'Herkomst filmfinanciering Credit Lyonnais onduidelijk'

PARIJS, 12 JUNI. De bankiers van Credit Lyonnais vroegen zich verongelijkt af of hem in het verleden ooit een bankrekening was geweigerd en op een aandeelhoudersvergadering van het Franse bioscoopexploitant Pathe Cinema redde een snel aangeschaft aandeel hem van een onmiddellijk spreekverbod.

Francois d'Aubert, liberale afgevaardigde in de Franse Assemble voor het district Mayenne heeft zich de afgelopen twee jaar niet bijedereen geliefd gemaakt met zijn aanhoudende vragen over de relaties tussen de Franse staatsbank Credit Lyonnais en de filmactiviteiten van het Italiaanse zakenduo Giancarlo Parretti en Florio Fiorini. De belangstelling van D'Aubert voor de Italianen die veelvuldig bankieren via Credit Lyonnais Bank Nederland (CLBN), heeft de afgelopen weken weer aan actualiteit gewonnen, nu uit documenten van de Amerikaanse beurscommissie blijkt dat de bank hen gin vorige maand een bedrag van zeker 1,4 miljard gulden aan kredieten had verleend. Dat geld verdween voor het grootste deel in de overneming begin november vorig jaar van de Amerikaanse filmstudio MGM-UA door de twee Italianen. “Ik wil weten waar het geld in gestoken is en waar het geld vandaan is gekomen”, zo vat D'Aubert zijn belangstelling samen. D'Aubert vroeg minster van financien Pierre Beregovoy begin vorige week dan ook om een onderzoek naar de waarde van de Amerikaanse filmstudio waaraan de bank zo ruimhartig zijn krdieten verstrekte. Te midden van zijn met dossiers bezaaide bureau in zijn krappe werkkamer in het Parijse gebouw van de Assemblee wijst hij op het groeiend onbehagen in Frankrijk, nu blijkt dat de filmstudio MGM-Pathe slechts met behulp van de omvangrijke steun van CLBN een faillissement heeft weten te vermijden en de bank zelfs bezig is de Britse en Nederlandse bioscopen van MGM-Pathe uit te verkopen om de enorme schuld te delgen. De Franse zorg is vooral gewekt nu Credit Lyonnais,die ongeveer 95 procent van de aandelen CLBN bezit, twee weken geleden werd gedwongen te verklaren dat de bank altijd garant zou staan voor de verplichtingen van haar Nederlandse dochter. Voorheen deelde Credit Lyonnais bij herhaling mee niets van doen te hebben met de filmzaken van zijn Nederlandse dochter. Dat moesten ze maar in Rotterdam uitzoeken, zo luidde steevast het ministeriele antwoord op de kritisch vragen van D'Aubert. De bank viel bovendien onder het toezicht van de Nederlandsche Bank en daar kon het Franse parlement zich niet mee bemoeien. Nu de Franse staatsbank zich min of meer garant heeft gesteld voor een uitgeleend bedrag dat wel eens zou kunnen oplopen tot tweemaal de volledige winst van 3,7 miljard francs (1,2 miljard gulden) in het afgelopen jaar, zo redeneerde D'Aubert, was een accountantsonderzoek naar de waarde van MGM-Pathe als onderpand wel op zijn plaats. Op dit moment loopt tevens een verzoek van D'Aubert tot ht instellen van een parlementaire onderzoekscommissie die relaties tussen Credit Lyonnais, CLBN en Parretti en Fiorini in kaart moet brengen. “Credit Lyonnais is als staatsbank publiek eigendom. Maar de staat is geen goede aandeelhouder. Iedere controle op deze enorme bank ontbreekt”, zo verklaart de parlementarier zijn aanhoudende belangstelling. D'Aubert, lid van de oppositionele liberale par(J)tij UDF, weegt zorgvuldig zijn woorden. Sinds hij vorig jaar werd veroordeeld tot een boete, nadat hij in een interview verklaarde in Parretti vooral “een avonturier in de haute finance” te zien is enige voorzichtigheid wel op zijn plaats, meent hij. Want hoewel D'Aubert er weliswaar genadig van af kwam met een symbolische boete van een franc, noopt de eis van 6 miljoen franc die de woedende Italiaan had gesteld hem tot enige voorzichtigheid. Parretti heeft dan ook zo zijn reden gebeten te zijn op de parlementarier. Nadat een vriend hem n 1989 had gewezen op het dreigende gevaar dat Pathe Cinema, het in moeilijkheden verkerende paradepaardje van de Franse filmindustrie, overgenomen dreigde te worden, volgt D'Aubert nauwgezet de gangen van Parretti en diens meer op de achtergrond opererende zakenpartner Fiorini. Vorig jaar mei wist D'Aubert te bewerkstelligen dat de geplande overneming van Pathe Cinema door de Franse staat werd geblokkeerd. Een gelegenheid waarbij Parretti door minister Beregovoy werd uitgeroepen tot “een ger voor de openbare orde”, waarmee een juridisch handvat werd gecreTREMA NA AFBREKING ONDERDRUKT eerd om de overneming af te blazen. “Dat was een juiste beslissing van Beregovoy”, grinnikt D'Aubert die vooral tevreden is dat door zijn actie