Vragen over kindermoorden in Brazilie

AMSTERDAM, 12 JUNI. De PVDA-Kamerleden Valk en Van Gijzel hebben minister Van den Broek van buitenlandse zaken verzocht binnen de EG en de Verenigde Naties aandacht te vragen voor de moorden op Braziliaanse zwerfkinderen door doodseskaders. Ook moet Van den Broek dNederlandse bezorgdheid over de kindermoorden overbrengen aan de Braziliaanse regering. Volgens een recent onderzoek waaraan onder andere de universiteit van Sao Paolo heeft meegewerkt, hebben de grotendeels door politieagenten bemande doodseskaders in de afgelopen drie jaar 4600 zwerfkinderen vermoord.

De moord op de zwerfkinderen staat in Nederland volop in de belangstelling sinds bekend werd dat zeven kinderen die meewerkten aan de met Nerlands geld gefinancierde documentaire 'Oorlog op Straat' in de afgelopen drie weken zijn vermoord. De politie schuift volgens de Nederlandse hulpverlener Nanko van Buuren de schuld op een “ietwat psychotische straatjongen” en weigert de andere deelnemers aan de documentaire speciale bescherming te verlenen. Van Buuren meent dat het aantal kindermoorden momenteel sterk toeneemt door de aandacht van buitenlandse media. Doodseskaders zouden snel de sporen van hun haelen willen uitwissen. Het Braziliaanse blad O Povo publiceert dagelijks foto's van zes tot twaalf omgebrachte kinderen. 'Oorlog op Straat' gaat over de jacht van Braziliaanse doodseskaders op jonge straatkinderen in Rio de Janeiro. De eskaders worden betaald door middenstanders die bang zijn dat de kinderen hun klanten wegjagen. De naar schatting 200 dollar die een kinderlijkje opbrengt, vormt een welkome aanvulling op hun magere salaris van een politieagent. De zeven vermoorde kinderen maakten deel uit van Excalo, e straatproject dat onder leiding staat van de psychiater Nanko van Buuren. Het project richt zich op lijmsnuivertjes in het centrum van Rio de Janeiro, die hun honger onderdrukken door schoenlijm te snuiven uit een plastic zak. Volgens Van Buuren zijn de zeven zwerfkinderen op dezelfde manier en op dezelfde plaats vermoord.

“Wanneer deze groep weer eens opnieuw in de belangstelling komt, moet de 'tegenpartij' even laten zien wie de baas is en een aantal jongereuitroeien”, zegt hij. Toch weet Van Buuren niet zeker of er een direct verband bestaat tussen de kindermoorden en de documentaire. Vorig jaar vonden de Braziliaanse rabecao, dodenwagens, alleen al Rio de Janeiro 445 gewelddadig om het leven gebrachte kinderen. De zeven kunnen ook vermoord zijn in het kader van een 'gewone' schoonmaakactie. Het project Excalo trekt de laatste tijd ook de nodige aandacht van de Braziliaanse media. Twee weken vergeleek het blad O Povde lijmsnuivertjes van Excalo met een rattenplaag die zo snel mogelijk uitgeroeid diende te worden. Van Buuren vond deze openlijke steun voor het werk van de doodseskaders te ver gaan en spande een proces aan tegen het blad. Kort daarna werd in zijn kantoor ingebroken. De inbrekers stalen zijn correspondentie en lieten enkele schriftelijke bedreigingen achter. De politie zegt te vermoeden dat medewerkers van het project Excalo de inbraak zelf hebben georganiseerd om publiciteit te krijgen.

Eenzelfde reactie had politie eind april bij de ontvoering van de kinderrechtenactivist Volmer Nacimento door een doodseskader. Nacimento wist te ontsnappen en werd daarna door de politie beschuldigd zijn ontvoering zelf te hebben opgezet. Volgens een medewerkster van het Excalo-project loopt Van Buuren zelf geen gevaar. “Buitenlanders worden beschermd door ambassades. Als zij vermoord worden bestaat er een grote kans dat de politie de zaak grondig utzoekt. Dat geldt nt voor 90 procent van de kindermoorden.” Volgens pater Soares, een Braziliaanse geestelijke die jarenlange ervaring heeft met de zwerfkinderen van Rio de Janeiro, werkt de omvang van het probleem de Braziliaanse onverschilligheid tegenover de kindermoorden in de hand. “Brazilie kent 25 tot 36 miljoen straatkinderen. Het grootste gedeelte verlaat maandag de favela's (de grotendeels tegen heuvelruggen gebouwde sloppenwijkenred.) en gaat in het weekend naar huis terug. Een groep van acht miljoen kinderen werken, eten en slapen op straat en zijn het contact met hun familie volledig kwijtgeraakt.”