Bob Woodward achter de kamerschermen van het Witte Huis en het Pentagon; 'Precies volgens plan', verzuchtte Bush opgelucht

Op de ochtend van 16 januari dit jaar pakte de Amerikaanse minister van defensieney een weekendtas in voordat hij naar het Pentagon ging. Hij verwachtte dat hij een aantal nachten op zijn kantoor zou doorbrengen. Om zijn chauffeur en veiligheidsmensen niet op een idee te brengen, liet hij de ingepakte tas thuis staan. Hij kon hem door zijn chauffeur laten ophalen als Uur-U naderde.

Toen Cheney op kantoor kwam, waren B-52-bommenwerpers van de luchtmachtbasis Barksdale in Louisiana vertrokken, op weg naar de Golf. Ze zouden in de lucht worden bijgkt tijdens hun achttien uur durende vlucht naar hun doelen. Deze vliegtuigen konden worden teruggeroepen. De beslissing had het punt waarop geen terugkeer meer mogelijk is nog niet bereikt.

Cheney had zijn lopende zaken overgedragen aan zijn onderminister Don Atwood. Hij pakte de afstandsbediening en schakelde op het televisietoestel op zijn kantoor CNN in. De 24-uurs nieuwsservice zou zeerrschijnlijk de eerste zijn met een lek of een toespeling dat de luchtoperatie in gang was gezet.

De minister vroeg zich af hoe de Amerikaanse troepen het eraf zouden brengen. Hoeveel zou het kosten? Hoeveel slachtoffers zouden er vallen? Hij had de ramingen volgens de verschillende computermodellen gezien, maar geconcludeerd dat het niet meer dan gissingen waren. Er zat geen knoop in zijn maag. De uitkomst lag niet langer in zijn handen.

Die ochtend ontbood Baker de ambassadeur van Saoedi-Arabie in Washington, Bandar, op hinisterie om te zeggen dat het die avond zou gebeuren: om zeven uur 's avonds hier, drie uur 's morgens in Saoedi-Arabie.

Bandar belde koning Fahd. Nadat ze enkele ogenblikken hadden gepraat, zei Bandar, die probeerde het terloops te laten klinken: “Onze oude vriend Suleiman komt om drie uur. Hij is ziek en ik stuur hem weg, hij komt om drie uur aan”.

Bandar was verbaasd dat het leek alsof de Verenigde Staten en de geallieerden een verrassing konden bewerkstelligen. De reden, conclude hij, was waarschijnlijk dat de boodschap aan Saddam de afgelopen maanden zo gemengd en verward was geweest. De ironische waarheid, vond Bandar, was dat de oorlog was bezegeld door cultureel onbegrip.

's Middags om 4.50 uur stegen de eerste F-15 Eagles op, op weg naar hun doelen. Ook zij konden worden teruggeroepen. Tankvliegtuigen waren in de lucht. Een gestaag groeiend deel van de luchtmacht was op weg naar de drempel. Cheney zag dat niemand in de pers erop inhaakte. De verslaggevers werden zo aan ba gelegd door de regels en er was de laatste maanden zoveel luchtactiviteit geweest, dat het allemaal routine leek.

Het Witte Huis had Cheney verantwoordelijk gesteld voor het op de hoogte houden van de Israeliers. Ze moesten echter niet zo veel informatie krijgen dat ze in feite coalitiepartners werden. Het was een delicate opdracht. Saddam had voorspeld dat hij Israel op de een of andere manier zou aanvallen als de coalitie hem aanviel en de Israeliers hadderecht op een waarschuwing. Maar Israelische deelname aan de oorlog zou negatieve reacties oproepen in de Arabische wereld en kon de coalitie verzwakken. Om ongeveer vijf uur 's middags belde Cheney de Israelische minister van defensie Moshe Arens om te melden dat de aanval was ingezet.

Om 5.30 uur precies vuurde de U.S.S. Bunker Hill, een kruiser van de Aegis-klasse in de Perzische Golf, een Tomahawk-raket af op Irak. Deze onbemande kruisraket kon niet worden teruggeen. Nu was er geen weg terug meer.

