'Affaire-Mullard illustratief voor wegwerken zwarten'; Nota laakt 'racisme' universiteit

AMSTERDAM, 13 JUNI. De opheffing van de werkgroep etnische studies en het in diskrediet brengen van de betrokken hoogleraar, prof. C.P. Mullard, is “illustratief voor de wijze waarop aan onze progressieve universiteit zwarte voorvechters het leven zuur wordt gemaakt”.

Dat schrijven de opstellers van de bundel 'Naar een anti-racistische universiteit' die vanmiddag aan rector-magnius prof. P.W.M. de Meijer van de Universiteit van Amsterdam en het gemeenteraadslid O. Singh Varma voor Groen Links is aangeboden.

In de bundel, die is samengesteld door vier studentenverenigingen, wordt een lans gebroken voor het onderkennen en uitbannen van alle vormen van racisme binnen de muren van deze Alma Mater, waar ruim 25.000 studenten staan ingeschreven, van wie 869 een buitenlandse nationaliteit hebben.

Vorige maand besloot de faculteitsraad van de faculteit der pedagogische en onderwijskundige wetchappen (POW), waar de werkgroep etnische studies is ondergebracht, deze per 1 januari 1992 op te heffen. Het besluit volgde op het eerder gepubliceerde rapport van drs. B. de Hon die op verzoek van het College van Bestuur (CvB) een onderzoek had verricht naar de al jaren verstoorde werkverhouding tussen Mullard en een aantal van zijn medewerkers. Die verwijten hem ondermeer dat hij promovendi en studenten onvoldoende begeleidt, te vaak afwezig is, nauwelijks puH)bliceert en geen onderzoeksgelden aantrekt.

Volgens de bundel 'Naar een anti-racistische universiteit' zijn zwarten en migranten nog steeds ondervertegenwoordigd aan de Universiteit van Amsterdam. Eenmaal toegelaten zijn zij niet zelden het slachtoffer van “vervelende moppen of opmerkingen”. Ook worden zij door blanke studenten en docenten vaak al op voorhand als onbekwaam beschouwd, wat weer tot gevolg heeft dat zij ook daadwerkelijk achtergesteld worden, aldde samenstellers.

Zwarten en migranten hebben weliswaar gelijke rechten op het volgen van hoger onderwijs als hun blanke leeftijdgenoten, maar daar komt in de praktijk weinig van terecht. Om de toegankelijkheid te vergroten moet een intensieve Engelse cursus worden opgezet voor zwarten en migranten maar ook voor blanke studenten en docenten, aldus de nota.

Als “konkreet voorbeeld van racisme” binnen de UvA wordt gewezen op het feit dat bij een schriftelijk tentamen niet alleen kennis van de stof op prijs wordt gesteld maar ook een goede grammaticale kennis van het Nederlands. Voor een buitenlandse student die de Nederlandse taal nog niet voldoende machtig is, is het schier onmogelijk aan deze eis te voldoen, aldus de bundel.

“Verzoeken om een mondeling tentamen stuiten echter vaak op onbegrip van de docenten: 'als je in Nederland studeert, moet je de Nederlandse taal ook maar goed beheersen.' Het feit dat zo'n student een mondeling tentamen aanvraagt wil nog niezeggen dat hij een slechte student is”, menen de auteurs.

Zij verwijten de wetenschappers aan de UvA voorts dat die te zeer werken vanuit een beperkt Westers referentiekader. Er is volgens hen sprake van “racistische en etnocentrische tendenzen in het onderwijs en onderzoek”. In de Engelse krant Evening Standard zei Mullard vorige maand dat in Nederland sprake is van een “systeem van racisme dat grenst aan het soort apartheidat je in Zuid-Afrika zou verwachten”.

Volgens de voorzitter van de CvB, drs. J.K.M. Gevers, steekt “net als in de samenleving af en toe binnen de universiteit racisme helaas de kop op”. Wat er met de werkgroep etnische studies is gebeurd is geen voorbeeld van racisme maar van hoe faculteiten “de tering naar de nering moeten zetten”.

Behalve zijn wetenschappelijke staat van dienst staat sinds geruime tijd de financiele handelwijze van Mullard ter discussie. Als directeur van het bedrijf Focus ConsultancyTD is hij de faculteit een bedrag schuldig tussen de 35.000 en 40.000 gulden. Focus en de faculteit zetten eind 1989 het project 'Euroselect' op om Nederlandse werkloze onderwijzers via een cursus klaar te stomen voor een baan in het Engelse basisonderwijs.

Volgens een mondelinge overeenkomst met Mullard zou de faculteit per gerealiseerde plaatsing 600 gulden ontvangen. Er zijn inmiddels ruim dertig kandidaten in Engeland geplaatst, maar de faculteit heeft daarvoor geen vergoeding ontvangen. den waarom faculteitsdirecteur drs. T. Mous het CvB in een brief heeft verzocht “die (rechts)maatregelen te treffen welke nodig zijn ter inning van het verschuldigde bedrag”.

Gevraagd om een reactie op het rapport van De Hon en op het dossier Euroselect zegt het CvB steevast dat “de zaak niet eenvoudig ligt”

en “dat er tijd nodig is om tot een definitief standpunt te komen”. Inmiddels heeft het universiteitsblad van de UvA, Folia, gepleit voor een gerechtelijkoronderzoek tegen Mullard.