Nicaragua is nu gewoon arm; De werkers in de gezondheidszorg duwen nu als kleine ondernemers ijskarretjes voort

MANAGUA, 12 JUNI. Bij de weinige verkeerslichten in het centrum vade hoofdstad Managua ontmoeten de extremen in de Nicaraguaanse economie elkaar. Als het licht op rood springt, vormen zich twee rijen gloednieuwe Japanse en Amerikaanse luxe terreinauto's waar armoedig geklede jongens en meisjes op blote voeten tussendoor lopen terwijl ze repen chocolade, ruitewissers en bananen proberen te slijten.

Dit beeld, waarmee de inwoners van de meeste Latijns-Arikaanse hoofdsteden al jaren bekend zijn, is nieuw voor Managua. Sinds de centrum-rechtse UNO-coalitie van president Violeta Chamorro vorig jaar april de macht overnam in het land dat twaalf jaar was geregeerd door de linkse sandinisten, zijn auto's, elektronische apparaten en levensmiddelen uit het buitenland binnengestroomd, terwijl uit de binnenlanden van Nicaragua de verpauperde campesinos naar de hoofdstad kwamen om als ambulante handelaren de strijd om het bestaan voort te zetten. Uit hun gelederen komen de straatkinderen, eveneens een nieuw fenomeen in Nicaragua, hoewel ook onder het sandinistische bewind de bewijzen van armoede voor het oprapen lagen. De schrille contrasten in het land dat na acht jaar burgeroorlog aan een moeizame wederopbouw moet beginnen, wijzen op de omvang van de taak waar president Chamorro en haar regering voor staan. Was het bruto natiaal produkt in 1988 nog zo'n 2,3 miljard dollar per jaar, vorig jaar was dat gedaald tot 1 miljard dollar, aldus schattingen van de Wereldbank. Jaarlijks neemt het aantal Nicaraguanen - nu zo'n 3,5 miljoen - toe met 2,5 procent. Het inkomen per hoofd van de bevolking ligt nu dus op ongeveer 300 dollar per jaar, waarmee Nicaragua dreigt weg te zakken onder het niveau waarop Hati zich bevindt, het armste land op het westelijk halfrond. De teleurstelling is groot, nu de verwachte massale economische hulp uit de Verenigde Staten, Japan en Europa in het kielzog van de democratisering van Nicaragua is uitgebleven. “Toch is de Amerikaanse ontwikkelingsorganisatie AID op het ogenblik de grootste financieringsbron in Nicaragua”, zegt een Europese deskundige die op contractbasis voor de Nicaraguaanse overheid werkt. AID stelde 150 miljoen dollar ter beschikking voor de financiering van (Amerikaanse) import, een korte termijn-project voor werkverschaffing en voor de afkoop van arbeidscontracten in de geexpandeerde overheidssector. In lijn met de huidige economische politiek van de meeste Latijns-Amerikaanse landen wil ook de regering van Violeta Chamorro een open 'markteconomie' invoeren, de overheidssector inkrimpen en buitenlands kapitaal aantrekken voor nieuwe investeringen. Maar het puinruimen krijgt momenteel de voorrang. Chamorro erfde van de sandinisten een land dat vorig jaar een inflatie van 13.000 procent kende, het hoogste van het continent. Met een aantal monetaire maat(JHegelen heeft de Nicaraguaanse regering geprobeerd rust te creeren. Zo werd dit voorjaar een nieuwe munt, de gouden Cordoba, gentroduceerd ter vervanging van de door inflatie miljoenvoudig weggevreten oude Cordoba. “Dat lijkt aardig te zijn gelukt”, zegt een Westerse diplomaat in Managua, “de situatie was ook onhoudbaar. Zelfs met mijn speciale, 20-cijferige rekenmachine kon ik nauwelijks meer uit de voeten.” De gouden Cordoba is sinds zijn introductie stabiel gebleven teopzichte van de dollar. De officiele koers is 5 op 1, terwijl de zwarte markt niet veel meer te bieden heeft dan 5,20 Cordoba voor een dollar. “Dat zal niet lang duren”, voorspelt de Europese deskundige bij de Nicaraguaanse overheid, “de Cordoba is nog steeds overgewaardeerd en ik zie tot het eind van het jaar nog zeker twee devaluaties komen.” Volgens deze deskundige stevent Nicaragua af op een recessie. “Hoge loonkosten en lage produktiviteit maken buitenlandse produkten goedkoper dan Ni(J)caraguaanse.” Vorig jaar importeerde Nicaragua goederen ter waarde van 800 miljoen dollar, terwijl het