Ongeveer twintig Tomahawks werden geprogrammeerd om op het Uur-U Saddams presidentiele paleis, de belangrijkste telefooncentrale en de elektrische krachtstations van Bagdad te raken. Negen Amerikaanse marineschepen moesten in de eerste vierentwintig uur van de oorlog honderd zes Tomahawks afvuren. Omdat de raket nog nooit was gebruikt in oorlogstijd, waren luchtmachtbommenwerpers aangewezen als 'back-up'

voor alle Tomahawk doelen. De luchtoorlog bestond uit meer dan duizend 'sorties' in de eerste vierentwintig uur en zou daarna worden uitgebreid.

Om 5.31 uur lanceerde de U.S.S. Wisconsin zijn eerste Tomahawk. Een inlichtingeneenheid aan boord van de Wisconsin rapporteerde het afvuren via het CRITIC-alarmeringssysteem van het leger, dat is bedoeld voor heel snelle berichtgeving wanneer er 'sterke indicaties voor een dreigend uitbreken van vijandelijkheden van welke aard ook'

zijn. CRITIC was in het l geroepen om te zorgen dat alle Amerikaanse troepen over de hele wereld zo vroeg mogelijk werden gealarmeerd over mogelijke vijandelijkheden, met name een aanval door de Sovjet-Unie.

Zo'n boodschap had voorrang boven al het andere verkeer en deed automatisch bellen rinkelen op telexen bij duizenden commando's over de hele wereld.

“Waarom doen die stomme idioten dat”, vroeg Kelly. “Het is de Marine weer eens gelukt.” Onmiddellijk bracht hij Powell op de hoogte.

Mijn God, dacht Powell, zo blaze de operationele veiligheid zelf nog op.

De Wisconsin kreeg opdracht de boodschap te annuleren. Met dezelfde snelheid ging de annuleringsboodschap eruit. Militairen over de hele wereld weten dat de eerste melding van een incident vaak foutief is, dus niemand trok een overhaaste conclusie. De operationele veiligheid bleef intact.

Cheney en Powell gaven opdracht het CRITIC-systeem, tijdelijk uit te schakelen. Powell probeerde uit te vinden wie zo stom waren geweest het in werking ttten, zodat zij konden worden uitgeschakeld.

Cheney bleef naar CNN kijken. Eindredacteur Bernard Shaw in Bagdad interviewde voormalig CBS redacteur Walter Cronkite in New York over het verslaan van oorlogen. Cronkite vertelde over zijn ervaringen die teruggingen tot de Tweede Wereldoorlog. Shaw verklaarde dat hij naar Bagdad was gegaan om Saddam te interviewen, maar het interview was niet gelukt en daarom zou hij de volgende middag per vliegtuig vertrekken.

De volgende middag zouden er geen vluchtijn, wist Cheney. Een merkwaardig gevoel doorstroomde hem terwijl hij naar dit gesprek keek, in de wetenschap dat honderden aanvalsmissies op weg waren naar Koeweit en Irak, buiten medeweten van de media en bijna alle Amerikanen.

Toen het Uur-U naderde, stuurde de minister zijn chauffeur naar McLean om zijn weekendtas. Iemand van het kantoor werd naar de Chinees gestuurd om iets te eten te halen.

Powell wilde geen dodenwacht houden in hemmandocentrum. Voor zijn gevoel was dat het wat Cheney en hij hadden gedaan tijdens de invasie in Panama, toen ze commandoposities hadden ingenomen aan de middelste tafel. Nu was Cheney boven in zijn kantoor. Powell bleef tussen ongeveer zes en zeven uur 's avonds op zijn kantoor.

Hij zat in zijn grote, kastanjebruine leren bureaustoel. Hij was alleen. In zijn laatste gesprek met Schwarzkopf, eerder die dag via de veiligheidstelefoon, had Powell gezegd: “Succes, Norm”. Het Witte Huis leek tevreden. Net zoals in Panama had Powell het gevoel dat hij president Bush adequaat had voorbereid. Er gaan nare dingen gebeuren, meneer de president, had Powell gezegd. Er komt slecht nieuws, zaken keren zich tegen ons. U zult de aanvechting krijgen om de handen uit de mouwen te steken, te proberen problemen zelf op te lossen. U zult schrammen oplopen en men zal u op de televisie alle hoeken laten zien.

Dit duurt een tijdje en hoe meer u ons met rust laat,zodat wij ons er als militaire vakmensen doorheen kunnen slaan, hoe beter het zal zijn.

