Europa bom in Majors tuin

LONDEN, 12 JUNI. Het moment is nabij dat John Major, nu ruim zeven maanden premier van Groot-Brittannie, openlijk moet afrekenen met de erfenis van zijn voorgangster, en 'Thatcherisme' voor eens en voor altijd moet vervangen door 'Majorisme'. Die beslissende slag moet worden geleverd, willen Major en zijn partij niet te gronde gericht worden door de tikkende tijdbom met het naamplaatje 'Europa'. Da explosief ligt dreigend in de tuin van Downing Street 10 en werkt zich steeds een beetje verder naar de oppervlakte. Per dag worden nieuwe haarscheurtjes zichtbaar. En iedereen weet: als het ontploft, worden in de explosie waarschijnlijk ook de kansen op een vierde achtereenvolgende Conservatieve regeringstermijn vernietigd.

Het gaat om een aantal redenen niet goed met de Tories en hun kansen op herverkiezing, en het onderwerp Europa maakt hun ongeluk alleen maar groter. Voordatajor het land durft in te trekken om de kiezers te vragen nog eens vijf jaar toe te voegen aan twaalf jaar ononderbroken Conservatief bewind, moet er in de eerste plaats uitzicht zijn op een verbeterde economie. Gisteren waren er, eindelijk, de eerste tekenen dat ook de zogenaamde onderliggende inflatie op haar retour is, maar zowel het bedrijfsleven als de financiele deskundigen in de Londense City betwijfelen sterk of het beloofde afscheid van de recessie voor 1992 een feit zal zijn. Het uitschrijven n nationale verkiezingen in de herfst lijkt vooral om die reden steeds onwaarschijnlijker te worden. In een serie tussentijdse verkiezingen hebben de Tories al tot hun schade kunnen ervaren wat de kiezer van hun beleid vindt. Hoge prijzen, hoge hypotheken, hoge gemeentebelastingen (de poll tax), gevoegd bij onvrede over slechte gezondheidszorg en noodlijdende onderwijsvoorzieningen, maakten datde kiezers zich bekeerden tot Labour en de centrumpartij van de Sociaal en Liberaal Democraten. Major als persoon is populair, maar zijn partij ligt in de laatste opiniepeiling van vanmorgen tien punten achter op zijn belangrijkste opponent, Labour. De magere 34 procent voor de Conservatieven betekent een verbetering van maar een procent sinds het dieptepunt in populariteit in oktober van het afgelopen jaar, in de aanloop tot het heenzenden van Margaret Thatcher. Pag 4: John Major moet nog afrekenen met Thatcher De Conservatieve partijtop is ervan overtuigd dat die trend gekeerd kan worden, wanneer de effecten van beleidswijzigingen van het kabinet-Major duidelijk worden. De poll tax, zo is n redenering, is - op termijn - afgeschaft, de (hypotheek-)rente is dalend, scholen en ziekenhuizen zullen efficienter worden beheerd.

Het enige dat doorettert en vreet aan het binnenste van de partij zelf, is dat fenomeen dat sommigen in de partij 'Europa' noemen en anderen aanduiden als “de erfenis van Thatcher”. De afgevaardigde voor Finchley verschijnt na haar demissie nog zelden in het Lagerhuis, maar op de achtergrond is ze levensgroot aanwezig. Zij is met haaronorair voorzitterschap van de anti-Europese Brugge-groep het symbool voor de rechtervleugel van de Conservatieve Partij, die fel gekant is tegen elke centralisatie van bewind in Brussel. In een serie zorgvuldig gelekte geruchten en uitlatingen is aan de natie bekend gemaakt dat Thatcher “teleurgesteld” is over de manier waarop John Major met haar erfenis omgaat. De laatste druppel was een gelekt memo, gisteren, van de jeugdige secretaris van de Brugge-groep, Patrick Robertson, die aan medestanders schreef dat John Major “bang” is om zijn veto uit te spreken over de plannen voor een gemeenschappelijke Europese munt. Er moet een “zorgvuldig met elkaar voorbereide actie op gang komen” om Major kleur te laten bekennen, dan wel hem te dwingen “onze kant” (dat wil zeggen de zijde van de erflaters van Thatcher) binnen de partij te kiezen, schreef Robertson aan de academici in zijn clubje. Dit laatste blijk van de manier waarop deze sectie anti-Eurpeanen zich beweegt in de schaduw van Thatchers resterende invloed, heeft de pro-Europese meerderheid van de partij nu dusdanig tot razernij gebracht, dat ze openlijk met tegenactie dreigt. Als het zover komt, zal de kloof tussen voor- en tegenstanders zich zo wijd en zichtbaar openen, dat de bezwering van partijvoorzitter Chris Patten, dit weekeind, vergeefs is geweest. Hij klonk als Labourleider Neil Kinnock aan het gin van diens pogingen tot herstel van partijdiscipline. “We moeten eraan blijven denken”, zei Patten, “dat een politieke partij die verenigd lijkt te zijn, meer kans maakt op het winnen van een verkiezing, dan een partij waarbij dat niet het geval is.” Premier Major, Mister Nice Guy, krijgt naar verluidt ook steeds meer genoeg van de manier waarop zijn positie door een deel van zijn achterban en met instemming van zijn voorgangster wordt ondergraven. In het Lagerhuis moest hij gisteren opnieuw uitleggen hoe de Britse opstelling ten aanzien van de gewogen 'oplegging' van een gemeenschappelijke Europese munt niet is veranderd, sinds hij Margaret Thatcher is opgevolgd. Zijn voorlichters legden tegelijkertijd achter de schermen aan journalisten uit dat het vrij stom is om ruim een half jaar voor de beslissende conferentie in Maastricht je onderhandelingspositie al te ondermijnen, door of te zeggen dat je met een veto zult komen, of categorisch aan te geven dat je tot een nu al uitgewerkt compromis bereid bent. ajor wil dat de Britse regering tot op het laatste moment invloed kan blijven uitoefenen op wat de Twaalf gezamenlijk zullen beslissen. 'Majorisme' is ten aanzien van Europa tot nu toe een meer verzoenende toon en een bewust weglaten van de term “soevereiniteit”, die mevrouw Thatcher zo in de mond bestorven lag. In de praktijk zal het er waarschijnlijk op neer komen dat Groot-Brittannie inderdaad in december in Maastricht een soort compromis aanvaardt, waarbij de Twaalf gezamenlijk tot een principebesluiten, maar de Britten een uitweg laten om een toekomstig parlement te laten beslissen over een daadwerkelijke deelneming. Dat compromis moet zo worden geformuleerd dat het te verteren is voor beide vleugels in de Conservatieve Partij, die - idealiter - dan eensgezind verkiezingen in het voorjaar tegemoet zouden kunnen zien. Wat mevrouw Thatcher betreft: Major heeft onlangs met haar gesproken en, veelbetekenend, meteen laten ontkennen dat hij haar gevraagd had haar mond te houden over zijn persoon en zijn beleid. Chris Patten zei eerder deze week, even veelbetekenend, dat “niemand van mevrouw Thatcher kan verwachten dat ze een zwijgplicht in acht neemt”.

Maar hij wees er voor alle duidelijkheid nog op dat het ook Thatchers verlangen moet zijn dat haar partij een verkiezingsoverwinning niet eigenhandig in de schoot van Labour deponeert.