voor nauwelijks de helft exporteerde. Het tekort op de handelsbalans zal dit jaar nog verder toenemen. Bovendien is aan de beruchte '24 loketten' (om een exportvergunning te krijgen), nog niet veel gedaan. Teruggekeerde ballingen uit de Verenigde Staten kijken de kat uit de boom voordat ze in Nicaragua investeren en houden hun geld in afwachting van betere ijden op bankrekeningen in Miami. De oplossing van Nicaragua's economische problemen ligt in de landbouw en de export van agrarische produkten als koffie en katoen. Maar over Nicaragua's vruchtbare gronden wordt ook na het einde van de burgeroorlog nog getwist tussen de sandinisten in de landbouwcooperaties en de voormalige contra-rebellen die hun geweer hebben ingeleverd in de hoop de ploeg weer te kunnen opnemen. “De huidige economische politiek is het resultaat vn een spel van tegenstrijdigheden”, stelt Victor Hugo Tinoco, voormalig ambassadeur bij de Verenigde Naties, nu tweede man van het Frente Sandinista in Managua. “Aan de ene kant is er het plan om drastische, neo-liberale aanpassingen door te voeren, aan de andere kant bestaat een krachtige volksbeweging die dit plan wil ondermijnen. Het resultaat is dus harde maatregelen, afgezwakt door sociale consideraties.” Een voorbeeld van deze politiek is het zogenoemde 'omschakelingsplan', waarbij ambtenaredank zij de fondsen van de Amerikaanse AID wordt aangeboden om voor bedragen tot maximaal 2.000 dollar hun baan op te geven. “De regering ging er van uit dat zo'n 3.400 ambtenaren hiervan gebruik zouden maken, maar het zijn er ruim 5.000 geworden”, zegt de Europese deskundige, “en voor het grootste deel gaat het om artsen en onderwijzers. Het gevolg is dus een uitholling van het voorzieningenniveau.” Francisco Toledo, een sandinistische activist in een arme wijk van de hoofdstad, schampert: “je zietnu op straat de voormalige werkers in de gezondheidszorg als kleine ondernemers ijskarretjes voortduwen. En dat terwijl we alle krachten moeten bundelen om de dreigende cholera-epidemie hier te voorkomen.” Het is voor Nicaragua ondoenlijk om zonder forse buitenlandse hulp de economie in het goede spoor te krijgen. Een niet-gepubliceerde overheidsstudie vorig jaar wees uit dat Nicaragua gedurende vijf jaar 1,2 miljard dollar per jaar uit het buitenland zou moeten ontvangen om de handelstekorten en de schuld(achterstand) weg te werken. De Verenigde Staten geven over 1990 en 1991 in totaal een half miljard dollar steun, maar Washington is tijdens een recente reis van Violeta Chamorro naar de Amerikaanse hoofdstad doof gebleken voor haar smeekbeden om 'de Nicaraguaanse democratie' met meer schenkingen te stabiliseren. Een bijkomend probleem is dat sandinisten en aanhangers van de UNO elkaar over en weer beschuldigen van diefstal, corruptie en mibruik van overheidsfondsen, de zogenoemde pinata - in de oorspronkelijke betekenis een pop waaruit op een verjaarspartijtje allemaal snoepjes voor de kinderen komen. De sandinisten hebben vlak voor het overdragen van de macht via twee wetten een groot aantal huizen en voertuigen van de staat geschonken aan hun aanhangers. “Die mensen hebben de beste jaren van hun leven aan de revolutie gegeven, dat moest worden beloond”, zegt de sandinistische commandant Tomas Borge erover in een interview met het partijblad Barricada. Aanhangers van de UNO-coalitie zien nu hun kans schoon om een pinata te organiseren. “Het is graaien, graaien, graaien”, sombert de Europese deskundige. Toch ziet hij na 'het verloren jaar 1991' licht aan het einde van de tunnel. “De internationale financiele organisaties wachten de hervormingen en het met zachte hand verwijderen van de overblijfselen van het sandinisme in het overheidsapparaat af. Volgend jaar zullen ze vermoedelijk metlpprogramma's komen. Er wordt alweer betalingsbalans-steun gegeven. Onder de sandinisten was dat absoluut taboe. Maar het land zal zich moeten aanpassen aan een harde realiteit: Nicaragua is niets bijzonders meer, het is weer een gewoon Latijns-Amerikaans land geworden.”