Vali Meyers: van vagebond tot kunstwerk

“That's life, love”, zegt ze. Elke gesprekspartner noemt ze 'love', omdat liefde alles overwint.

Filosofisch laat ze er op volgen dat de tijd als een rulle zandweg is, waarop gebeurtenissen als een karrewiel hun sporen achterlaten. Nou, zij heeft haar deel in elk geval gehad. Ed van der Elsken ontdek haar in de vroege jaren vijftig in Parijs, toen ze nog een romantisch natuurtalent was, dat door een waas van geheimzinnigheid werd omgeven. Ze keek altijd zo ernstig uit haar zwart omrande ogen, waarschijnlijk omdat er voor iemand die wegens gebrek aan huisvesting 's nachts onder de bruggen van de Seine slaapt weinig te lachen valt. Van der Elsken dwarrelde met zijn camera om haar heen als een nachtvlinder rond het lamplicht. Heel even kwam het tot amoureuze betrekkingendie de fotograaf - die zich op foto's zelf onzichtbaar hield - inspireerde tot het ensceneren van zijn beeldverhaal Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Pres. Het boek werd in vele landen uitgegeven. Van der Elsken was in een klap wereldberoemd. Hij bleef zijn favoriete model, aan wie hij zijn internationale doorbraak mede te danken had, van nabij of op afstand volgen. Hij portretteerde haar, tussen het begin van de jaren vijftig en het begin vade jaren negentig, met tussenpozen: zowel foto's als film, zowel tijdens haar bezoeken aan Nederland als in haar gesoleerde stulpje in het hooggebergte van Zuid Italie. Toen Van der Elsken in januari overleed stapte ze in Napels op het vliegtuig om in Amsterdam de crematie bij te wonen. Nu verblijft ze weer een tijdje in het Chelsea Hotel in New York, waar permanent een kamer tot haar beschikking staat.

En als de stad haar over een paar weken te veel wordt, keert ze terug naar de onherbergzame vallei in Italie. Echte hippies blijven, ook als ze ouder worden, hip. Vali Meyers is inmiddels 61. Haar felgekleurde rokken slepen over de grond, het henna-rode haar reikt tot het middel en bij elke blootvoetse stap rinkelen exotische halskettingen, arm- en enkelbanden. 'Hi foxy lady!' roepen mannen haar na op straat. Anderen veronderstellen, op grond van haar uiterlijk, aanwezige vermogens om turend in een kristallen bol toekomstvisioenen op te roepen. Ze moet er niets van hebben; er is geen occultisme dat de werkelijkheid overtreft.

Van der Elsken memoreerde ooit in een Avenue-reportage, hoe Vali Meyers heel opzichtig over de beestenmarkt van Purmerend wandelde. Ze was van plan een gans te kopen, maar niet begrijpende omstanders scholden haar uit voor alles dat vies en lelijk is. 'Hello love', reageerde ze met een onderkoelde glimlach. De scherpe lijnen in haar gezicht zijn geen tekenen van ouderdom, maar kunstznige tatouages, waaraan bij tijd en wijle nieuwe versieringen worden toegevoegd. De kunstenares is zelf kunst geworden. Haar manier van leven - gedocumenteerd in de film The Tightrope Dancer, die vorig jaar kortstondig de Amsterdamse cinema haalde - valt, zacht uitgedrukt, onconventioneel te noemen. In nachtelijke uren krast ze net zo lang met een fijn pennetje tot een kleurrijke, gedetailleerde prent is voltooid; de arbeidsintensieve eindprodukten gaan voor bedragen tot twintigduizd dollars in het Newyorkse circuit van vermogende kunstminnaars van de hand. Overdag verzorgt ze een levende have van meer dan honderd dieren, waaronder paarden, biggen, vossen, vogels, ezels, katten - en meer dan veertig honden. Hulp bij huishoudelijke bezigheden verschaft een jonge Italiaan, die tevens haar geliefde is. Hij zal nooit mee gaan op reis. In en rond de van gas en electra verstoken, bovendien slechts te voet bereikbare, atelierwoning valt altijd veelwerk te doen. Als ze vertelt over haar avontuurlijke jaren, waarin verslaving aan een gevarieerd assortiment verdovende middelen haar regelmatig de dood in de ogen deed zien, duikt steeds weer de naam van Van der Elsken op. Vali Meyers ontvluchtte eerst (op haar veertiende) het ouderlijk huis en vervolgens (op haar negentiende) haar geboorteland Australie. Per boot arriveerde ze eind jaren veertig in Frankrijk, waar ze zich onder de bezitloze zwerfjeugd vervoegde die stelend en plunderend van de hand in de tand leefde. Op een dag werd ze op heterdaad betrapt door leeftijdgenoot Van der Elsken, die net als zij in Frankrijk zijn geluk kwam beproeven. “Ed hing altijd in onze buurt rond met zijn camera. Hij liep gevaar, we wilden niet dat hij ons fotografeerde. We begrepen niet wat hij van ons wilde. Ik had destijds een Marokkaans vriendje, die altijd razend werd als hij Ed in de verte met een lange lens op z'n camera zag aankom. Hij wilde hem vermoorden en sloeg mij bont en blauw toen hij er achter kwam dat ik me toch had laten fotograferen. “Ed bood geld aan, een kop koffie of een glas rum als hij een foto van me mocht maken. Hij sprak niet veel met me. Op een dag nam hij me in vertrouwen. Hij vertelde dat hij een fotoboek wilde maken en vroeg of ik wilde meewerken. Ik stemde toe vanwege het geld, niet omdat ik hem zo aardig vond.” Vele mannen passeerden in de jaren die volgden haar leven. Jean Cocteau onderwees haar in de kunst van het opium schuive, Jean Genet bracht haar liefde bij voor poezie, Salvador Dali was haar leermeester in de schilderkunst.

Op advies van de Spaanse surrealist vestigde ze zich in de jaren zestig tijdelijk in Amsterdam, omdat jong, onbekend talent naar zijn mening binnen het culturele klimaat in Nederland de meeste kans krijgt om tot ontplooiing te komen. Halverwege de jaren zeventig koos ze voor een sober bestaan als kluizenares in Italie, af en toe onderbroken voor decadente tstapjes naar New York waar ze zich in nertsmantel per limousine laat vervoeren. De Newyorkse cineaste die de film over het fenomeen Vali Meyers maakte, droeg de documentaire op aan haar aan een overdosis overleden zusje. De voormalige drop out die in de film centraal stond, wist een leven met zelfdestructieve fasen tot dusver met meer succes te doorstaan. Van der Elsken voorzag The Tightrope Dancer van een warme aanbeveling, die in bioscoopadvertenties werd overgenomen: “Vals leven is zo klassiek, intens, noodzakelijk en latent tragisch als de kunstenaarslevens van Vincent van Gogh of Franois Villon, Arthur Rimbaud of Janis Joplin.” Vali Meyers lacht. “Ed was een romanticus”, zegt ze. “Mijn vrienden en ik hadden dat niet direct in de gaten toen we hem in de jaren vijftig in Parijs ontmoetten.”