CBS-inflatie

De verhoging van de ziekenhuistarieven heeft paradoxale trekjes. Het aantal verpleegdagen loopt al jarenlang terug, tot genoegen van de beleidsmakers in Den Haag. De tarieven per verpleegdag, zoals die door het Centraal Orgaan Tarievenvaststelling Gezondheidszorg (COTG) worden vastgesteld, zijn echter “sluittarieven”, aldus COTG-woordvoerder G.J.J. Holst. Ze worden individueel, per ziekenhuis, vastgesteld. Als het volume (aantal ligdagen) daalt stijgt de prijs (het dagtarief), want de totale opbrengst moet kostendekkend zijn. Met als gevolg dat dit bezuinigingsbeleid zonder enig resultaat blijft.

Door automatiseringsproblemen bij het COTG werd de verhoging van de ziekenhuistarieven vanaf 1990 niet aan het CBS doorgegeven. Die stijging was bijzonder fors. Het prijsindexcijfer van de kosten van “intra- en semimurale verpleging” (1985 = 100), dat de afgelopen jaren met jaarlijks twee procent steeg, ging de afgelopen twaalf maanden met vijftien procent omhoog.

Weliswaar maken deze kosten, zoals berekend door het CBS, slechts vijf procent uit van de totale gezinsconsumptie, maar zo'n verhoging hakt er toch fors in. Het prijsindexcijfer van de totale consumptie (voor zover het werknemersgezinnen in het ziekenfonds betreft) steeg tussen mei 1990 en mei 1991 met 3,2 procent, aldus het CBS. Een half procent meer dan eerst was berekend, en wel een cruciaal procent.

Want bij een inflatie van minder dan drie procent had de vakbeweging verleden jaar en dit jaar gekregen wat de werknemers wilden: een reele loonsverhoging. Volgens de recent afgesloten cao's stijgen de lonen dit jaar gemiddeld met 3,7 procent. Anders dan vorig jaar krijgen de meeste werknemers dit jaar echter geen eenmalige uitkering. De 'echte'

loonstijging valt daardoor lager uit: circa 3,3 procent. Bij een inflatie van 2,7 procent gaan de werknemers er altijd nog een half procent reeel op voorubij 3,2 procent blijft er nauwelijks iets over.

CAO-coordinator D. Terpstra van de Industrie- en Voedingsbond CNV reageert dan ook gerriteerd. “Men wist blijkbaar al een halfjaar dat het echte prijsindexcijfer hoger was dan het gepubliceerde. Maar op basis van dat gepubliceerde, lage cijfer heb ik tot twee keer toe voor onze bondsraad, in november en in februari, een beperkte loonstijging verdedigd.”nieuwe CBS-inflatiecijfers zullen volgens Terpstra zeker gevolgen hebben voor de looneisen voor 1992.

Volgens een woordvoerder van de FNV denkt men er binnen de grootste vakcentrale niet anders over. De loonruimte zoals de vakbeweging die definieert is immers gelijk aan de inflatie plus de produktiviteitsstijging. Een hogere inflatie betekent dus hogere looneisen. Maar er zijn binnen de FNV ook andere geluiden, zo blijkt.

Volgens cao-coordinator Henk Krul van de Industriebond FNV is het CBS-prijsindexcijfer wel een hulpmiddel maar geen “leidraad”. Want de werknemer voelt de kostenstijging in een ziekenhuis niet direct in zijn portemonnee, maar via de premie voor het ziekenfonds. Wat daarmee gebeurt moet in het najaar blijken.

FNV-econoom Henk Leemreize waarschuwt echter voor een “discussie tussen de bonden zoals in Frankrijk”. Daar ligt men met elkaar overhoop bij de keuze van het juiste prijsindexcijfer, onder het motto: hoe hoger de prijsindex, hoe hoger de looneis. Leemreize vindt daarom dat de FNV-bonden als vanouds het prijsindexcijfer van het CBS als inflatie-maatstaf moeten hanteren. Voor hem is de ziekenfondspremie dus irrelevant. Toch is er ook voor Leemreize “aanleiding voor discussie”.

En die zal er zeker komen. Want het is nog maar de vraag of de ziekenfondspremie echt omhoog zal gaan. Als tegelijkertijd de dagtarieven in de ziekenhuizen stijgen en het aantal ligdagen omlaag gaat, blijft de totale kostenstijging beperkt. Voor het ziekenfonds is alleen die totale kostenstijging relevant.

Kortom, het prijsindexcijfer voor werknemersgezinnen is plotseling gestegen, maar of het leven werkelijk duurder is geworden of wordt is nog zeer de vraag. Een paradoxale uitkomst, dat is zeker. Toch sluit CNV-er Terpstra niet uit dat de inflatie in de loop van dit jaar boven de vier procent uitstijgt. Maar dat is dan een gevolg van de Tussenbalans - hogere huren, duurder openbaar vervoerc. - en de duurder wordende dollar.