Ondanks alle vuurkracht, verwachte snelheid en geweld had Powell met Schwarzkopf erg zijn best gedaan om te zorgen dat de aanval enige terughoudendheid zou laten zien. Zijdelingse schade moest tot een minimum worden beperkt. Op aandringen van Powell zou de luchtaanval slechts twee van de zes bruggen binnen de stadsgrenzen van Bagdad treffen. Er zouden er vier overblijven. Powell was ervan overtuigd dat de Verenigde Stateen belang hadden bij een volledig verslagen Irak dat niet meer in staat was zich te verdedigen. Dus moest een deel van de Iraakse tanks en het leger intact worden gelaten. Baker was ingelicht.

De vragen van Cheney waren beantwoord. Powells Gezamenlijke Chefs van Staven waren kalm. De stafchefs - 'de zes broers', zoals ze ze waren gaan noemen - waren het allemaal eens.

Powells stelregel luidde: “Controleer de kleine dingen”. Die waren er niet meer. De minuten tikten. Hij merkte dat hij in gedachten de specificaties van de lijst met oorlogsdoelen doornam. Is dat een goed doel? Is dat een slecht doel? Moeten we daar een Tomahawk op afsturen of een F-15E? Of beide? Of geen van beide? De doelen waren keer op keer de revue gepasseerd, wist hij. Hij moest ophouden.

Dit is het einde, besefte hij. Metaforen voor gokken gingen door zijn hoofd. Poker. De inzet was hoog. Ze gebruikten al hun troeven: technologie, superieunlichtingen, een plan dat er vrijwel perfect uitzag. Hij had de beste kaarten. Het was zo goed als zeker; maar toch, net zoals bij het pokeren waren er ook onzekere factoren.

Dobbelen. Het land zat aan tafel en de dobbelstenen waren geworpen. Dit was het moment van afwachten, de dobbelstenen zweefden in de lucht. Weldra zouden ze neerkomen en abrupt stil blijven liggen.

Poolbiljart. Hij had een zin uit de film The Hustler opgeschreven en onder het glas op zijn bureau geschoven: ,g Eddie, laten we even gaan poolen''. Dit was het moment van de confrontatie.

“Laat ze nooit zien dat je zweet”, luidde een ander aforisme onder het glas. Maar op dit moment zweette hij. Saddam kon nog altijd een of andere stunt uithalen. In een paar minuten kon de Iraakse leider een capitulatieboodschap uitsturen en misschien de hele operatie laten ontsporen. Powell bleef ervan overtuigd dat Saddam geen oorlog kon en zou willen. Saddam had de Amerikaanse beradenheid verkeerd uitgelegd en hij had beslist geen idee van de omvang van wat hem boven het hoofd hing.

Hoe kunnen we de operationele veiligheid bewaren? vroeg Powell zich af. Ze waren erg goed geworden in het bewaren van geheimen. Maar hoe goed? Misschien was de operatie opgeblazen? Onwaarschijnlijk tot onmogelijk, maar helemaal zeker was het niet.

Powell verwachtte dat de luchtoorlog ongeveer drie weken zou duren. Daarna zou de coalitie Saddam het initiatief moeten ontfutselen. De grondoorlog was onvjdelijk. Bij de gedachte aan een grondoorlog maakte hij zich bezorgd over de mariniers. Zij zouden het zware werk moeten doen, doorstoten door de versterkingen langs de frontlijn. God, dacht Powell we zouden wel eens een heleboel mariniers kunnen verliezen. De landmacht, met zijn grote flankoperatie, was veiliger.