de beroemde, historisch waardevolle filmbibliotheek van Pathe uit handen van de Italianen werd gehouden. Nieuwsgierig geworden door de vooraanstaande rol de CLBN speelde in het onoverzichtelijke zakelijke netwerk van de Italianen,sloot D'Aubert verder te speuren. Dat resulteerde in het in november vorig jaar gepubliceerde onderzoeksrapport. Daarin werd uitgebreid stilgestaan bij het verleden van Fiorini, die als financieel directeur van de Italiaanse olie- en chemiegigant ENI begin jaren tachtig betrokken was bij het schandaal rondom de ondergang van de Banco Ambrosiano en de P-2 loge. De nauwe banden van Parretti met de Siciliaanse maffia kwamen eveneens aan de orde. En ook diens avontuurlijke manier van zakendoen die begin dit jaar ondermeer leidde tot een veroordeling in hoger beroep tot bijna vier jaar gevangenisstraf wegens een frauduleus faillissement. Een veroordeling waartegen overigens een cassatieprocedure loopt. Weinig aanbevelenswaardige klanten voor een filiaal van Frankrijks grootste bank, zo meende D'Aubert die Parretti vanwege zijn veelvuldige botsingen met de effectenbeurzen van Madrid, Amsterdam en Parijs in zijn rapport omreef als “een parasiet van de financiele markten” die er onduidelijke geldbronnen op na hield. Hij verzocht een enquete in te stellen of Credit Lyonnais en zijn dochterbank CLBN wel aan alle regels voldeden die de Franse bancaire wetten stellen inzake het witwassen van zwart geld door Franse banken en hun buitenlandse dochterondernemingen. Hoewel voorzichtiger geformuleerd, zijn de twijfels bij D'Aubert over de herkomst van het werkkapitaal van de Italianen er niet minder op geworden. “Ik ben er niet zeker van dat alleen die filmmaatschappij als onderpand voor de bankleningen dient. Misschien zijn er ergens nog omvangrijke bankrekeningen die als dekking dienen. De vraag is alleen van wie dat geld is”, aldus D'Aubert. Het parlementslid vermoedt dat er sprake is van een zogenoemde “back to back” financiering. Terwijl een dochterbank voor grote bedragen aan leningen verstrekt in het ene land, heeft de moederbank ter garantie grote bedragen in deposito in een ander land. Deze op zichzelf niet ongebruikelijke financieringsmethode ontneemt de buitenwacht het zicht op de werkelijke origine van een geldstroom. In het geval van Parretti en Fiorini leidt het voor D'Aubert geen twijfel dat er een politieke kant aan de herkomst van hun gelden zit. “Credit Lyonnais heeft de Franse socialistische partij met grote geldbedragen gesteund”, weet het parlementslid die er verder op wijst dat de bestuursvoorzitter van Credit Lyon(nais, momenteel Jean-Yves Haberer, door de president van de republiek zelf wordt benoemd. De verwevenheid met de regerende Franse socialisten is daarbij groot, aldus D'Aubert. Parretti en Fiorini hebben op hun beurt altijd warme contacten onderhouden met Franse en Italiaanse socialisten: Fiorini werkte bij ENI onder de huidige Italiaanse minister van buitenlandse zaken, de socialist Gianni De Michelis. Diens broer Cesare - een oude vriend van Parretti - speelt een sleutelrol in een aantal houdstermaatschappijen van het Italiaanse duo, waaronder het mysterieuze Cinema 5 Europe dat het onroerend goed van de belangrijkste Nederlandse bioscopen in handen heeft. Parretti ondernam in 1987 eveneens een vergeefse redding van het Franse socialistische dagblad Le Matin en stak bovendien nooit onder stoelen of banken dat hij, zijn nieuw verworven rijkdom ten spijt, altijd een socialist was gebleven. D'Aubert noemt het daarnaast opmerkelijk dat zijn pongen tot nader onderzoek bij de staatsbank steevast op het verzet van de Franse socialisten kan rekenen, die - anders dan gebruikelijk - altijd voltallig in de vaste commissie voor financien komen opdagen als het onderwerp ter sprake komt. Op deze manier is de enquete die D'Aubert had verzocht, gedwarsboomd. En ook voor het verzoek dat nu loopt, om tot een minder vergaand “controle-onderzoek” te komen kan D'Aubert nog weinig enthousiasme bespeuren bij zijnegerende politieke tegenvoeters. Van moedeloosheid is bij het parlementslid niettemin weinig te merken. “Ik wil weten waar het geld vandaan komt. Dat is niet alleen in het belang van de Franse staat, maar ook een belang voor het verenigd Europa. Nu de grenzen wegvallen, wordt het steeds makkelijker om kapitaal van het ene land naar het andere over te brengen, terwijl het toezicht van beurzen en de regels van accountants vaak nog niet op elkaar zijn afgestemd. Het is gevaarlijk als mensen als Parretti en Fiorini daarvan op intelligente wijze gebruik maken”, aldus D'Aubert.