'Sport is voor tachtig procent een mentale aangelegenheid'; Van der Velde: golf is geen vetpot

BOSCH EN DUIN, 12 JUNI. Op de Golfclub De Pan gaat morgen het Nationaal Professional Kampioenschap van start. Een van de favorieten is titelverdediger Chris van der Velde. Als enige Nederlander is hij in het bezit van een startbewijs voor de Europese Tour. Het feit dat hij regelmatig de strijd aanbindt met spelers als Woosnam, Langer en Olazabal geeft hem een voorsprong in ervaring op de andere deelnemers.

Toch is de 27-jarige Amerikaanse Nederlander pas acht jaar geleden met golf begonnen. Het kwam dan ook als een verrassing toen Van der Velde zich twee jaar geleden al kwalificeerde voor de grote toernooien in Europa. Wegens gebrek aan resultaten raakte hij zijn Tourkaart na een seizoen echter weer kwijt. Vorig jaar concentreerde hij zich op Nederland en voerde hij met overmacht de nationale ranglijst aan. In november bemachtigde hij opnieuw zijn Tourkaart voor het seizoen 1991.

Van der Velde over het verschil tussen toen en nu: “Twee jaar geleden had ik totaal geen ervaring. Ik speelde pas vijf jaar en had er geen idee van wat de Tour voorstelde. Nu ben ik honderd procent beter. Ik ga beter met het spel om en begrijp meer van de golfswing.” Van de tien toernooien waaraan hij dit jaar tot dusver heeft deelgenomen, heeft hij drie keer de kwalificatie voor de laatste twee ronden gehaald. Op de Europese ranglijst staat hij op de 184ste plaats met vijfduizend verdiende guldens achter zijn naam. Vier sponsors nemen ongeveer negentig procent van zijn onkosten voor hun rekening. Inclusief bonussen kan dat de honderd procent te boven gaan. Van der Vele: “Een vetpot is het nog niet, maar ik ben mijn carriere nog maar pas aan het opbouwen.

Ik moet bij de eerste 120 eindigen om mijn kaart te behouden. Als ik dat haal, behoor ik, inclusief de top-125 in Amerika, bij de beste 250 golfers van de wereld. Nu behoor ik tot de beste 500 en dat is op een totaal van vijftig miljoen beoefenaars niet gek voor iemand die nog niet zo lang speelt. Ik spiegel me maar aan Ian Woosnam. Die heeft in zijn eerste vier seizoene in totaal 6500 pond gewonnen en is nu de beste van de wereld. Mijn voornaamste doel dit jaar is om bij de eerste twee van de nationale ranglijst te eindigen. Met die klassering kan ik Nederland vertegenwoordigen in toernooien als de World Cup en de Dunhill Cup. Dat is ook de reden geweest dat ik van Amerika naar Nederland ben gekomen.

Als je in Nederland goed bent, krijg je meer kansen om verder te komen dan in Amerika. Natuurlijk wil ik ook graag mijn Tourkaart behouden ma ik heb een slechte start gehad en kom nog maar voor acht of negen toernooien in aanmerking. Je moet rekening houden met tegenvallers en tegelijk op het beste hopen. Als je succes wilt hebben, moet je jezelf doelen voor ogen stellen die haalbaar zijn.'' Van der Veldes sterke kant is zijn mentaliteit. Door zijn jeugd in Amerika is hij gehard in competitie. Hij is op zijn best als de adrenaline gaat werken. Honderden jonge professionals proberen zich ieder najaar in Montpellier via zes loodzware ronden te kwalificeren voor een plaats op de Europese Tour.

Slechts voor de beste vijftig spelers is de Tourkaart weggelegd. Van der Velde is daar twee keer bij geweest. “Golf is voor tachtig procent een mentale aangelegenheid en ik zit op zestig procent daarvan,” zegt hij.

“Nu moet ik nog in mijn swingtechniek gaan geloven. Daarbij zit ik op tien procent. Ik zit dus op zeventig procent uit honderd. Mijn lange slagen moeten regelmatiger worden, zodat mijn slechte scores minder hoog uitvallen. Als Faldo of Olazabal slecht spelen komen ze niet boven de 72 uit. Mijn slechte scores mogen niet hoger zijn dan 74. Omdat te kunnen is het ook belangrijk dat ik mijn concentratie altijd op hetzelfde peil krijg. De ene keer is dat beter dan de andere keer.” Van der Velde zweert bij de aanwijzingen van zijn coach Tom O'Mahoney, de professional van de Noordwijkse Golfclub. Tijdens zijn verblijf in Florida afgelopen winter raakte hij in de ban van de swingtheorie van een andere coach.

“In het begin leek het allemaal prachtig”, zegt hij, “maar na verloop van tijd werd duidelijk dat ik niet in staat was zijn gedachten over de golfswing fysiek uit te voeren. Ik denk dat de anatomie van je lichaam bepaalt welke swing bij je past. Vanaf nu luister ik alleen nog naar Tom en speel ik met de swing die we samen hebben afgestemd.” Arnold Palmer en Gary Player werden ooit gevraagd om in een woord uit te drukken wat er voor nodig is om een groot kampioen te worden. Palmer antwoordde “lef”n Player “verlangen”. Chris van der Velde houdt het op killersinstinct. “Weten wanneer je de trekker moet overhalen en dat dan doen.” Zondag kan hij op de fraaie Bosbaan van Golfclub De Pan wellicht zijn mentaliteit andermaal bewijzen.