Alarm

De Tweede Wereldoorlog heeft mij gevoelig gemaakt voor sirenes. De angst is echter veranderd in fascinatie. Het alarmsignaal veroorzaakt tegenwoordig: een gevoel van opwinding en sensatie, gemengd met een flinke dosis voyeurisme. Hoor ik de doordringende huiltoon klinken, dan ren ik ogenblikkelijk naar het venster om te kijken f de spuitgasten soms bij mij op de stoep staan.

Ik bof tijdens een laat winterbezoek aan Canada, waar het nog vriest dat het kraakt. Er wordt in de bouw veel hout gebruikt. De brandweerkazerne ligt juist om de hoek. Zeker een paar keer per dag stuiven de lange, oranje-rode wagens door de besneeuwde straat. Voorin zit de bestuurder, 'en face' aan de zijkant een rijtje mannen dat mij aankijkt en achterop staat een collega om in de bocht bij te draaien.

Met het geluid van een armada in dichte mist jaagt dstoet voorbij. Er is haast geboden. Menige woning verandert in een oogwenk in het sprookjespaleis van de IJskoningin.

In Amsterdam herken ik alle sirenes. Bij de ambulancewagens onderscheid ik zelfs het signaal van de GG&GD en de VZA. De hoorn van de motor- of gemeentepolitie zal ik niet gauw verwisselen met die van de technische dienst of recherche. Op dit moment giert de janktoon van alle kanten door de buurt. Ik hol weer naar het raam. Wel zeven, negen van die bekende witte aootjes maken jacht op een enorme limousine. Het sein STOP POLITIE negerend ramt de Sedan een lichtmast en schuift op de zijkant het perkje in. De blauwe zwaailichten draperen zich er in een slordige cirkel omheen. Ik voel mij voldaan. Zo hoort een achtervolging te eindigen.