Dilemma voor allochtone genezers in Nederland; 'Elke ziekte kan een bovennatuurlijke oorzaak hebben'

ROTTERDAM, 12 JUNI. Een in Nederland woonachtige islamitische man raakt aan beide beneerlamd en wendt zich tot een Turkse traditionele genezer. De genezer schrijft hem voor om 41 personen met de voornaam Mehmet (Mohammed) te zoeken. Aan ieder van hen moet hij een geldbedrag vragen en daarvan een pot honing kopen. De genezer spreekt vervolgens enkele rituele teksten uit, met zijn gezicht boven de honing die de patient daarna moet opeten. Volgens de genezer kde man inmiddels weer een beetje lopen.

Deze genezer en zijn voor buitenstaanders onbegrijpelijke behandelingsmethode staan niet op zichzelf. In Nederland werkzame traditionele islamitische (gebeds)genezers opereren veelal in een verborgen circuit. Toch streven ze naar bekendheid en erkenning van hun werkwijze. Dat blijkt uit het vandaag gepresenteerde vooronderzoek 'Islamitische geneeswijzen in Nederland', dat in opdracht van het ministerie van WVs verricht door het Leiden Institute of Development Studies and Consultancy Services (LIDESCO) dat onder de vakgroep culturele antropologie van de Rijksuniversiteit Leiden ressorteert. In september 1988 publiceerde deze krant een reportage waaruit bleek dat er in Nederland naar schatting honderden allochtone genezers actief zijn, onder wie zich ook enkele oplichters zouden bevinden. Met name naar aanleiding van dit artikel besloten het ministerie van WVC en het Staatstoezicht op de Volksgezondheid een vooronderek te laten instellen, met als doel de inhoud en de achtergronden van de praktijken van deze genezers in kaart te brengen en eventueel daarna een vervolgonderzoek te laten verrichten naar de mogelijkheden om (gebeds)genezers als beroepsgroep te erkennen. De socioloog drs. C. Hoffer heeft zich bij zijn onderzoek beperkt tot islamitische genezers omdat juist over deze groep in Nederland nog vrijwel niets bekend is. Dat komt niet alleen doordat hun werkzaamheden zich vooral in hskamers afspelen maar ook omdat hun activiteiten in eigen kring omstreden zijn. Zo probeerde de legendarische Turkse staatsman Kemal Ataturk al in 1923 gebedsgenezing aan banden te leggen, al is het daar in Turkije nooit echt van gekomen.

Toch zullen Turken niet gauw toegeven dat ze gebruik maken van de diensten van een ufurukcu ('hij die blaast') of hodja. Hoffer sprak tijdens zijn ondeJH)zoek met 19 'sleutelinformanten' (vooral hulpverleners uit de reguliere geestelijke gezondheidszorg), 9 islamitische genezers en 20 clienten. Opvallend is dat hij niet alleen bij autochtone maar ook bij sommige Marokkaanse en Turkse hulpverleners op onbegrip stuitte. Hoffer: “Ze wijzen het religieuze element vaak rigoreus af, zonder er bij stil te staan dat de religieuze belevingswereld van de client van essentiele invloed is. Zo maakt de wetenschap bezeten te zijn door geesten of door het Boze Oog soms deel uit van iemands levensovertuiging. Dat kan je niet zo maar als bijgeloof vade hand wijzen.” De islamitische genezers met wie Hoffer in contact kwam, stelden het op prijs dat hun werkzaamheden serieus werden genomen.

“U bent de eerste Nederlander die ooit naar ons luistert”, was hun reactie. In principe kunnen islamitische genezers op twee terreinen actief zijn: het bestrijden van lichamelijke of (psycho)somatische klachten en daarnaast het kwaad berokkenen aan anderen. Het toepassen van deze 'zwarte magie' is ook in eigen kring omstred. Bij de bestrijding van ziekten passen islamitische genezers uiteenlopende technieken toe, varierend van het op rituele wijze hanteren van Koran-teksten tot het gebruik van kruiden en massage-olien. Hoffer concludeert dat de reguliere gezondheidszorg soms te kort schiet bij de behandeling van islamitische clienten. “Marokkanen en Turken met klachten raken vaak verstrikt in een psycho-sociaal vacuum waar niemand meer vat op heeft”, stelt Hoffer. “Ik ben menn tegengekomen die al vijf jaar artsen aflopen maar geen gehoor vinden voor hun klachten. Het gaat dan bij voorbeeld om een analfabete, werkloze Marokkaan die te maken heeft met een veelheid aan problemen zoals slechte huisvesting en een verstoorde relatie met vrouw en kinderen. Zo iemand wendt zich dan ten einde raad tot een traditionele genezer.” Vaak lopen het stellen van de diagnose en de behandeling naadloos in elkaar over. Ook de gezinsleden worden door deenezer in de behandeling betrokken. Hoffer beschrijft het voorbeeld van een 19-jarig Marokkaans meisje dat tegen haar zin door haar vader is uitgehuwelijkt aan een 38-jarige man. De genezer zegt te merken dat de man met wie ze moet trouwen “teksten schrijft waarmee hij het meisje en haar moeder probeert gek te maken”.

De genezer schrijft op zijn beurt ook een Koranfragment op een stuk papier en lost dat op in water. Die vloeistof moeten alle gezinsleden negen dagen lang drinken voor het ontbijt en voor het naar bed gaa Later laat hij de man door een geest straffen. Uiteindelijk besluit de vader van het meisje de bruidschat van tienduizend gulden terug te geven.

Islamitische genezers in Nederland werken zowel op een symbolisch-religieus als op een praktisch-rationeel niveau. In principe gaan islamitische genezers ervan uit dat iedere ziekte een bovennatuurlijke oorzaak kan hebben. Maar om uit te sluiten dat een ziekte een natuurlijke oorzaak heeft, vragen ze de patienten eerst uitgebreid na de bevindingen van professionele artsen. Hoffer: “Pas daarna verklaart de genezer de ziekte in voor de patient bekende symbolisch-religieuze begrippen. Samen met de patient manipuleert hij dan de bovennatuurlijke krachten als onderdeel van het genezingsproces.

Het is misschien allemaal suggestie maar het kan wel degelijk effect hebben, al was het alleen maar door een gedragsbenvloeding van de patient.'' De door Hoffer gentviewde genezers hanteren verschillende tarieven. Ze laten zich in natura betalen of zeggen dat het Allah is die geneest en dat ze daarvoor geen geld mogen ontvangen. Sommigen behandelen alleen familieleden en bekenden, anderen hebben een grote praktijk met een geautomatiseerd clientenbestand. Een Marokkaanse genezer is inmiddels kandidaat-lid van de Nederlandse Federatie Paranormale Genezers (NFPN). Als handoplegger en magnetiseur behandelt hij ook Nederlandse clienten. Hij krijgt echter steeds minder Marokkaanse clienten omdat die niets zienn zijn westerse behandelwijze.

Anderzijds eist de NFPN dat hij een interne opleiding volgt. Hoffer constateert dat hierdoor islamitische genezers in een dilemma geraken: professionalisering kan betekenen dat ze hun allochtone clientele verliezen en wanneer ze zich niet bij de officiele autochtone organisaties aansluiten zijn ze gedoemd om oncontroleerbaar verder te blijven werken. En het was nu net de bedoeling van de overheid om daar een eind te maken.P)