Breuk dreigt tussen financier en bouwer stadhuis Den Haag

DEN HAAG, 13 JUNI. Het Algemeen Burgelijk Pensioenfonds (ABP) dreigt het contract te verbreken met de aannemerscombinatie OCS voor de bouw van het nieuwe Haagse stadhuis.

Het bestuur van het ABP zou vanmiddag een beslissing nemen over een verdere voortzetting van de samenwerking met de Ontwikkelings Combinatie Stadhuis. “Er ligt geen formeel voorstel met de OCS te breken. Er zal mondeling gerapporteerd worden over het verloop van het overleg met OCS”, aleen woordvoerder van het ABP.

Al maandenlang onderhandelen het ABP en de OCS (dat bestaat uit HBM, Nelissen van Egteren, Bredero en IBS) over een verschil van dertig miljoen gulden tussen de oorspronkelijke en de definitieve bouwsom van het Haagse stadhuis.

De door de OCS ingediende aanpassingen op het bouwplan leidden tot een voor het ABP onaanvaardbare prijsverhoging tot bijna tweehonderdzestig miljoen gulden. Nadat de onderhandelinn een impasse waren geraakt werd een commissie van wijze mannen ingesteld die de redelijkheid van de aanpassingen moest beoordelen. Volgens een woordvoerder van het ABP lag het oordeel van de commissie dichter bij die van het ABP dan bij de OCS. Desondanks besloot het ABP, naar eigen zeggen, de OCS tegemoet te komen met een extra bijdrage van tweeentwintig miljoen. Dat was echter voor de OCS te weinig.

Nieuwe onderhandelingen met de OCS staan volgens een woordvoerder van het ABP niet meer op de agenda. “Zoals het eruit ziet is het contract van dn omdat de partijen niet tot overeenstemming konden komen”, aldus een woordvoerder van het ABP. Daarom verwacht het ABP volgens hem ook geen claims of juridische stappen van de OCS. De OCS heeft nog geen officieel standpunt over het stopzetten van de onderhandelingen met het ABP ingenomen. “Wij doen geen mededelingen over eventuele verdere stappen zolang we nog geen formele beslissing van het ABP hebben ontvangen”, aldus een woordvoerder e OCS.

De gemeente Den Haag gaat er van uit dat het ABP haar verplichtingen ten aanzien van de gemeente toch gewoon na zal komen. “Dat zij daarvoor thans een andere aannemer dreigt te moeten gaan zoeken, is in principe onze zaak niet”, aldus een woordvoerder van de gemeente Den Haag.