Bijzonder openbaar

Het adjectief 'openbaar' heeft in het onderwijs last van twee verschillende betekenissen: voor ieder toegankelijk en beheerd door de overheid. Het is er mee alset het openbaar vervoer. Trein en bus zijn in beide betekenissen openbaar, taxi's alleen in de eerste betekenis.

In de twee artikelen over 'bussing' in Amerika (W&O, 16 mei) wordt het verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs overdreven. Dat een Amerikaan dat doet is begrijpelijk, omdat in de VS het niet door een overheid beheerde onderwijs veel duurder is, waardoor het niet zo maar toegankelijk is vo ieder.

Het bijzonder onderwijs in Nederland is echter wel toegankelijk voor ieder. Het befaamde geval van de leerling die niet op het joodse Maimonides Lyceum werd toegelaten, is een grote uitzondering.

Protestante en katholieke scholen nemen alle leerlingen die aangemeld worden aan en dat was ook al zo voordat leerlingen schaarser werden.

Op de meeste confessionele scholen vormen protestantse en katholieke scholen tegenwoordig zelfs een minderheid, zoals dat - in nog sterkere mate - ook op onbare scholen het geval is. Gezien de toegenomen ontkerkelijking in Nederland is deze ontwikkeling begrijpelijk.

Het verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs is de bestuursvorm. Hierbij is het bijzonder onderwijs in het voordeel, alleen al door de macht om zelf leraren aan te mogen stellen.

Gemeentescholen - vrijwel alle openbare scholen zijn gemeentescholen - worden nominaal bestuurd door de gemeenteraad. In feite door enkele ambtenaren, geleidoor de wethouder van onderwijs, een persoon die na de gemeenteraadsverkiezingen bij de college-onderhandelingen benoemd wordt. Deze wethouder heeft dan ook nog de zorg voor de uitvoering van de nationale onderwijsregelingen voor de bijzondere scholen in zijn of haar gemeente.

Geen wonder dat het wij-gevoel op een gemeenteschool in het algemeen minder is dan op een bijzondere school. Geen wonder ook dat er steeds meer stemmen opgaan om elkeemeenteschool meer direct te laten besturen.

Hoewel vrijwel elke bijzondere school iedere leerling die aangemeld wordt toelaat en in die betekenis dus openbaar genoemd mag worden, zijn er toch wat de toegang betreft twee verschillen met een gemeenteschool. Ten eerste is er een financiele drempel. Bijzondere scholen vragen een ouderbijdrage, schoolgeld genoemd. Hoog is dat bedrag niet, begrijpelijk omdat het bijzonder onderwijs en het openbaar onderwijs qua overheidsfinanciering aan elkaar gelijk gesteld zijn. En op de meeste bijzondere scholen is dit soolgeld inkomens-afhankelijk, zodat de financiele drempel niet groot is.

Ten tweede kan een bijzondere school uitgesproken probleemleerlingen de toegang weigeren of van school verwijderen. Een school zal, alleen al uit beroepseer, niet gauw hiertoe besluiten, maar een gemeenteschool kan een leerplichtige leerling die zich erg misdraagt niet afschuiven.