Kinderrechter zou door pupil in 'klassieke' val zijn gelokt

GRONINGEN, 12 JUNI. De voormalige Arnhemse kinderrechter die gisteren terechtstond wegens ontucht met een 17-jarige jongen is volgens zijn advocaat in de klassieke hulpverleningsval gelokt. Op het moment dat hij de helpende hand uitstak maakte de pupil daar misbruik van, aldus de advocaat van de rechter, mr. W. Aerts.

“Er was geen sprake van dreiging of misbruik van gezag. Het feit niet aangegeven door het slachtoffer, maar door de ex-kinderrechter zelf, die vervolgens ontslag nam.” De 46-jarige mr. T.A.M.A. van der V., ook oud-vice-president van de Arnhemse rechtbank, heeft zich niet gerealiseerd dat de functies van hulpverlener en rechter per definitie onverenigbaar zijn, aldus Aerts gisteren in zijn pleidooi voor de rechtbank in Groningen. Tegen de verdachte werd wegens ontucht een voorwaardelijke celstraf van zes maanden geeist, met n proeftijd van twee jaar. Van der V. ontkent de beschuldiging. Het initiatief zou volledig van de jongen zijn uitgegaan. Van der V. stond bekend als een man die zich met hart en ziel inzette voor de jeugdhulpverlening. Hij werkte nauw samen met hulpverlenende instanties, zette twee opvanghuizen op en hield zich ook bezig met individuele opvang. “Zijn woonhuis stond dag en nacht open voor in problemen geraakte jongeren”, aldus Aerts.

Zijn client vervulde een 'dubbele dagtaak'. “Nee zeggen was voor mij heel moeilijk”, zo zei deze gisteren. Van der V. werd overspannen en leed aan almachtfantasieen. Volgens prof. Beyaert van het Pieter Baan Centrum was hij verminderd toerekenbaar op het moment van de ontuchtige handeling die zich afspeelde op 27 november 1987 in de auto van Van der V. Met de 17-jarige M.C. van M. was hij die dag uit Nijmegen, waar de jongen in de jeugdgevangenis zat, naar Eesergroen gereden, en therapeutische gemeenschap in Borger. Volgens de getuigenverklaring van Van M. tegenover de rijksrecherche zou de kinderrechter hem gedwongen hebben tot seksuele handelingen en liet hij het toe, “omdat ik bang was dat ik mijn zaak zou schaden”. Zijn moeder betwijfelt het waarheidsgehalte van zijn uitspraken. Van M. zat vast wegens bedreiging van zijn moeder. Hij overleed in augustus 1989 aan een overdosis drugs.

Volgens Aerts is zijn client bezweken voor de aandrang van Van M., nadat hij eeder “diverse toenaderingspogingen van Van M. had afgeweerd, om zich door hem te laten bevredigen”. Aerts meent dat het incident “een eenmalige misstap” is “als gevolg van uitlokking”. Hij is van oordeel dat de andere verklaringen van Van M. over vermeende ontuchtige handelingen met Van der V. op fantasie berusten.