Fiscale rechten

De fiscus wordt steeds efficienter en de schatkist vaart daar wel bij. Het onlangs uitgebrachte jaarverslag van de belastingdist vormt daarvan het geschreven bewijs. De Tweede Kamer ontving eerder deze maand onderzoeksrapporten die het juichende beeld enigszins relativeren.

De rechtsbescherming van de belastingbetaler blijkt een wat achtergebleven gebied te vormen. De doelstellingen op dit terrein zijn niet gehaald en men hoort niets meer over de toezegging van staatssecretaris Van Amelsvoort (Financien) om fiscale rechtsbescherming van de burger wettelijk te regelen. Eerst maar het goede nieuws. De fiscus laat zich steeds minder belastinggeld door de vingers glippen. Er wordt alerter gend en intensiever gecontroleerd. Nog maar drie jaar geleden kwam de belastingcontroleur gemiddeld minder dan een keer in de tien jaar een boekhouding doornemen; vorig jaar was dat gemiddelde opgelopen tot eens in de acht jaar. In de toekomst wil men eens in de vijfaar langskomen. Dat is vaak genoeg, want de inspecteur mag vijf jaar teruggaan bij het alsnog vorderen van te weinig betaalde belasting. In 1988 kwamen de controle-ambtenaren van de vennootschapsbelasting zo een bedrag van iets meer dan 2,5 miljard gulden aan te weinig opgegeven winst op het spoor. In 1990 was hun oogst gestegen tot bijna vijf miljard gulden. Zo ook waren de invorderingsambtenaren succesvol. Doordat deze ambtenaren tegenwoordig minder lankmoedig zijn en de fiscus als geheel efficienter werkt, is de strop van de schatkist door bij voorbeeld faillissementen van bedrijven enorm beperkt. In 1990 glipte in de vennootschapsbelasting een bedrag van ruim 330 miljoen gulden als oninbaar door de vingers; vorig jaar bleef die schade beperkt tot ruim 160 miljoen gulden. Ook de verplichting aan de banken om de uitbetaalde rente op spaargeld aan de fiscus door te geven, vermeldt het jaarverslag als een doorslaand succes. Meer dan tien miljard gulden aan verzwegen vermon is daardoor boven water gekomen. Dit alles ondanks een grootscheepse reorganisatie van de belastingdienst; operaties die gemakkelijk een ontwrichtende werking kunnen hebben. Uit rapportage van de Nationale ombudsman en berichten van verontruste belastingambtenaren blijkt dat het op verscheidene belastingkantoren een warboel is geweest. De verontrusting die in de Tweede Kamer op dit punt leefde, is weggenomen door een extern onderzoek. Dat toonde aan dat de herstructurering lanlijk gezien nauwelijks negatieve gevolgen heeft gehad voor de produktiviteit van de ambtenaren en de opbrengst aan belastinggeld. Volgend jaar moet de reorganisatie zijn afgerond. Als de dienst aan zijn nieuwe structuur is gewend, zal die zeker verder bijdragen aan de efficiency. Meer controle-ambtenaren beschikken dan over een eigen personal computer, boordevol programmatuur waarmee zij zwakke punten in belastingaangiften kunnen opsporen. Ook op andere terreinen laat men zich steeds minder ontglpen. Zo levert de versnelde inning van de zogenaamde prima-cheque waarmee grote bedrijven op het laatste nippertje hun belasting kunnen afdragen, in 1991 een bedrag van ruim drie miljard gulden op. Daarmee vervalt een tolerantietermijn die de fiscus bij wijze van soepelheid had ingebouwd. Voor het bedrijfsleven heeft de maatregel uit de Tussenbalans het effect van een verkapte belastingverhoging. Je kunt je anderzijds afvragen waarom het rijk zich in vorige jaren onverplicht enorme sommen heeft laten ontglippen. Hoe dan ook, de touwtjes die nog aangehaald konden worden, zitten langzamerhand al strak. Het rijk gaat inmiddels al over tot meer steelse maatregelen zoals het een maand verschuiven van de interim-uitkering ziektekosten van het onderwijspersoneel (opbrengst 202 miljoen gulden). Voor een rechtvaardige lastenverdeling is een strak opererende belastingdienst een belangrijk winstpunt. Voor de individuele burger met een probleem dat niet 'standaard' is, dreigt het gevaar dat hij tussen de efficiente fiscale molenstenen wordt vermalen. De versterking van de kracht van de fiscus moet daarom hand in hand gaan met het vastleggen van de rechten van de burger. Zo zou niet alleen de burger maar ook de overheid zich moeten houden aan vaste afhandelingstermijnen. Een versnelde afhandeling van bezwaarschriften was overigens een van de doelstellingen van de reorganisatie van de belastingdienst. Maar deze doelstling is niet gehaald. Hoewel zo'n minpuntje in het juichende jaarverslag niet is terug te vinden, maakt de dienstleiding zich er wel zorgen over. Uit een intern onderzoek blijkt dat het probleemloos mogelijk moet zijn de bezwaarschriften wel steeds voortvarend af te handelen. De gestelde normen kunnen zelfs nog wat worden aangescherpt. De oorspronkelijke doelstelling blijkt niet te zijn gehaald omdat veel ambtearen hun 'prioriteiten elders leggen'. Daardoor moeten klagers onnodig lang wachten op de afhandeling van hun bezwaren. Staatssecretaris Van Amelsvoort liet enige tijd geleden weten dat hij een wettelijke regeling klaar heeft liggen die de fiscus onder meer zal binden aan een vaste termijn voor de afhandeling van bezwaarschriften. Dat wetsvoorstel heeft het ministerie van financien evenwel nog steeds niet verlaten. In het deze maand openbaar gemaakte vijf-jarenplan van de belastingdienst wordt over zo'n wettelijkeelastingstatuut trouwens niet meer gesproken. De leiding van de belastingdienst ziet zo'n statuut veeleer als een openbaar te maken (intern) document. Dat bevat de bestaande wettelijke rechten van de burger, aangevuld met normen die de fiscus zichzelf stelt. De belastingambtenaren ervaren die laatste normen niet altijd als even dwingend. Zo is het een norm dat de indiener van een bezwaarschrift van de fiscus een ontvangstbevestiging krijgt. Toch toont onafhankelijk onderzoek aan dat dit in slechts vier procent van de gevallen gebeurt. De fiscale rechten van de burger verdienen al met al overeenkomstig de plannen van Van Amelsvoort een plaats in een wettelijk belastingstatuut.