam, maar de kleur van de creditcard het criterium vormden. Toen alle mode-ontwerpers de invloed van de jaren zeventig in hun kleren verwerkten, bleef Valentino peperdure, romantische kleren maken: “Ik vind dat de mode een harde wereld vol problemen moet opvrolijken,” zei hij. Hij werd een van de helden van de hedonistische jaren tachtig, een tijdperk dat hij liever omschrijft als “een decennium met uitzonderlijke creatieve mogelkheden”.

Valentino heeft steeds zijn schouders opgehaald over dat verwijt. Schoonheid staat voor hem centraal en daarvoor doet hij geen concessies. In een interview met het weekblad L'Espresso zei hij eerder dit jaar wat hij daaronder verstaat: “De schoonheid voor mij is intelligentie, proportie en harmonie in de bewegingen, en ik geloof dat iedere vrouw, ook de meest politiek of sociaal actieve, mooi wil zijn.”

Uit praktische overwegingen heeft Valentino wel in de loop der jaren zijn beroemde beeldmerk, de V, gedecratiseerd. Een avondjurk van Valentino kan tegen de vijftigduizend gulden kosten, maar zoveel kan je daar niet van verkopen. Het grootste deel van zijn omzet (tegen de 800 miljoen gulden per jaar) maakt Valentino in de winkels die hij overal ter wereld heeft geopend, waar de kleren niet op maat worden gemaakt, maar hooguit wat worden bijgewerkt.

Maar zijn faam blijft gebaseerd op de alta moda en op het feit dat de megarijken hem kozen. Toen Jacqueline Onassis haar Griee scheepsmagnaat trouwde, was dat in een trouwjurk van Valentino. Toen Farah Dibah uit Iran vluchtte, had zij een jurk van Valentino aan.

Daarom staat deze alta moda centraal op de twee tentoonstellingen in Rome waarmee Valentino, onder de titel 'Dertig jaar magie', het grote publiek wil betrekken bij zijn feestje.

In zijn prachtige atelier vlakbij de Spaanse trappen zijn ruim driehonderd creaties uit de afgelopen dertig jaar te zien. Ze komen uit zijn eigen 'arch, zijn opnieuw gemaakt op basis van oude schetsen, of zijn uitgeleend door klanten. In een zaal staan de tien modellen die Valentino in zijn jeugd heeft getekend, creaties die nooit zijn gerealiseerd maar die voor deze gelegenheid alsnog zijn gemaakt. Ze stammen uit zijn Parijse tijd, toen hij daar bij Guy Laroche en Jean Desses in de leer ging. Valentino heeft verteld van Laroche het belang van de rug te hebben geleerd: een vrouw moet niet alleen mooi zijn als ze aankomt, maar ook als ze wat.

De tentoonstelling in de Accademia Valentino laat een aantal van de constanten zien in zijn werk. Het spelen met zwart en wit, de voorkeur voor rood (“als een avondjurk niet zwart is, moet hij rood zijn”, iets wat hij blijkens de witte jurken op de tentoonstelling niet consequent heeft gehandhaafd), de transparante stoffen, zijn experimenten met 'animal prints'. Veel ontwerpen herinneren aan Valentino's uitspraak dat een van de eerste dingen die hij zichzelf als beginnend ontwerper had geleerd, was om het woord 'onmogelijk' uit zijn vocabulaire te schrappen.

Ook voor wie niet van het opgeblazen gepraat en geschrijf over mode houdt, is de tentoonstelling interessant. De creaties zijn thematisch bij elkaar gezet, met een kaartje van de eigenaar. Soms is duidelijk te zien dat een jurk is gedragen, andere keren krijg je het vermoeden dat de eigenares haar jurk heeft uitgeleend omdat ze er niet meer in kan.

Opvallend is dat er maar een paar ontwerpen zijn die duidelijk gedateerd zijn. Vaker staan ontwerpen van 25 jaar geleden naast die van vorig jaar zonder dat meteen duidelijk is welke jurk van welk jaar is. De tentoonstelling is eigenlijk een modeshow door de tijd heen, een hommage aan de tijdloze elegantie van Valentino.

De andere feesttentoonstelling getuigt meer van het zakelijke instinct van Valentino en zijn partner. Het is een verzameling van mode-foto's, in de loop der jaren voor Valentino gemaakt door beroemde fotofen.

Valentino was een van de eerste ontwerpers die het belang van goede mode-foto's inzag. Al in de jaren zestig begon hij jonge talenten of grote namen in te huren om zijn kleren met hun foto's een dimensie extra te geven.

De feestelijkheden in Rome passen bij de reputatie van Valentino: stijlvol, elegant, exclusief, iemand die geen twijfels heeft aan zijn eigen grootheid. In een terugblik op zijn carriere herinnert hij aan de tweede helft van de jaren zeventig, toen de Milanese ontwerpers begonnen op te komen. “Ze kwamen uit de industrie en wisten alles van steken, persingen en knopen,” zei hij. En met een zweem van weemoed: “Toen is de wereld van de mode minder poetisch geworden.”