Hij had gedacht dat dit de belangrijkste dag in zijn leven zou zijn. Meer dan tweeendertig jaar bij de landmacht en nu als militaire topman aan de vooravond van erote oorldog. Maar het was zijn dag niet. Hij dacht aan het citaat van de oude Robert E. Lee: “Het is maar goed dat oorlog zo verschrikkelijk is, anders zouden we het te leuk gaan vinden”. Lee had in 1862 de slachting van de troepen van de Unie bij Fredericksburg gezien. Met hoeveel liefde trof het leger voorbereidingen voor een oorlog. Vanuit het Pentagon leek oorlog soms een groot spel. Als er geen mensen bij omkwamen, was het heel leuk, dacht Powell. Hiest zichzelf er constant aan herinneren dat dit echt was. Het publiek en de wereld zouden een ongelooflijk beperkte en 'schone' versie van de oorlog zien. De media zouden weggehouden worden. Zelfs de video-opnamen van de aanvallen, gemaakt met de camera's op de kanonnen in de bommenwerpers, zouden een vertekend beeld geven als ze openbaar werden gemaakt. In de meeste gevallen zou het geluid worden weggewerkt, zodat hetnerveuze 'Holy shit!' van de vliegers ontbrak. Het kenmerkende, stotende hyperventilerenn de vliegers, die de druk van hun G-pak en angst voor de oorlog voelen, zou het publiek niet horen.

Hij dacht aan de manschappen en de vliegers als jongeren, teenagers zelfs. Ze zouden in het donker vliegen of achter de linies naar beneden komen om doelen op te sporen. Het zou uitdraaien op een Amerikaanse jongere tegen een Iraakse jongere. Beiden wilden leven.

Powell had een akelig voorgevoel en rilde. De oorlog was in handen van die jongeren. En als zij verknalden, betekende het dat Powell en de generaals - de volwassenen - hun werk niet goed hadden gedaan. Zo hoorde het ook.

Het zou nog uren duren voordat Powell hoorde wat er gebeurde. Schwarzkopf had de leiding op het slagveld. Het informeren van Washington was niet zijn hoogste prioriteit.

Powell was nog steeds alleen. Het bleef stil op het kantoor van de Voorzitter van de Gezamenlijke Chefs van Staven. Niemand had er enige notie van hoevemerikanen in de oorlog zouden omkomen, besefte hij.

Enkele oudere officieren van de Gezamenlijke Staf hadden vertrouwelijk geschat dat er aan Amerikaanse zijde ongeveer duizend manschappen zouden sneuvelen. Maar het waren geen harde schattingen. Uiteraard konden het er meer zijn. Hij wist dat ze er een aantal zouden verliezen. Hij hoopte dat het er niet veel zouden zijn.

Op deze belangrijkste dag van zijn leven had hij een overheersende gedachte. Het was geen uitbundigheid, gespannenheid, gejaagdheid, hij had geen krijgskoorts. Het was geen oorlogsemotie die bezit van hem nam. Hij dacht slechts een ding: “Hoeveel komen er niet terug?”

Over de grens in Irak was het bijna drie uur 's morgens. Een Amerikaanse Apache-helikopter was twaalf kilometer van het elektrische krachtstation bij een Iraakse radarpost van de luchtverdediging rondom Bagdad. Dit was het eerste oorlogsdoel. De vlieger kon het gebouw zien op zijn Forward-Looking Infrared Sensor, een klein dansend rechthoekje op de horizon. Zijntrumenten lieten zien dat de vluchttijd voor zijn Hellfire-raket naar het doel twintig seconden bedroeg. Hij lanceerde.

“Die is voor jou, Saddam”, zei hij. De apparatuur tikte de seconden weg en op het scherm zag hij de Hellfire over het gebouw aankomen en als een blok naar beneden storten. Het rechthoekje werd een explosie die snel en rustig zijn radarscherm vulde.

In het Witte Huis zaten Bush, Quayle, Scowcroft en Sununu in de kleine prive-studeerkamer naast het Ovale Kan naar de televisie te kijken.

Toen de geluiden van de bombardementen hoorbaar werden achter de stemmen van de verslaggevers die nog in hun hotelkamer in Bagdad waren, zei Bush, zichtbaar opgelucht: “precies volgens plan”.

De Golfoorlog duurde tweeenveertig dagen. De drie fasen van de luchtoorlog namen achtendertig dagen in beslag. De grondoorlog duurde vier dagen, voordat Bush een staakt-het-vuren afkondigde. Het leger van de Verenigde Staten en de geallieerden lie Koeweit en Zuid-Irak onder de voet, vernietigden het leger van Saddam, verpletterden de Republikeinse Garde, dicteerden de voorwaarden voor vrede en doodden tienduizenden Irakezen. Koeweit was bevrijd. Aan Amerikaanse kant telde men zeven vermisten en honderdzevenendertig gesneuvelden.