Beter glas voor de gewone man

Tentoonstelling 'Geperst glas uit Leerdam't-m 19 oktober. Glasmuseum Leerdam, Lingedk 28, Leerdam. Inl 0345112714. Daarna in het Drents Museum in Assen. Catalogus (f) 30,-.

Glas vraagt erom misbruikt te worden. Het is enerzijds hard en zeer vormvast, andejds laat het alles met zich doen. Wat betreft vormen en manieren van afwerken, kleuren en doorschijnendheid zijn de mogelijkheden vrijwel onbeperkt, en in fabrieken kan alles op enorme schaal worden geproduceerd. Tegen zo veel vrijheid zijn maar weinig ontwerpers opgewassen.

Dat bleek duidelijk uit het persglas van de latere negentiende eeuw - een eeuw waarin zoals bek op velerlei gebied de vormgevers op hol sloegen. De aloude techniek van het persen in metalen mallen, zeker even oud als het meer subtiele blazen of slijpen van glas en kristal, veranderde. Tussen 1820 en 1864 werden persmachines, ovens en glassoorten ontwikkeld die een triomfale opmars van het persglas mogelijk maakten. De gewone man kon zijn woning gaan volzetten met goedkope schalen, pullen, kandelaars, zoutvaatjes en bonbonnieres van glas.

Dat massaal geproduceerde persglas imitee steevast kostbaar geslepen kristal, rijk voorzien van facetten en versieringen. Op de tentoonstelling 'Geperst glas uit Leerdam' staat ook een vitrine met dat soort voorwerpen, afschuwelijk lelijk meestal. Zij worden natuurlijk nog steeds grif verkocht, zij het niet meer door de Leerdamse fabriek. Maar overal waar Perzische kleedjes en gedrapeerde vitrages te vinden zijn, is ook het imitatiekristallen vaasje (met daarin drie anjers) niet ver.

Van het begin af aan waren er ook mensen die zagen dat het industrieegeproduceerde huisraad en de geliefde objets d'art wansmakelijke nepprodukten waren. Dat inzicht ging, wat eigenlijk heel curieus is, gewoonlijk gepaard met twee andere dingen: morele verontwaardiging en sociale bewogenheid. Voorvechters van de betere vormgeving vonden dat het volk verlakt werd, zoetgehouden, opgelicht met die lelijke spullen waar het zo gelukkig mee was. Als zuiverheid en functionaliteit weer zouden terugkeren in de vormgeving z de hele samenleving daar beter van worden, was het idee van wat wel de modern movement zou gaan heten.

Toen de theosoof, vrijmetselaar, vrij-Katholiek en Rotarian P.M. Cochius in 1912 directeur van de Leerdamse glasfabriek werd, begon de wind van de modern movement ook daar te waaien. Ontwerpers als Berlage, De Bazel, Leerdams eigen Andries Copier en zelfs de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright werden ingehuurd om het onooglijke persglas nieuwe waardigheid te geven. Hun produkten rmen de kern van de tentoonstelling.

Berlages bekende gele, zeshoekige ontbijtservies uit de jaren twintig is er natuurlijk te vinden. Maar ook een prachtige uitstalling, op een gedekte tafel, van een iets ouder servies van K.P.C. de Bazel met tienkantige borden en deksels. Beklemmend, maar tekenend voor de tijd, zijn allerlei 'gestroomlijnde' beeldjes, meestal vogels of Madonna's, ontworpen door de Utrechtenaar Stef Uiterwaal.

Van Fra Lloyd Wright staat een hoge, zeskantige vaas in twee maten op de tentoonstelling. Die vaas is niet van persglas, al is hij er wel voor bedoeld: Wright was niet vertrouwd genoeg met de eisen van het materiaal om een praktisch ontwerp te leveren. Het was een probleem waar ook anderen, zoals Berlage, bij het ontwerpen voor persglas voortdurend mee worstelden. Zij maakten hors d'oeuvres-schalen te groot om te worden gegoten, randjes te fijn, vazen (zoals die van Wright) niet-lossend. Het heeft iets grappigs, dat bij alle horavende woorden over functionaliteit en samengaan van kunst en industrie, kunstenaars zich kennelijk vaak onvoldoende in de produktietechnieken verdiepten om bruikbare ontwerpen te leveren.

Wie dat nadrukkelijk wel gedaan heeft is Andries Copier. Ook deze expositie bewijst weer zijn grote kracht in het tegelijk functioneel, schitterend van lijn en maakbaar houden van gebruiksglas. Het ontbijtservies Colopal (ca. 1930) in een frappante lichtgele tint is daarvan eenoorbeeld, net als het twintig jaar jongere Primula. Het is bijna onmogelijk om het lelijk te vinden - en wie dat toch doet reageert waarschijnlijk niet op het ontwerp, maar op de sfeer van de jaren vijftig waarin dit praktische servies op duizenden en duizenden eettafels stond. Het kan niet Hollandser dan die melkbekers, die kaasstolp, en die botervloot waarin, zoals de catalogus onschuldig opmerkt, precies een pakje margarine past.