Individualisering van minimumloon riskant

Moet het minimumloon worden teruggebracht tot zeventig procent, dus worden gendividualiseerd? De meningen zijn verdeeld: de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is voor. Hij heeft het dan ook 'uitgevonden'. De pitiek aarzelt nog, maar een werkgroep uit het CDA is, zij het met enige slagen om de arm, ook voor. De FNV op haar beurt is tegen.

Het idee berust op twee gronden: het zou goed zijn voor de (ongeschoolde) werkgelegenheid - maar hierover bestaat verschil van inzicht - en waarom nog een gezinsloon als slechts 0,4 procent van de minimumloners uit eenverdieners bestaat? Toch zit er aan dit voorstel een aantal bezwaren. Het grootste zou wel eens kunnen zijn dat een rste en principiele stap wordt gezet naar een algehele individualisering van de lonen. Waarom wel op het laagste niveau en niet voor de loonschalen die hier net boven liggen? Of nog iets hoger? Tweeverdieners dringen immers snel in alle loonschalen door. Het gevolg is dat de keuze voor een van de partners tussen werken en de verzorging van huis en-of kinderen steeds meer op de tocht komt te staan. Het gaat hier om een (voor)recht waarvoor de vaeweging in het verleden toch niet voor niets heeft gevochten. In veel gevallen zullen straks beiden moeten werken om een redelijk inkomen te bereiken. Er wordt wel eens jaloers gekeken naar de grote arbeidsparticipatie van vrouwen in andere landen, maar dat is vaak bittere noodzaak en geen (emancipatorische) luxe. Goed, de arbeidsvoorwaarden en de werkomstandigheden zijn aanzienlijk verbeterd, maar willen we nu echt terug naar de negentiende eeuw? Geen wonder dat de vakbeweging 'neen' zegt. Een tweede nadeel is dat bij in(JHividualisering van alleen het minimumloon de doorstroming naar een hogere loonschaal moeilijker wordt. Eerst moet worden 'gedendividualiseerd' en dan komt er nog een loonsverhoging bovenop.

Hier zal een werkgever niet zo snel aan beginnen. Een extra moeilijkheid ligt in het uitgangspunt dat de individualisering het sociaal minimum intact moet laten - terecht overigens. Dit houdt in dat als een partner niet kan werken - omdat er bijvoorbeeld kleine kinderen in huisijn - er een toeslag uit de schatkist moet komen. Maar proberen we nu juist niet om de subsidies te verminderen? Voor de uitkeringsgerechtigde wordt het sociaal minimum (nagenoeg) niet bedreigd. De meeste sociale uitkeringen (niet de bijstand) zijn al gendividualiseerd. Maar toch. Als tweeverdieners op minimumloonniveau werken verdienen ze samen na individualisering honderdveertig (twee keer zeventig) procent, in plaats van, zoals nu, tweehonderd pro()cent. Wordt een van beiden werkloos, dan wordt het inkomen honderdnegentien procent (zeventig procent + negenenveertig procent = zeventig procent van zeventig procent); nu is dit nog honderzeventig procent. Als beiden zonder baan komen te zitten daalt het gendividualiseerde 'gezins'inkomen tot achtennegentig procent (twee keer zeventig procent van zeventig). In dat geval zal voor de resterende twee procent in principe een beroep op de Toelagenwet kunnen worden gean. Het is de vraag of dit perspectief met name vrouwen zal inspireren om door betaald werk economisch zelfstandig te worden.

Wanneer zou worden besloten om ook de bovenminimale lonen te individualiseren wordt bij werkloosheid of volledige arbeidsongeschiktheid de toestand rampzaliger naarmate het inkomen hoger was. Als de partner niet werkt - en in deze categorieen is dit percentage (nog steeds) groter dan de 0,4 op minimumloonniveau - zal de uitkering wederom zeventig procent van zeventig proct zijn, dus negenenveertig procent, met de mogelijkheid van een toeslag tot het niveau van het sociaal minimum. Wie bijvoorbeeld vijfendertigduizend gulden verdiende - het gendividualiseerde oorspronkelijke loon van vijftigduizend gulden - krijgt aan uitkering vierentwintigduizend en vijfhonderd gulden en geen toeslag. Dit is dan zijn of haar materiele bijdrage aan het ideaal van de individualisering. De 'betere helft' zal dus wel aan de betaalde slag moeten. Raar beleid, of nt? We moeten er nog maar eens goed over nadenken. Vooral omdat een individualisering van het loongebouw een onherroepelijke stap lijkt. Als de maatschappelijke opvattingen omslaan (en waarom zouden ze niet?) is het bijna onmogelijk om die (mis)stap te corrigeren.